You are hereDossier bolbomen / Dossier Bolvormige bomen: voor iedere tuin vind je een geschikte bolboom

Dossier Bolvormige bomen: voor iedere tuin vind je een geschikte bolboom


afbeelding van Webmaster

By Webmaster - Posted on 30 Oktober 2007

De tuinen worden tegenwoordig steeds kleiner. Duurdere (bouw)grond. Dit noopt tot nadenken over goede aanplant. Sommige bomen zijn slecht in bedwang te houden. Ze hebben een natuurlijk drang tot groot groeien. Populieren, essen, bepaalde iepen en esdoorns. Andere bomen worden niet echt groot, of het is door snoeien goed mogelijk ze op maat te houden.

Voor elke tuin is een passende boom te vinden. Geen andere plant is zo sfeerbepalend voor de tuin als een boom. Omdat een boom stamvormig is, neemt hij bovendien eigenlijk weinig ruimte in. Het is ook prima mogelijk met bomen een element van herhaling in een tuin aan te brengen.

Waarom kies je voor bomen of een boom in de tuin?

* lelijke huizen krijgen uitstraling
* kleine tuinen lijken groter
* door groeperen is een “bossfeer”op te roepen.
* aan bomen zijn de seizoenen af te lezen c.q. de weersomstandigheden
* bomen herbergen vogels
* bomen kunnen functioneel zijn: schaduw en opbrengst.

Bolvormige bomen

Dit zijn bomen die beschikken over een min of meer ronde kroon. De meeste van de bolvormen zijn veredelingen. In het wild komen bolvormen eigenlijk niet voor.

Bolacacia

De bekendste bolvorm is de Robinia pseudoacacia ‘Umbraculifera’, de bolacacia. Als men de kroon laat uitgroeien, krijgt deze een doorsnee van ca 2.5 meter. Van onderen worden de takken steeds dikker en dus kaler. Daarom is het goed zo nu en dan terug te snoeien, zo eens in de drie á vier jaar. Omdat er in wezen rigoureus wordt teruggesnoeid, volgt er een sterke hergroei, vooral in het eerste jaar na de snoei. Later wordt dit een heel stuk minder. Er kan ook gekozen worden voor een snoei in gedeelten: steeds het oudere hout wegsnoeien. Het snoeien gaat in principe net zo als het knotten van een wilg. De goede snoeitijd is wanneer de knoppen beginnen te ‘schuiven’, zo begin/medio april. Snoei ‘in tweeën’ is ook mogelijk. Dit wordt gedaan om de knopen dicht bij de ent te stimuleren. De eerste snoei is dan in de herfst. Vijftien tot twintig cm van de takken laten we staan. Wel moet er voor worden gewaakt dat de entknobbel niet wordt weggesnoeid.

Bolacacia’s zijn in verschillende stamhoogtes te leveren. Omdat mensen steeds groter worden, is het aan te raden de stamhoogte niet te kort te nemen. In eerste instantie lijkt zo’n dunnen stam wel wat iel, maar deze dikt wel aan. Als een kruin massaler wordt, moet er in sommige gevallen onderdoor kunnen worden gelopen, of men wil er nog onderdoor kunnen kijken. Is dit niet van belang, dan kan ook aan lagere stamhoogte worden gedacht ( bijvoorbeeld tegen een blinde muur).

Een bolacacia is in het algemeen gesproken sikkeneurig wat overplanten betreft. De boom moet bij verplanten in volkomen rust zijn. Aan te raden is niet eerder dan half november te verplanten. De boom heeft vaak weinig wortels; het zijn zgn. vlezige wortels, die de neiging hebben vlug uit te drogen. Als de wortelhuid rimpelig is, is het in de regel te laat. Over de standplaats is te zeggen dat de bolacacia slecht tegen een ‘natte voet’ kan. Een goede doorlatende plantplek is noodzakelijk. Plassen die blijven staan, boven- of ondergronds, zijn maar al te vaak dodelijk. Er treedt dan schimmelvorming op. Bijvoorbeeld wortelhalsrot (is een vorm van Phytophthora). Ook kunnen er op de stam vaalbruine plekken ontstaan, waarop zich later oranje stipjes vormen (dit is Fusarium). Vooral wanneer de boom in de klei wordt geplant, is het zaak het planten goed voor te bereiden. Verticale drainage ( een grintputje) en goede grondbewerking! Nadere informatie over planten en verzorgen is bij de vakman te verkrijgen. Een nadeel van de bolacacia zijn de broze takken. Ze breken soms vrij gemakkelijk.

