TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Bellis - Asteraceae



Het madeliefje is een rijkbloeiende, tweejarige plant voor de volle zon. Ze groeien op elke grond, maar geven de voorkeur aan een vochthoudende, voedselrijke bodem. Madeliefjes zijn een veel voorkomende weideplant, hoewel hij meerderjarig is, wordt hij meestal als tweejarige geteeld, want reeds in het derde groeijaar gaat de bloei duidelijk achteruit. Uit het bescheiden madeliefjes zijn tal van rassen gecultiveerd. De ´Pomponette´ rassen zijn populair met hun kleine, knopachtige, dicht gevulde bloemen. Madeliefjes geven de voorkeur aan een groeiplaats in de zon of in de halfschaduw, op een lichte, krachtige grond. Door de uitgebloeide bloemen weg te nemen kan je de bloeiperiode aanzienlijk verhogen. Ze zijn geschikt voor tussenbeplantingen, randbeplantingen in de vaste plantenborder, als onderbeplanting van bolgewassen in bloembakken, en als snijbloem voor voorjaarsboeketjes. Heel mooi te combineren met Myosotis.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Balkonplanten, éénjarigen en perkplanten
Bellis perennis - madeliefje
 

Naam: Bellis perennis

Nederlandse naam: madeliefje

Familie: Asteraceae

Andere gebruikte benamingen:

Bloeitijd: 3-5

Bloemkleur: wit, roos, rood

Hoogte min-max: 0.2-0.2

Bladeren: groen

 

Bellis pomponette Formule Mix - S&G seeds

Madeliefjes zijn doorlevende vaste planten die vaak als tweejarige worden geteeld. In onze tuinen zijn fraaie combinaties mogelijk met roze en rode madeliefjes als ondergroei van witte of gele narcissen. Het madeliefjes is vaak op te merken op de doeken van schilder Van Eyck (1390-1441). Uitgebloeide bloempjes verwijderen stimuleert de planten te herbloeien. De bloemen sluiten zich s´ nachts.

Men kan de vraag stellen: ´Hoe komen deze planten aan hun naam?´ Tussen de Wetenschappelijke naam BeIIis en de Nederlandse naam madeliefje bestaat een overeenkomst. Want Bellis komt van ´bellus, beIIa´ wat ´mooi´ betekent. En ook ´madeliefje´ zinspeelt op de schoonheid en de lieflijkheid van het bloempje. Want ´made´ heette bij onze voorouders het grasveld of de weide en deze verwelkomde het madeliefje even hartelijk als de jonge man zijn liefste.

De Bellis perennis voor de tuin is een luxe uitgave van het madeliefje in de weide, het is dus een inheems bloempje. De tuinsoorten bloeien rijker en weliger, de bloemen zijn veel groter en gevulder of hebben slechts een klein hart en vele rijen lintbloempjes. De soortaanduiding perennis is een overdrijving, want de madeliefjes zijn niet overblijvend. Zelfs de rassen die geen zaad geven moet men elk jaar door deling vermeerderen, anders zullen ze verdwijnen: perennis duidt waarschijnlijk op het feit, dat madeliefjes als het ware tot de altijd aanwezige stoffering van de weide behoren.

Madeliefjes komen ongeveer op hetzelfde tijdstip in bloei als het winterviooltje en hij bloeit eveneens langdurig. Bij de goede rassen zijn de eerste bloemen geheel gevuld. Later als het warmer wordt krijgen ook de bloemen van zulke selecties een geel hart, dat echter nooit te groot mag worden. Als ze volop in bloei staan, vormen de dubbele madelieven een opvallend kleurpatroon - de kleuren van de witte en zachtroze soorten doen denken aan viooltjes, donkerroze en karmijnrode bloemen vallen pas van dichtbij gezien op.

Van madelieven kan men een paar planten poten of een groot aantal. Ze kunnen ook goed tezamen met andere planten gebruikt worden: de lichte soorten passen bijv. heel goed bij donker gekleurde en blauwe viooltjes, bij vergeet-mij-nietjes en bij muurbloemen. De kleinbloemige soorten zijn ook geschikt voor de bloembak en voor de teelt in potten, zo kan men er veel plezier van hebben. Men mag de potten echter niet in de kamer zetten, ze horen buiten in de vensterbank of op een open veranda.

