You are hereBlogs / AnnekeDuyvesteijn's blog / Een toevalligheid Bella Italia?
Een toevalligheid Bella Italia?

Toen ik, vlak voordat ik op vakantie ging, op een stoel in mijn tuin zat uit te puffen, ontdekte ik een merkwaardig verschijnsel in mijn Camellia japonica ‘Margaret Davis’: een groen glimmend ding.
In het vroege voorjaar was ik ‘gevallen’ voor deze schitterende theeplant, welke dubbele bloemen draagt, die wit van kleur zijn met roze adertjes en een roze randje. Nieuwsgierig dichterbij gekomen bleek het om een vrucht van de ‘Margaret Davis’ te gaan. Ik was er blij mee, want ik had nog nooit een dergelijke doosvrucht met zaden gezien of opgemerkt en was eigenlijk wel trots dat mijn Camellia een vrucht had geproduceerd; een soort wondertje dus.
Twee weken later op vakantie in Italië en op weg naar de plaats Laveno aan het Lago Maggiore werd onze aandacht aan de Zwitserse kant van het meer in Vairano San Nazzaro getrokken door een bord: Parco Botanico del Gambarogno.
Omdat we toch genoeg tijd hadden, besloten we te kijken wat dit botanische park precies inhield. Langs een smalle weg vol bochten die ons tot ver boven het meer bracht, kwamen we aan bij de entree van deze geweldige botanische tuin, die op terrassen tegen de heuvels tussen Piazzogna en Vairano aan ligt.
De tuin is 17.000 m2 groot en ligt aan de schaduwzijde van de berg en de sneeuw die er in december valt blijft meestal tot eind februari liggen. In de winter is het meestal helder en onbewolkt en hoewel het minstens 30 dagen vriest, wordt het meestal niet kouder dan -1°C – tot -4°C. De zon die in de winter ontbreekt, schijnt echter in de zomer des te meer en de tuin profiteert dan van de warmte ervan van de vroege morgen tot de late avond.
Verder ligt de tuin ingeklemd tussen de uitlopers van twee riviertjes en is er daarom volop water aanwezig. Misschien raadt u het al: dit klimaat is uitstekend voor het kweken van planten als Camellia.
In de botanische tuin van Otto Eisenhut zijn naast de 950 soorten Camellia, ook 350 soorten Magnolia te bewonderen, waarvan sommige wel tussen de 8 en 10 meter hoog. Verder zijn er ook vele soorten Rhododendron te vinden met prachtige namen zoals Rhododendron macrocephalum x linearifolium met smalle blaadjes als bij een wilg, maar ook Japanse Azalea en pioenrozen.
Het grappige was dat alle camelia’s die er stonden vol met vruchten zaten. Gezien de vele soorten, zagen al die vruchten er allemaal ook nog eens anders uit. Dus wat ik in mijn eigen tuin als een wondertje beschouwde, was hier door het klimaat niet meer dan normaal.
Tussen al deze prachtige struiken groeien klimop, grove dennen, jeneverbessen en zeldzame Europese en exotische coniferen, zoals Taiwania Cryptomeriodes en Sequiadendron giganteum.
Dat de tuin van Otto Eisenhut zich tot dit prachtige botanische park heeft ontwikkeld, is mede te danken aan de inbreng van Sir Peter Smithers, een Engels parlementslid en diplomaat en vriend van de bekende 007-schrijver Ian Fleming, die tijdens zijn leven een plantencollectie van internationale betekenis heeft verzameld en ontwikkeld. In zijn schitterende tuin boven het meer van Lugano in Zwitserland, legde hij een tuin aan, waarin hij 10.000 verschillende planten waaronder Magnolia, boompioenen en Wisteria toepaste.
Na een bezoek aan deze tuin was Eisenhut zo geïnspireerd, dat hij direct begon met het kweken van Magnolia, gebruikmakend van uitgangsmateriaal uit heel de wereld. Zijn contacten met o.a. Sir Peter Smithers hebben er toe geleid, dat het Parco Botanico is uitgegroeid tot een stukje paradijs op aarde dat zijn weerga niet kent.
