|
Bamboe
In de familie van de
grassen is de bamboe plantkundig gezien een uitzondering.
Zo onderscheiden bamboes
zich onder andere door :
- de speciale structuur
van de stengel
- de lengte van de stengel
- het bijzondere bloeigedrag
Een bamboeplant is
opgebouwd uit rizomen, stengels, zijtakken, bladeren en (in mindere mate)
bloemen. Door de bijzondere structuur wordt botanisch gezien gesproken
over rizoom in plaats van hoofdwortel, en over stengel in
plaats van stam of tak.
Misschien klinkt het
eigenaardig, maar bamboes zijn dus grassen. Er zijn wel zo 1200 soorten
bekend die kunnen ingedeeld worden in 2 grote groepen, de kruidachtige en
de houtachtige soorten. De kruidachtige soorten worden vaak dwergbamboes
genoemd en groeien als onderbeplanting in bossen.
De bamboes die je
wellicht toch het meest in de tuin toepast zijn de houtachtige soorten. De
hoogste soorten (Azië) worden tot 40-50 meter hoog. Anderzijds
onderscheiden we winterharde en niet-winterharde bamboes. Sommige soorten
kunnen ook de strengste winters in ons klimaat overleven en ook groen
blijven gedurende de ganse winter. De niet-winterharde tropische en
subtropische bamboes zijn geschikt als potplant voor kamer en terras.
Bamboes behoren tot de
sterkst groeiende planten, enkele 10-tallen cm per dag is geen
uitzondering. Het record werd opgetekend in Japan : 121 cm op 1 dag (Phyllostachys
edulis).
Bamboes zijn dus houtachtige,
meerjarige planten, die behoren tot de ongeveer 500 soorten uit de meer
dan 60 geslachten tellende onderfamilie Bambuseae van de grassenfamilie (Poaceae).
Tot de Poaceae behoren ook vele andere "nuttige" planten voor de
mens, zoals rijst en de graansoorten tarwe, haver, gerst, rogge. Alle
tropische bamboesoorten zijn snelgroeiende planten, die boomachtige
afmetingen kunnen krijgen. De stengels zijn hol en
bevatten evenals alle andere grassen knopen, waarop de bladeren
vastzitten. In tegenstelling met de grassen bezitten de bamboesoorten ook
vertakte stammen, die vaak op hun beurt weer vertakkingen dragen.
Afkomst:
De soorten uit de
Bambuseae familie hebben een groot verspreidingsgebied. Ze komen vnl. voor in
Zuidoost-Azië met als noordgrens het Noorden van Japan en de Himalaya.
Het belangrijkste geslacht van bamboes (op wereldvlak) is het geslacht Bambusa. Bamboe
komt vooral voor in de tropische en subtropische gebieden op aarde. Enkele
soorten komen ook voor in gebieden waar het 's winters behoorlijk koud kan
zijn. Temperaturen van -20 °C. zijn geen uitzondering. In het begin van
de 19e eeuw zijn de eerste bamboeplanten naar het Westen gebracht. De
plant is dus al lange tijd bekend bij de botanici maar in de tuin wordt
bamboe pas de laatste jaren toegepast. Waarom is niet geheel duidelijk
maar waarschijnlijk heeft het te maken met het exotische karakter van de
plant.
Winterhardheid:
Veel
mensen hebben nog vaak twijfels over de winterhardheid van bamboe in onze
soms strenge winters. De tropische soorten kunnen uiteraard niet de
strenge vorst verdragen. Er zijn echter meer dan 150 soorten die onze gemiddelde
winters goed kunnen verdragen. En er zijn zelfs soorten die met gemak onze
strengste winters goed doorstaan. Jonge planten zijn altijd gevoeliger
voor vorst dan oude planten. Geef dus jonge planten ook zal zijn ze zeer
winterhard toch een bladerdek om de ergste kou te weren. Als de planten
enkele jaren oud zijn dan is dit natuurlijk niet meer nodig. In het
algemeen zijn de soorten die tot het geslacht Fargesia behoren goed tot
zeer goed winterhard. Dit komt doordat de Fargesia oorspronkelijk uit de
bergen in China komen waar het 's winters erg koud kan zijn. Tot de hogere
winterharde bamboes behoren de Phyllostachys bissetii, Phyllostachys nuda,
Phyllostachys aureosulcata en Phyllostachys vivax soorten en meestal ook
hun cultivars.