Bellis heeft voedzame, niet te lichte grond nodig; de mooiste planten krijgt men op vaste, zware kleigrond. Een warme standplaats is beslist ongeschikt, daar gaat de plant steeds meer achteruit. Over het algemeen is de Bellis wel winterhard, maar een strenge sneeuwloze winter kan hem erg veel kwaad doen. Madelieven kan men evenals de andere eenjarige perkplanten bloeiend of in knop kopen, men kan ze echter ook zelf opkweken. Daartoe moeten ze in juli of augustus uitgezaaid worden en op bedden geplant zodra de plantjes sterk genoeg zijn. Op één bed zet men zes à zeven rijen en daartussen houdt men een afstand van ongeveer 15 cm aan. Men kan ook door scheuren vermeerderen, dat is echter alleen aan te bevelen bij bijzonder mooie planten. Tijdens de bloei moet men deze reeds uitkiezen; als ze uitgebloeid zijn snijdt men de bloemen er uit, zodat er geen zaad gevormd kan worden en de plant gedwongen wordt alle kracht te benutten om opnieuw uit te lopen. Als dat gebeurd is, haalt men de planten uit de grond, scheurt ze in kleine stukken, waaraan voldoende wortels moeten blijven zitten en poot deze op de gewone wijze uit. Mocht het na het planten warm en droog worden, dan moeten de bedden met gescheurde madelieven iedere dag licht gesproeid worden, of men maakt wat schaduw met takken of jute; de planten houden anders op met groeien.

Er zijn bovendien enkele Bellis-soorten die geen zaad vormen, die kunnen dus alleen door scheuren vermeerderd worden. Zulke madelieven zijn bijvooorbeeld ´Brilliant´ met helrode, gevulde bloemen, ´China Pink´ met roze bloemen en ook van ´Rob Roy´, een kleine donkerroze vorm.

De madelieven tellen vele soorten, waarvan de indeling niet zo eenvoudig is. Men kan ze onderverdelen in groot- en reuzen bloemige en kleine tot middelgrote rassen, maar evengoed in soorten met platte of met buisvormige randbloemen. Maar toch klopt deze indeling niet geheel, want er zijn vele tussenvormen.

Voor het bloembed, in potten en in de tuin zijn de rassen met een bloempje van ongeveer 2 cm middellijn het meest geschikt. Bovendien zijn van deze rassen de bloemen zo talrijk, dat ze de bladeren volkomen bedekken. Een andere zeer te waarderen eigenschap van deze madelieven is, dat de pas uitgekomen bloemen uitsteken boven de uitgebloeide. De planten zien er dus nooit slordig uit. Dergelijke kleinbloemige rassen zijn:

  • ´Roggli´, met middelgrote, donkerrode, buisvormige bloemen, waarvan slechts enkele een geel hart vormen (daarom is er van dit soort maar weinig en bovendien duur zaad in de handel)
  • ´Rob Roy´ in donkerroze en karmijn, met een zode-vormende groei - wat de bouw betreft lijkt hij dus op het madeliefje in de weide, maar hij heeft veel meer en grotere bloemen.
  • Ten slotte nog de ´Monstrosa´ -vormen met zeer grote gevulde bloemen zoals ´Bloodstone´ (donkerrood), ´Monterosa´ (roze) en ´Etna´ (met buisvormige rode bloemen).

Zaaien

Zaaien doe je het eerste jaar in open lucht op een kweekbed in de schaduw, tussen begin juni en eind augustus. Je kan ter plaatse zaaien. Eén gram zaad kan tot 5000 plantjes opleveren. Dun zaaien, kieming na een 7-tal dagen. Zaden niet bedekken. Kieming 7-14 dagen bij 21-24° C.
Na de opkomst uitdunnen en daarna verspenen op een belommerde plaats. In de herfst dan uitplanten in de border op 20 cm afstand.

 


Klik op zaaischema voor een vergrote weergave

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!