Mocht u er ooit in de buurt zijn, dan zou ik zeker een kijkje gaan nemen http://www.parcobotanico.ch
Het moet er sprookjesachtig zijn in het voorjaar en de doorkijkjes zijn er in alle jaargetijden adembenemend!
Terwijl het weer thuis meer en meer herfstachtige trekjes begint te krijgen, is het heerlijk om nog eens terug te denken aan de zomerse sferen van vakantie in Italië en beelden op te roepen van bezochte plaatsen en gebieden.
Het bezoek aan de Borromeïsche eilanden in het Lago Maggiore had een diepe indruk bij mij achtergelaten en ik was dan ook zeer benieuwd wat we op onze verdere reis door Italië nog aan mooie tuinen en natuur zouden aantreffen. Na het Lago Maggiore was Lago di Como onze volgende bestemming.
Het Comomeer ligt ten noorden van Milaan, is ingesloten tussen de bergen en doet wat grilliger aan dan het Lago Maggiore, dat lieflijker oogt. Omdat de totale afstand rond het meer ruim 200 kilometer bedraagt, was het voor ons een prettige bijkomstigheid dat de bekendste bezienswaardigheid van het meer, Villa Carlotta in Tremezzo, dicht bij ons logeeradres was.
In de villa is een kunstmuseum ondergebracht en de tuinen dragen het predikaat: giardino botanico, botanische tuin. De Villa is genoemd naar een van de bewoners te weten Carlotta, de echtgenote van George de Tweede van Saksen-Meiningen, die de villa van haar moeder als huwelijksgeschenk kreeg.
De prachtige monumentale Villa is gebouwd aan het einde van de zeventiende eeuw door de Milanese markies Giorgio Clerici en ligt in een natuurlijk vlak gedeelte met een uitzicht op het schiereiland van Bellagio.
De tuinen liggen tegen de nabij gelegen heuvels aangeplakt en zijn vooral bekend om de bloei van de meer dan 150 soorten Rhododendron in het voorjaar. Hoewel de tuinen er in die periode meer dan sprookjesachtig uit zullen zien, zijn ze ook in de zomer een bezoek meer dan waard.
Door de vruchtbare grond op de helling van de heuvels is het er namelijk een waar plantenparadijs. U kunt er oude variëteiten Camellia aantreffen, Magnolia met een omtrek van zeker acht meter, maar ook eeuwenoude ceders en sequoia’s en allerlei tropische planten, een botanische tuin waardig.
Alle tuinen hebben hun eigen karakter en geven tegelijkertijd een indruk van de verschillende stijlen die vanaf de bouw van de villa de revue zijn gepasseerd. Zo is er de oude formele Italiaanse tuin, die is aangelegd ten tijde van de bouw van de villa, met zijn prachtige stenen trappen, terrassen, beelden en fonteinen met waterspuwers en waterschildpadden.
In het romantische park met prachtige doorkijkjes naar het meer, dat aan de rechterkant van de villa ligt, is een rotstuin te vinden met metershoge cactussen en allerlei vetplanten, maar ook een enorme Japanse tuin met vele soorten bamboe. Het allermooiste vond ik zelf de vallei der varens met trappen omhoog naar het begin van een waterval. Dit gedeelte van het park deed me denken aan de monding van de Stormrivier in het Tsitsikamma nationaal park in Zuid-Afrika.
Ook hier gaat het pad via slingerpaadjes omhoog en de beplanting met onder andere boomvarens geeft je de indruk in de tropen te verkeren. Gelukkig wordt de villa met zijn tuinen sinds 1927 beheert door een stichting, die gebruikmakend van de inkomsten van de entree, het landgoed in uitstekende conditie houdt.
Mocht u eens in de buurt zijn, dan zou ik zeker een paar uur voor dit acht hectare grote park uittrekken!
Tijdens de vakantie vind ik het altijd heerlijk om een beroemde of botanische tuin in de omgeving van het vakantieverblijf te bezoeken.