Hoogte:
De
hoogte van een bamboeplant loopt sterk uiteen. De laagste soorten worden
niet hoger dan 10 a 20 cm. De hoogste kunnen wel 35 m worden. In Nederland
is de hoogste bamboe nu ongeveer 8 m.
In Frankrijk worden de
hoogste bamboeplanten ruim 20 meter of zelfs iets hoger. De variatie in
stengeldiameter is enorm. De soorten met de dunste stengels zijn maar
ongeveer 1 mm dik en de soorten met de dikste stengels kunnen wel een
doorsnede hebben van ruim 25 cm.
Stengels:
De
stengel kan diverse kleuren hebben. Groen en geel komen veelvuldig voor.
Zwart komt minder vaak voor. In de tropen is feloranje of rood niet
ongewoon. Er zijn diverse soorten waarbij verticaal gekleurde strepen over
de stengel lopen ( afbeelding Phyllostachys vivax 'Aureocaulis').
Gevlekte stengels komen ook voor zoals bruine vlekken op een groene
stengel bij Phyllostachys nigra 'Boryana'. De dikste stengels kunnen bij
ons soms bij de soort Phyllostachys vivax 'Aureocaulis', een doorsnede
krijgen van 10 cm. De dikte evenals de hoogte ook sterk wordt bepaald door
het klimaat. Bamboes kunnen die in hun gebied van oorsprong makkelijk een
doorsnede van 10 cm bereiken maar in de koudere streken kan dit beperkt
blijven tot 3 à 5 cm. De hoogte en dikte van de stengel is dus niet
alleen afhankelijk van de soort maar ook van de klimatologische
omstandigheden.
Bladeren:
Bladeren
van bamboe kunnen forse afmetingen bereiken. De bladeren van de Sasa
tesselata behoren tot de grootste. De bladeren kunnen 45 cm lang en 9 cm
breed worden. De bladeren van de Pleioblastus pygmaeus behoren tot de
kleinste. De bladeren kunnen diverse kleuren aannemen. Groen in
verschillende gradaties is het meest voorkomend. Geel komt echter ook
voor. Bladeren kunnen ook strepen vertonen in de lengterichting. Bekende
verschijningsvormen zijn gele of witte strepen op een groen blad. Soms
zijn de strepen zo breed dat men meer kan spreken van een wit of geel blad
met groene strepen. Het is niet ongewoon dat aan een plant zowel
gestreepte als egaal gekleurde bladeren voorkomen.
Groenblijvend:
Bamboes zijn
groenblijvende planten, vandaar wellicht ook het succes. Niet alle
bamboesoorten kunnen echter een wintergroen bladerdek garanderen. Er zijn
soorten die door de strenge winter zo afzien dat ze niet meer wintergroen
zijn. Gegarandeerd groenblijvend zijn vooral de Phyllostachys soorten:
Phyllostachys aureosulcata, Phyllostachys bissetii, Phyllostachys
decora, Phyllostachys humilis, Phyllostachys nuda en Phyllostachys
viridi-glaucescens. Gevoelige soorten zullen aan het eind van de winter
een wat troosteloze aanblik bieden. Dit is meestal maar van korte duur.
Binnen enkele weken kunnen in het voorjaar de oude verdroogde bladeren
vervangen door massa's nieuwe frisgroene bladeren.
Wortelgestel - woekeren :
Het wortelstelsel van de
bamboeplanten is te onderscheiden in 2 groepen. De tropische soorten
behoren meestal tot de polvormende groep. De meer winterharde soorten
behoren tot de groep die makkelijk lange uitlopers maakt en daardoor sterk
uitbreiden. Er zijn enkele uitzonderingen zoals het zeer winterharde
geslacht Fargesia dat mooie pollen vormt. Woekeraars zijn te vinden bij de
lagere dwergbamboes zoals Sasa en Sasaella en bij de hogere als
Phyllostachys, Pseudosasa en Semiarundinaria. Deze planten zijn ongeschikt
voor de kleine tuin door hun enorme uitbreidingsdrang. Als ze toch in een
kleine tuin worden gebruikt dan kunnen ze te worden ingegraven in een
metselkuip, of graaf enkele kunststof golfplaten in rondom de wortels. Er
mogen geen openingen blijven want de bamboe rizomen zullen er hun weg
door vinden. Woekerende bamboes kunnen dus worden ingeperkt door
een wortelbarrière tot 60 cm diep rond de plant in te graven. Zo voorkom je onaangename verrassingen. Laat je vooraf door specialisten goed inlichten over het groeigedrag van je bamboe!