Bolesdoorn

De bolesdoorn (Acer platanoides ‘Globosum’) is de laatste jaren immens populair. Reden waarom de boom soms moeilijk te verkrijgen is. De boom is iets zoutgevoeliger dan de bolacacia. Wat aanplant op klei aangaat, is de boom te vergelijken met de bolacacia. Ook de bolesdoorn kan slecht tegen een ‘natte voet’ en verlangt een doorlatende grond. Wel is de bolesdoorn beter bestand tegen de wind.

Het snoeien van esdoorns in het algemeen - en dus ook van de bolesdoorn - dient te gebeuren voor de kortste dag! Al heel vroeg in het voorjaar komt van deze bomen de sapstroom op gang. Vooral bij zachte winters. Snoeit men in het voorjaar, dan gaan de bomen ‘bloeden’, soms overstelpend. Esdoorns worden wel ‘gemolken’. Door het sap in te dikken is siroop te verkrijgen: een erg gezond goedje. Een dergelijke behandeling is voor onze tuinboom echter niet aan te raden. Aan het eind van de eerste groei, zo rondom de langste dag, staat de natuur zo’n veertien dagen stil. Ook dan is het een geschikte tijd de bolesdoorn bij te snoeien. Het knotten van een bolesdoorn - zoals bij de bolacacia - zou moeten gebeuren voor de kortste dag. Volgt dan een strenge winter, dan kan er schade ontstaan aan de knot. Reden om bij de esdoorn een voorzichtige snoei te hanteren.

Bolcatalpa

De Nederlandse naam van de Catalpa bignonioides is: trompetboom. Deze naam heeft hij te danken aan zijn bloeiwijze. De bolcatalpa is een geënte cultivar. De cultivarnaam is ‘Nana’, hetgeen duidt op een kleine of dwergvorm.
Opvallend aan de boom zijn de grote bladeren. Ze hebben een fraaie lichtgroene kleur. De bladeren maken dat we een standplaats voor een bolcatalpa zeer zorgvuldig moeten uitkiezen: wind- en zoutgevoeligheid. De boom komt trouwens zeer laat in blad: begin juni. Voordat de bladeren in de herfst afvallen, worden ze zwart.

Het wortelgestel lijkt op dat van de bolacacia. Alleen zijn de wortels van de Catalpa nog teerder. Voorzichtig is geboden i.v.m. beschadiging en uitdroging. Reden waarom we proeven nemen de boom voort te kweken in RCB’s (Root Conrol Bags). De boom wordt ook veel in container gekweekt. De boom behoeft een doorlatende grond die ook vochthoudend is. Snoeien is niet echt noodzakelijk. Slechts dode en oude takken dienen te worden verwijderd. Bij strenge winter willen de takken wel terugvriezen. Ook die beschadigingen moeten worden verwijderd.

Boles

De Fraxinus excelsior is een sterke veelzijdige boom, die zich thuis voelt in onze streken. De es kan goed tegen een vochtige standplaats en gedijt prima op kleigronden. Dit geldt ook voor meerdere cultivars, waaronder de Boles: Fraxinus excelsior ‘Globosa’. (oudere cultivar.naam: Nana). Een andere soort es, de pluimes (Fraxinus ornus) heeft nagenoeg dezelfde eigenschappen, maar bloeit uitbundiger. Van deze soort bestaat ook een bolvorm met de cv-naam: Meczek. Beide zijn aanbevelenswaard voor de Friese kleistreek: weinig wind- en zoutgevoelig en gedijt in kleigrond.

De es heeft geveerd blad. Het is een bomensoort die iets later in blad komt dan de meeste soorten: een dag of 10 verschil. Waar met de IJsheiligen vroeg in blad komende soorten de kans lopen een knoei mee te krijgen, ontkomt de es. De bol wil wel eens ‘uit vorm’ lopen. Op tijd bijsnoeien is gewenst. Voor de rest is de boom eigenlijk onderhoudsvrij.

Bron: Herke Giliam, Boomkwekerij Ferskaat 2007 - Bewerking Rudi Van Overloop 2008

Google Ads

Wie is online

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 17 gasten online.