Dit jaar hadden we er voor gekozen om een kleine rondreis door Italië te maken en een aantal bekende vakantieoorden aan te doen. De eerste plek die we wilden bezoeken was het Lago Maggiore met als speciaal doel: de Borromeïsche eilanden gelegen in een baai in de buurt van Verbania, de grootste plaats aan het Italiaanse gedeelte van het meer.
Mocht u ooit in de buurt van het Lago Maggiore zijn, dan kan ik u een bezoek zeker aanraden. Na een prachtige wandeling op Isola Madre, een van de eilanden, met een botanische tuin die zijn weerga niet kent (zie vorige blog, waren we erg benieuwd naar Isola Bella. Vanwege de tijd lieten we Isola della Pescatori maar links liggen.
Het eerste wat we, op de boot, van het eiland zagen was het indrukwekkende paleis, dat in barok-stijl is opgetrokken en dat op een schitterende manier boven het water uitstijgt. Het paleis is gebouwd nadat graaf Carlo III Borromeo het eiland in 1630 had gekocht en overtreft het paleis op Isola Madre.
Isola Bella werd in eerste instantie genoemd naar de vrouw van graaf Carlo: Isabella. Later werd de naam afgekort en werd het: Isola Bella, dat ‘mooi eiland’ betekent. Met die naam is niets teveel gezegd, want het eiland is eigenlijk mooier dan mooi.
Vanaf de boot is de weg snel gevonden naar de poorten van het fraaie paleis die de ingang zijn tot een bijzondere wereld. Het paleis, dat bijna het hele eiland beslaat, heeft prachtige zalen, met metershoge muren en bewerkte plafonds, die ingericht zijn met vele kostbare voorwerpen en schilderijen. In zalen onder het paleis bevinden zich sprookjesachtige kunstgrotten met wanden van tufsteen en schelpen, zwart marmeren spiegels en nimffiguren.
De tuin is een klassiek en onnavolgbaar voorbeeld van de zeventiende eeuwse Italiaanse tuin en bestaat uit 10 terrassen die trapsgewijs zijn opgebouwd in de vorm van een piramide. De tuin is een ware lusthof en bevat veel zeldzame en exotische planten. De planning van de groei en bloei is zo, dat er altijd wel iets geurt of kleurt. In de tuin zijn veel barokke elementen verwerkt en de tuin is in zijn soort de meest bekende en het best bewaarde voorbeeld uit deze periode. Een kenmerk van de Barok is dat men indruk op de bezoeker probeert te maken door overdaad, wat vooral door de enorme beeldengroepen en fonteinen prima gelukt is. Jammer was het dat men de belangrijkste beeldengroep van de tuin aan het renoveren was, zodat we deze groep niet in vol ornaat konden bekijken.
Naast de beelden was ook de beplanting indrukwekkend. Prachtig was de eeuwenoude kamferboom (Cinnamonum camphora), een grote wintergroene boom uit Azië, waarvan het hout kamfer bevat, een stof die vooral om zijn geur en medische gebruik bekend is.
Ook een hele oude Taxus baccata, geknipt in de vorm van een taart met meerdere verdiepingen was het aanzien meer dan waard. Verder waren er prachtige exemplaren van Magnolia, Japanse azalea’s (Rhododendron) en Camellia te bewonderen, maar ook de grapefruit en sinaasappelboom gedijen er goed. In de winter worden de kuipplanten en andere exotische planten trouwens gestald in de 19e eeuwse ‘Engelse’ serre.
Beeldschoon waren verder de tuinkamers met ingewikkelde buxusformaties met enorme potten die de hoeken accentueerden. Maar ook de trappen vol potten met de kuipplanten waren zo mooi, dat het water zowat je mond uitliep.
Ik had nog wel veel langer willen blijven!