Bloei:
Bamboe bloeit niet vaak
tot zelden. Sommige soorten bloeien maar 1 maal in de 100 jaar ! Gaat de
bamboe bloeien dan breekt er een moeilijke tijd voor de plant aan. Vaak
gaat de plant dood. Tot een paar jaar geleden was er nog geen goede
verklaring voor het feit dat als een bepaalde soort gaat bloeien dit dan
ook gelijk wereldwijd gebeurde. Ondertussen heeft de wetenschap hiervoor
een plausibele verklaring gevonden: alle hier aangeboden bamboesoorten
stammen meestal af van één moederplant. Doordat afstammelingen van de
moederplant genetisch identiek zijn verklaart ook dat deze planten op
hetzelfde moment in bloei staan.
Lees meer hierover op http://www.tuinkrant.com/tkarchief/tk/info/bamb4b.htm
Standplaats:
Een goede standplaats is
een plaats op het zuiden waar de bamboe beschut is tegen de noorden en
oostenwind. Sommige soorten willen in de volle zon staan maar het
merendeel gedijt het beste in de schaduw. Bamboe groeit natuurlijk ook wel
op de minder gunstige plaatsen in uw tuin maar wordt dan minder hoog en
moet soms extra bescherming hebben tegen de winterkou. Vocht is ook
belangrijk omdat de enorme aantallen bladeren flink wat water verdampen.
Let er echter op dat de wortels niet in het water staan. Daar kan
de plant niet tegen. Bamboes komen oorspronkelijk vaak uit bergachtige
streken waar het vaak regent maar de hellingen zorgen ervoor dat het water
snel wordt afgevoerd. Zorg dus voor een goede, doorlatende maar vochtige
standplaats die niet te snel uitdroogt. De grond moet voldoende
voedingsstoffen bevatten en er mag geen harde laag aanwezig zijn die de
waterafvoer belemmerd. Om het uitdrogen of 'dichtslaan' van een bodem te
voorkomen kan men een mulchlaag aanbrengen. Bladeren en houtsnippers zijn
hiervoor zeer geschikt. In de winter biedt zo'n laag ook enige bescherming
tegen de vorst. Om de structuur van de bodem
te verbeteren kan men tuinturf, stalmest met stro, bladeren en compost in
de grond verwerken.
Bamboes houden van een goed doorlaatbare bodem. Te dichte bodems zijn verantwoordelijk voor wortelverstikking en de groei wordt sterk beperkt. De bodem is bij voorkeur humus- en voedselrijk, met licht zure PH. Bamboe is echter een dankbare plant die op verschillende bodemtypes kan groeien. Bamboes zijn sterk groeiende planten, die heel wat voedsel nodig hebben. In het voorjaar bemesten we daarom met een snelwerkende stikstofrijke meststof, organisch of anorganisch. Om een goede afrijping en afharding van de stengels naar de winter toe te bevorderen, gebruiken we deze meststoffen niet in de zomer of het najaar. Een bijkomende bemesting met siliciummeststof zorgt voor extra
stevigheid van de stengels!
Hoewel de meeste bamboes een
licht beschaduwde en zonnige plaats verkiezen, zijn er toch enkele soorten die in de
diepere schaduw kunnen groeien, zoals F.nitida (Sinarundinaria nitida), F.murielae (Arundinaria murielae) en hun cultivars. Nogal wat
soorten groeien op plaatsen met lichte schaduw. De meeste winterharde
bamboes komen strenge winters door. Soms treedt bladschade op, en soms vriest bij gevoelige types, afkomstig uit subtropische streken, het bovengrondse deel af tijdens een strenge winter. Beschadigde stengels kunnen na de winter worden verwijderd. Dit bevordert ook de uitgroei van nieuwe scheuten en het uitlopen van slapende zijknoppen. De bladranden van Sasa veitchii verdrogen in het najaar en geven dan de aanblik van een
witgerand blad. In oudere hosten kunnen we best oude stengels verwijderen. Dit komt de uitgroei van nieuwe scheuten ten goede. Nieuwe scheuten lopen bij bamboe uit vanaf april-mei tot in het najaar. De meeste Phyllostachys-soorten schieten in het voorjaar, met soms een tweede 'vlucht' later op het jaar.
