|
Betula - Betulaceae
Berken zijn meestal groene bomen, minder vaak struiken, stammen met opvallend witte schors. De ongeveer 40 berkensoorten komen voor in de noordelijke gematigde gebieden van Europa, Azië en Noord-Amerika. Enkele soorten zijn tot hoog-alpine gebieden doorgedrongen. De meeste ontwikkelen zich tot bomen, die zich kenmerken door hun fijnvertakte, gracieuze groeiwijze, het tere groen van het uitlopende blad, de gele herfstverkleuring en de vaak verblindende stammen. De bladeren zijn verspreid, ongedeeld, meestal sterk gezaagd en donkergroen. Al in de herfst worden de bloemkatje aangelegd. De mannelijke overwinteren naakt, de vrouwelijke beschut door knopschubben. In het vroege voorjaar ontwikkelen de mannelijke bloeiwijzen zich tot lange, slap neerhangende katjes. De vruchten zijn éénzadige, tweevleugelige nootjes, die bij de rijping van de vrucht afvallen. Berken stellen weinig eisen. Ze gedijen op bijna iedere grondsoort, verdragen lage temperaturen en zijn tamelijk goed bestand tegen luchtvervuiling. Hun oppervlakkig groeiende, sterk zuigende wortels concurreren sterk met iedere ondergroei.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Naam: Betula utilis
ssp. jacquemontii
Nederlandse naam:
witstammige zuilberk
Familie: Betulaceae
Andere gebruikte benamingen: (Betula
jacquemontii SPACH.)
Bloemkleur: schors
zeer wit
Hoogte: 15-20 meter
Bladeren: donkergroen,
gele verkleuring
|
|