Zoals u uit de vorige blog wel begrepen heeft, was ons vakantiedoel dit jaar Italië. Het Parco Botanico van Otto Eisenhut aan de Zwitserse kant van het Lago Maggiore was echter niet de enige bijzondere plek die we tijdens onze vakantie in Italië bezocht hebben. Want wie het Lago Maggiore bezoekt en tegelijkertijd ook maar een beetje een tuinliefhebber is, kan bijna niet om de Borromeïsche eilanden heen.
Deze eilanden liggen in een grote baai in de buurt van Verbania, de grootste stad aan het Italiaanse gedeelte van het Lago Maggiore. Hun naam ontlenen ze aan de beroemde Borromeo familie, een van de rijkste en bekendste families uit het Italiaanse verleden, die de eilanden in het begin van de 17e eeuw als buitenverblijf gebruikte.
In de 20e eeuw zijn deze opengesteld voor publiek, maar bleven wel voor het overgrote deel privé-bezit. De bekendste eilanden zijn Isola Bella, Isola Madre en Isola dei Pescatori. Vanuit de plaats Laveno-Mombello, waar wij onze logies hadden, vaart dagelijks een veerdienst naar het tegenover gelegen Verbania.
Daarvandaan vertrekken boten naar de eilandjes die op korte afstand van de stad liggen. Onze eerste bestemming was Isola Madre, het grootste eiland van de baai, dat zich van de andere eilanden onderscheidt door de rustige en intieme sfeer. De letterlijke vertaling van Isola Madre is moedereiland en het wordt zo genoemd, omdat het eiland qua begroeiing het oudste lijkt, terwijl het dat niet is.
Na een heerlijke tocht over het meer kwamen we aan op dit schitterende paradijs op aarde, dat op het paleis na helemaal in beslag wordt genomen door een botanische tuin. De entree naar de tuinen en het paleis is al een plaatje op zich en de enorme bloeiende bananenboom bij de kassa, was een voorbode van vele andere tropische en subtropische verrassingen.
Tot aan het einde van de 17e eeuw heeft Isola Madre veel veranderingen ondergaan. Van een kale rots van 8 hectare werd het eerst een boomgaard, later een citrusplantage en van het begin van de 18e eeuw werd het eiland ontwikkeld tot de Engelse botanische tuin, zoals hij nu nog te bewonderen is. Prachtige muren met hekken vol krullen bieden uitzicht op het meer en de stadjes aan de wal. Schitterend zijn de trappen met hun pergola’s, begroeid met Wisteria (blauwe regen) en andere klimmende planten.
Alle vegetatie is er van een enorme grootte en omvang. Er zijn metershoge Camellia en laurier te bewonderen, terwijl bomen en coniferen die in Nederland tot bescheiden hoogtes komen en hier uitgegroeid zijn tot enorme woudreuzen. In deze reuzen waren zelfs pruiken van Tillandsia te bespeuren, ook wel Spaans mos genoemd, dat in subtropische gebieden met een relatief hoge luchtvochtigheid aan boomtakken hangt.
De formele binnentuin bij het paleis, met zijn vijver en beplanting, was sprookjesachtig en de witte pauwen die er rond liepen completeerden het plaatje. Ook het paleis, dat bezocht kon worden was geweldig en vanaf de verdieping kreeg men een goed beeld van de tuinen.
Triest was echter de aanblik op Cupressus cashmeriana Glauca, een machtige conifeer aan de voorzijde van het paleis die tijdens een tornado op 28 juni 2006 omver geblazen werd. Deze levende schat, die symbool staat voor Isola Madre kwam in 1862 als klein zaadje in een papieren zak aan op het eiland uit het gebied van de Himalaya en u zult begrijpen dat na de storm alle middelen in het werk zijn gesteld om deze conifeer te redden.
Hopelijk worden de inspanningen beloond en blijft deze conifeer nog lang voor het nageslacht bewaard en kunt u er in de toekomst misschien ook eens een blik op werpen.
Italië is voor tuinliefhebbers een echte aanrader. Het klimaat, de natuur en de prachtige architectuur van oude huizen en kastelen vormen op het gebied van tuinieren de ingrediënten voor veel kijkplezier. Ook de talrijke steden bieden veel moois op tuingebied, zo ook de stad Firenze, bij ons beter bekend als Florence.
