You are hereBlogs / AnnekeDuyvesteijn's blog / Zaad, Buxus en verre oorden
Zaad, Buxus en verre oorden

Twee jaar geleden heb ik van mijn toenmalig vakantieadres in Frankrijk zaad van Buxus meegenomen. Puur uit nieuwsgierigheid heb ik het gezaaid en de zaailingen zijn nu ruim één vinger hoog.
Het was de eerste keer dat ik zaad van een Buxus heb geoogst, omdat ik, evenals u hoogstwaarschijnlijk, mijn Buxus jaarlijks snoei. Hierdoor komt Buxus niet tot bloei en vormt dus geen zaad. Zo simpel is het.
Buxus kan men natuurlijk veel makkelijker vermeerderen door te stekken. Gebruikt u hiervoor goed afgerijpte stekken van ongeveer 10 centimeter lang (tussen september en maart), waarvan het onderste gedeelte van bladeren ontdaan is (ongeveer drievierde deel). Stekpoeder is niet nodig en op een beschutte, lichte plaats in de tuin kunnen de stekken overwinteren en wortels vormen.
Mijn zaailingen staan er overigens goed bij en daar ben ik blij om, want de professionele Buxusteelt wordt momenteel geteisterd door een schimmel (Cylindrocladium buxicola), die ernstige taksterfte veroorzaakt.
De oorzaak van deze schimmel, die in Engeland Black Box wordt genoemd, wordt gezocht in het vochtige weer en de hoge temperaturen in de afgelopen week. Bij aangetaste planten krijgen de bladeren eerst bruine vlekken, worden dan geel en vallen af.
Een ander kenmerk van de schimmel is: langgerekte, zwarte vlekken op de stengels. De schimmel is al sinds 1995 in Engeland bekend en verspreidt zich momenteel over heel Europa.
Uit voorzorg adviseren Buxus-specialisten om buxusplanten te plaatsen in goed doorlatende grond, waar ze niet te lang vochtig blijven en ook niet al te beschut staan. Bij een aantasting door de schimmel gaat de plant meestal heel snel achteruit. Het beste kunt u zieke plantendelen zo snel mogelijk verwijderen en in de GFT-bak gooien en een schimmeldodend middel gebruiken.
Om nog even op ‘zaad’ terug te komen: in de National Achives in Kew, een voorstad van Londen, is een interessante ontdekking gedaan. Tijdens een onderzoek naar Nederlandse brieven, buitgemaakt door Engelse kapers, heeft een journalist van het NRC handelsblad, 203 jaar oude zaden gevonden in de portefeuille van een Nederlandse koopman. Het waren 39 soorten zaad met een Zuid-Afrikaanse herkomst waarvan er 15 tot het geslacht der Proteaceae behoren, de nationale bloem van Zuid-Afrika.
Het meest unieke van deze vondst is dat een aantal van deze zaden nog levensvatbaar bleken te zijn. Dit kwam naar voren tijdens experimenten door de Millenium Seed Bank in West-Sussex, die een gedeelte van de zaden van elke plantensoort tot haar beschikking had gekregen. Levensvatbaar bleek een zaadje van een mimosa-achtige, die na het opkomen een Acacia bleek te zijn (waarschijnlijk Acacia Nilotica). Maar ook zaden van een plant, die tot het geslacht Leucospermum behoort, groeien goed.
De onderzoeksafdeling van de Seed Bank stond door deze bijzondere ontkieming, op zijn kop, omdat de oudste zaden waarmee de Seed Bank tot nu toe gewerkt had 40 jaar oud waren.
Het allerleukste, vind ik zelf, dat gewone mensen, wie of wat ze ook waren, altijd al zaadjes hebben meegenomen tijdens hun reizen, om zo in eigen tuin een levende herinnering te bewaren aan een mooi verblijf in verre oorden. (bron NRC bijlage Wetenschap & Onderwijs – zaterdag 23 september 2006).