You are hereKoningen van de voortuinen: dwergconiferen in de tuin, reusjes in de rotstuin

Koningen van de voortuinen: dwergconiferen in de tuin, reusjes in de rotstuin


afbeelding van Webmaster

By Webmaster - Posted on 30 September 2007

De talloze lage sierconifeertjes die de vorige generaties tuiniers zoveel plezier verschaften, geraken wat op de achtergrond. Onterecht. Want die pareltjes van kwekerskunst hebben erg veel kwaliteiten. Met fantasie toegepast kunnen deze sterke miniboompjes die amper onderhoud vragen ook in het moderne tuinieren een rol spelen en dan vooral in rots- en voortuinen.

De koningen van de voortuin

Sierconifeertjes worden in deze roerige tuintijden niet meer naar waarde geschat. Sommigen noemen ze artificieel en verguizen ze omdat ze uitheems zouden zijn. Dat laatste is niet volledig terecht. Sommige sierconiferen zijn immers inheems. De hoofdreden van de kritiek op sierconiferen is dat de boompjes slechts zelden met fantasie worden toegepast. Wanneer ze als soldaatjes op een rij staan zijn sierconiferen inderdaad saai. Dat is onder andere het geval voor Juniperus communis, de gewone jeneverbes. Vele van haar befaamde variëteiten, zoals Juniperus communis ´Suecica´ en Juniperus communis ´Compressa´ zijn in de vrije natuur gevonden. De kleinste onder die sierconiferen, de kruipende soorten en slanke piramiden die niet erg hoog worden, hebben enkele belangrijke voordelen. Zo is hun habitus en hun te verwachten hoogte volkomen voorspelbaar. Bovendien stellen ze zich tevreden met arme grond en hoeven ze niet vaak gemest te worden. Niet dat dat de overbemesting zal tegengaan, maar toch.


Ook in een rotstuin staan dwergconiferen beeldig.
Daar suggereren ze een landschap veel groter dan de rotstuin.
 


In voortuinen hebben ze het voordeel dat ze er generaties lang kunnen blijven staan zonder hinderlijk te worden. Daar kan een solitair aangeplante Chamaecyparis of een slanke jeneverbes een ideale partner worden van een rododendron en samen vormen ze een goede achtergrond voor lentebollen en zomerbloemen. Je hoeft niet eens de snoeischaar boven te halen om ze te knotten, in te perken of te vormen, want deze conifeertjes groeien traag en hebben van zichzelf een ideale vorm. Onderhoud vragen ze niet en verder zijn ze over het algemeen zo goed als ziektevrij. Het bewijs daarvan is dat ze in jarenlang verwaarloosde tuinen bij totaal vervallen huizen vaak nog in blakende gezondheid verkeren. En over het algemeen zullen vele van die kleine coniferen de planters overleven. Dan hebben ze echter veel allure gekregen en staan ze statig en waardig, maar ook charmant, zelf oud te worden.

Juniperus communis ´Compressa´ in een fraaie rotstuin.
 

Keizers in de rotstuin

Mensen die niet veel plaats hebben en toch een decoratief tuintje willen, maken vaak een rotstuin met kleine Alpenplantjes, bloeiende bodembedekkertjes, lage struikjes en sierconiferen die dan vaak het verticale accent mogen zetten. Onder de slanke, opgaande, piramidale vormen zijn er trouwens enkele bijzondere toppers:

Abies balsamina ´Nana´, Chamaecyparis obtusa ´Nana Gracilis´, Chamaecyparis thyoides ´Redstar´, Picea glauca ´Conica´ en Juniperus communis ´Compressa´.

Ze worden nauwelijks hoger dan een meter en hebben alle drie erg veel karakter.

Er zijn ook kleine spreidende soorten. Juniperus communis ´Repanda´ bijvoorbeeld en Juniperus horizontalis ´Blue Chip´ die zilverblauwe takken heeft.

En ook Juniperus squamata ´Blue Star´ en Juniperus horizontalis ´Prince of Wales´, Tsuga canadensis ´Jeddeloh´ en Juniperus procumbens ´Nana´ blijven met hun naalden of schubben laag tegen de grond liggen.

Naast deze extreme vormen zijn er ook bolvormige of meer warrig groeiende sierconifeertjes.

Onder de beste kunnen we vernoemen: Cryptomeria japonica ´Bandai´, Chamaecyparis pisifera ´Nana´, Chamaecyparis pisifera ´Sungold´, Juniperus sabina ´Rockery Gem´, Picea abies ´Ohlendorfii´, Picea abies ´Nidiformis´, Thuja occidentalis ´Golden Globe´ en Thuja occidentalis ´Danica´.

En er zijn er nog vele andere.

In een rotstuin kunnen ze bij oordeelkundige aanplant de illusie van een berglandschap wekken.

In troggen en winterbakken

Maar ook in kuipen, troggen en bloembakken staan de lilliputtertjes onder de sierconiferen beeldig, de hele winter lang. Want de meeste sierconiferen en dan vooral de jeneverbessoorten zijn gehard tegen de koude. De allerkleinste kunnen jarenlang in een kuip, een pot of een trog gekweekt worden. Sierconiferen die ruim een meter hoog worden, kunnen na een paar jaar in de tuin worden uitgeplant.


Juniperus communis ´Compressa´ is ook een prima potconifeer.
 

Grond en verzorging

Bijna alle sierconiferen zijn gelukkig met een arme grond, die zandig mag zijn. Vermits de hier genoemde dwergconiferen niet gauw door ziekten of plagen worden aangetast, is geen speciale behandeling nodig. Coniferen groeien het best op een plek die minstens vier uur per dag zon vangt, een aantal van hen verdraagt ook lichte schaduw.

Bron: Geert De Vriese, september 2002
Nieuwsbrief 136 2002 - Vlam.be, bewerking Rudi Van Overloop 2008.

Google Ads

Wie is online

Er zijn momenteel 0 gebruikers en 12 gasten online.

Wie is nieuw?

  • Wenda en Klazien
  • bejobras
  • Llabyrint
  • Walterm
  • eelcoroos