Ik heb wel eens in een reisgids gelezen, dat men bij het bezoeken van een stad niet de illusie moet hebben om alles te kunnen zien en dat het beter is om twee of drie bezienswaardigheden uit te kiezen. Dat geldt zeker voor een stad als Florence.
Gekozen werd daarom voor Giardino di Boboli. De Boboli-tuinen bevinden zich, tegen de helling van de Bobobi-heuvel aangelegd, achter het Palazzo Pitti. Dit paleis, tegenwoordig ook museum, heeft vele illustere bewoners binnen haar muren gehad zoals de familie di Medici en de Italiaanse koninklijke familie.
De Boboli-tuinen werden in de 16e eeuw aangelegd, behoren tot de mooiste van Toscane en hebben in de 17e eeuw hun uiteindelijke omvang bereikt. Het oorspronkelijke ontwerp van de beroemde landschapsarchitect Niccolò Pericoli (bijgenaamd Tribolo) heeft als voorbeeld gediend van bijna alle koninklijke tuinen in Europa (ook Versailles).
Het is een tuin met zowel renaissance- als barokelementen met veel waterkunstwerken, beelden en een amfitheater. Prachtig zijn de Neptunes-fontein en het Isolotto, een kunstmatig eiland, waarop zich de Oceaan-fontein van de beroemde Frans-Vlaamse beeldhouwer Giovanni da Bologna bevindt, maar ook de Grotta Grande met de badende Venus, geconstrueerd door de architect Buontalenti. Verder zorgen de hoogteverschillen in de tuin voor prachtige vergezichten over de stad en kan men, door de vele laantjes, uren door de tuinen dwalen.
Als extra bonus was er ten tijde van ons bezoek aan de Boboli-tuinen ook nog een unieke tentoonstelling te bezichtigen, onder de titel: De Antieke tuinen van Babylon tot Rome (van 8 mei – 28 oktober 2007).
Aan de hand van archeologische vondsten en literaire bronnen werd hier een indruk gegeven van de historie en de evolutie van de tuin in de Antieke wereld. Zo waren bijvoorbeeld de hangende tuinen van Babylon, een van de zeven wereldwonderen (Mesopotamië)in beeld gebracht en kon men de ontwikkeling van de tuin in het oude Griekenland van tuin van de goden tot de filosofische tuin van de grote filosofische scholen van Plato en Aristoteles bekijken. Ook aan de ontwikkeling van de tuin in het oude Rome was veel aandacht besteed.
Foto’s van planten door oude filosofen beschreven, kleine landschapjes en tuinen, maar ook voorwerpen uit opgravingen completeerden het geheel.
Om de bezoekers de sfeer te laten proeven van tuinen uit deze periode waren er buiten twee reconstructies op ware grootte te bezoeken van tuinen uit Pompeï. De reconstructie is gebaseerd op de opgravingen die aan het eind van de 19e eeuw hebben plaatsgevonden. Een van de eerste tuinen die toen werd blootgelegd behorend bij het huis van de Vettii, rijke handelaren uit de laatste eeuw van Pompeï, was hier nagebootst.
Het betrof hier een tuin met zuilenomgang, bloembedden met medicinale kruiden, paadjes, beelden in brons en marmer. De tweede gereconstrueerde tuin was het viridarium (de binnentuin)van de Pittori al Lavaro (schilders aan het werk). In deze tuin had men voor het eerst aan de hand van ingewikkelde grondonderzoeken en plantenoverblijfsels zelfs de originele beplanting (o.a. Lychnis coronaria, Artemesia en Cerastium)toegepast.
U zult begrijpen dat dit voor tuingekken als ik het neusje van de zalm was.
Jammer was het alleen, dat er in augustus weinig bloeiends in de Boboli-tuinen aan te treffen was, misschien een excuus om er nog eens in een voorjaar naar toe te gaan!