|
Salix - Salicaceae
Salix is een geslacht met ongeveer 500 soorten winterharde, bladverliezende bomen en heesters die in grootte zeer uiteenlopen. Sommige zijn ´s winters zeer decoratief met hun gekleurde schors en slanke, neerhangende takken, andere hebben donzige, eivormig of cilindrische katjes met mannelijke en vrouwelijke bloemen aan afzonderlijke heesters. Het woord wilg is waarschijnlijk afgeleid van het Angelsaksische welig wat te maken heeft met buigzaamheid. Anderen beweren dat wilg en weide van het oud-Hoogduitse wida of het Latijnse vieo (=vlechtwerk) afstammen. Salix is afgeleid van het Oudindische salila-m wat water betekent. Andere Nederlandse namen voor de Wilg zijn: sappeipenholt, warf, wedele, wie en fluitjeshijt.De mannelijke katjes zijn meestal zijdeachtig en aanvankelijk zilvergrijs, maar worden later, wanneer de meeldraden zich ontwikkelen, geel van de helmknoppen. De vrouwelijke katjes zijn groen en onopvallend. De wilgen behoren tot onze mooiste bomen, de bloei van de wilgen is één der schoonste verschijnselen in de lente. Zowel de vrouwelijke als de mannelijke bloemen verspreiden een heerlijke honinggeur en worden druk bezocht door bijen, zweefvliegen en vlinders om de honing, die in elke bloem door één of twee honingkliertjes wordt afgezonderd.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Bomen
Salix elaeagnos - grijze wilg
|
|
Naam: Salix elaeagnos
Nederlandse naam:
grijze wilg
Familie: Salicaceae
Andere gebruikte benamingen: (Salix incana)
Bloeitijd: 4-5
Bloemkleur: dofgele katjes
Hoogte min-max: 6-20
Bladeren: grijs, aan
randen gekruld, onderzijde viltig
|

Foto
Salix elaeagnos ´Angustifolia´ -
http://www.bluestem.ca/salix-elaeagnos.htm
|
|
Informatie, teelt:
De Salix elaeagnos of
grijze wilg kan ongeknot een boom van 20 meter hoog worden. Zij is ook
als grote struik te vinden van 2 tot 6 meter hoog. De bladeren zijn zeer
smal en lang aan dunne twijgen, 6-15 cm lang, aan de rand omgekruld,
aanvankelijk aan beide kanten grijs behaard, later van boven donkergroen
en kaal, van onderen met witviltig, tegen de herfst goudgeel.
De mannelijke katjes verschijnen in april en mei en zijn dofgeel tot 5
cm lang, slank en een beetje gebogen.
Inheems in Zuid- en Midden-Europa en in Klein-Azië. Hij is een
belangrijke pionierhoutsoort voor kalkhoudende, zandige steengronden.
Met zijn lange, smalle bladeren is hij een van de elegantste
struikvormige wilgen.
Standplaats
lichtbehoefte
zon
- de plant heeft mooie
herfsttinten
- geschikt voor
groepsbeplantingen
- geschikt voor een
solitaire positie in een beplantingsschema
- deze plant verlangt
een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
Zone (USDA):
4-9
|
|