'Chimonobambusa' scheuten groeien uit in het najaar, en andere soorten kunnen gedurende het hele groeiseizoen scheuten geven. Bamboestengels zijn het bovengrondse, zichtbare deel van de plant. Bamboe groeit namelijk onder de grond. De scheuten ontspringen uit slapende knoppen op het rizoom en de benodigde reservevoeding hiervoor wordt dan gemobiliseerd uit zetmeel dat opgeslagen wordt in de halmen. De bladeren zorgen dan voor bladgroenverrichting en voor voedingsstoffen voor de rizoom.
Grosso modo onderscheiden we een horstvormige groei (planten die mooi op hun plaats blijven), en bamboes met uitlopende, leptomorfe
rizomen. Tot deze laatste groep behoren ook de woekerende bamboes, die op een korte tijd een hele plek kunnen overwoekeren en moeilijk te verwijderen zijn.
Bamboes beschermen in de
winter.
Aangezien bamboe een
bladhoudende plant is, gaat ie ook steeds verdampen, ook in de
winterperiode bij strenge vorst. Stel je maar eens voor hoe zo'n gure
noordoosten wind de verdamping verhoogd. Gelukkig wortelen bamboes in de
bovenlaag van de grond, tot zo'n 50-60 cm diep. Zelfs bij een periode van
langdurige strenge vorst is dat diep genoeg om nog via de haarwortels
vocht op te kunnen nemen.
Bij langdurige vorst
kunnen de planten echter in de problemen raken, de bodemlaag gaat immers
dieper en dieper vervroren. Wat goed kan helpen is voor en tijdens de
winterperiode (voor de vorst) een dikke laag van isolerend materiaal aan
te brengen. Dit kan zowel stro, houtsnippers, dennennaalden als half
verrotte bladeren zijn. Wees niet zuinig, een laag van 20 cm dik is aan te
raden. Vergeet in maart deze winterdek niet te verwijderen zodat de eerste
zonnestralen de grond terug kunnen doen opwarmen.
Bij vorstgevoelige
soorten kan je best de takken en twijgen lekker beschermen. Ga ze
samenbinden of verpak ze in groeivlies, of een ander lichtdoorlatend
materiaal. Bij heel grotere planten is dat bijna niet te doen, maar dan
fungeren de buitenste halmen wel als windbreker, en blijven de binnenste
van schade gespaard.
Winterharde soorten die
echter nog in een kuip staan graaft u in, liefst wat dieper dan de
container of kuip. Ga ook deze planten inpakken. Kijk een beetje uit waar
je de bamboe gaat inkuilen, kies bij voorkeur een goed beschutte
plaats.
Een alternatief is om
gedurende perioden van vorst de plant tijdelijk naar binnen te halen in
een onverwarmde ruimte (garage). Liefst wel op een lichte plaats (geldt
voor alle bladhoudende kuipplanten). Een
verblijf van een paar dagen in het donker is niet direct schadelijk, maar
een langdurig verblijf wel.
Potten
Het is eens de moeite
waard om een bamboe in een pot te plaatsen. Een terras knapt er geweldig
van op als er een mooie terracotta pot staat met daarin een sierlijke
bamboe die ritselt in de wind. Toch moeten we met het een en het andere
rekening houden.
Bamboeplanten maken een
enorm wortelstelsel. Dit betekent dat je na enkele jaren de pot of kuip
helemaal rondgeworteld zal zien. Het water kan dan niet meer goed worden
vastgehouden. Het is daarom beter om de plant altijd na enkele jaren uit
de pot te verwijderen en deze te scheuren. In de winter zal de pot bij
vorst snel bevriezen. Dit betekent dat de plant geen water meer kan
opnemen terwijl de verdamping via de nog volop aanwezige bladeren gewoon
doorgaat. Dit gaat leidt tot uitdroging. De pot zal je naar binnen moeten
brengen. Bij kleine potten zal dit waarschijnlijk geen problemen opleveren
maar bij grote exemplaren wordt het meestal een probleem.
Tijdens de zomer zal je
rijkelijk dienen te gieten.
Hou rekening met deze
nadelen.
|