|
Fagus - Fagaceae
De beuk is een geslacht met 10 soorten bladverliezende bomen, inheems in Europa, Oost-Azië en Noord-Amerika. Ze hebben een gladde, bruingrijze stam en verspreide, eivormige bladeren, en leveren goed timmerhout. Verscheidene exotische soorten zijn in botanische tuinen in cultuur. De mannelijke katjes zijn bijna kogelvormig en lang gesteeld, hangend. De vrouwelijke katjes hebben weinig bloemen, 2 in 1 omhulsel bij elkaar. Het vruchtomhulsel (napje) is stekelig met 4 kleppen uitwijkend. De bladeren zijn ovaal of elliptisch met 5 tot 9 paar zijnerven en een bijna onmerkbaar getande rand, die in de eerste tijd fijn gewimperd is. De beuk wordt vaak gekweekt met bruine bladeren, ook met dieper ingesneden bladeren en in zuilvormige groeiwijzen. Allerlei dieren eten de vruchten, vooral vinken en mezen.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Bomen
Fagus sylvatica 'Purpurea' - rode beuk, purperen beuk
|
|
Naam: Fagus sylvatica 'Purpurea'
Nederlandse naam: rode,
purpere beuk
Familie: Fagaceae
Andere gebruikte benamingen: ()
Bloeitijd: 5-6
Bloemkleur: onbetekende
bloemen
Hoogte: 25-30
Bladeren: bruinachtig blad.
|

|
|
Informatie, teelt:
De Fagus sylvatica 'Purpurea'
is een tot een forse, bladverliezende, zuilvormige boom uitgroeiende
plant. De eerste bruine beuken werden omstreeks 1680 gevonden in en bos in
Zwitserland. Houdt van een kalkrijke grond ! Hij vormt een brede, hoge
boom van 25-30 m hoog. De typische, dicht en laag vertakte habitus is een
majestueuze verschijning in zomer en winter. De bladeren staan verspreid,
op afstaande takken min of meer tegenoverstaand, zijn eirond, 5-10 cm
lang, bruinachtig tot purperkleurig, met gegolfde bladrand. De bladeren
lopen vroeg uit en zijn dan helder purperbruin. Jonge boompjes blijven vaak
de hele winter hun bladeren behouden. De mannelijke bloemen die als
kogelronde toefjes aan lange stelen hangen, zijn van belang als
stuifmeelbron voor bijen. De zaden zijn eetbaar en kunnen heel goed in een
koekenpan met suiker gebakken worden.
Gebruik:
Het zijn bomen voor bossen, parken en, voorzover als laanboom gebruikt,
brede, open groenbermen. Bovendien is dit als struik een ideale haagplant.
Het blad blijft vaak in de winter aan de struiken als een natuurlijke
bescherming tegen zonnebrand. De gewone beuk vraagt een kalkrijke, bij
voorkeur vochthoudende maar toch goed doorlatende, humusrijke, leemachtige
bodem, die goed doorwortelbaar moet zijn. Zware klei, arme droge
zandgronden en natte veengronden met hoge grondwaterstand zijn voor
beukenaanplant ongeschikt. Grote, blijvende veranderingen in de
grondwaterstand en plotselinge veranderingen in de bodemgesteldheid
veroorzaken vaak dat oudere beuken snel afsterven. Het gaat dan
bijvoorbeeld om cultuurtechnische maatregelen of om wateronttrekking in
nieuwe waterwingebieden. In de eerste 30 levensjaren is het
schaduwverdragend vermogen groot. Op oudere leeftijd heeft de beuk echter
het volle licht nodig. Zelf geeft de beuk een diepe schaduw. De schors is
glad, grijzig en vrij dun. Het plotseling blootstellen aan de volle zon,
bijvoorbeeld door opsnoeien of door het wegvallen van nevenstaande beuken
uit een laanbeplanting kan aanleiding geven tot zonnebrand op de bast. In
de steeds grotere bastscheuren kan zich gemakkelijk een slopende infectie
van de Meniezwam (Nectria cinnabarina) vestigen, wat een plotselinge dood
tot gevolg kan hebben. Het verdient dan ook aanbeveling jonge bomen altijd
volledig beveerd en vrij dicht te planten. Geleidelijk opsnoeien dient dan
pas plaats te vinden als de eigen kroon en die van nevenstaande bomen de
beschaduwing van stam en stamvoet volledig kunnen overnemen. Bij het
rooien van enkele bomen uit een rij, waarin de bomen elkaar schaduw geven,
moet men hierop bedacht zijn. Vaak zijn dan stambeschermende
cultuurmaatregelen tegen zonnebrand nodig. Behalve een waardevolle bosboom
en prachtige parkboom, het laatste bij voorkeur in groepen, is de Gewone
beuk op de juiste gronden een waardevolle laanboom op brede bermen en
groenstroken.
Standplaats:
Alle soorten en vormen van de beuk stellen hoge eisen aan bodem en
standplaats. Zij vragen een open en vruchtbare, goede doorwortelbare
bodem. Beuken verdragen geen gesloten verharding. Bij bestaande bomen geen
gras aanleggen, het is het groene doodskleed van de beuk.
Vermeerdering:
Deze rode of purpere beuk wordt uit zaad gekweekt. Daarom kan de kleur en
de grootte van het blad wel eens verschillen. In het voorjaar is de kleur
lichtbruin, gedurende de zomer meer naar het groene verkleurend.
Ziekten en plagen:
Zie voor details in de tuindokter op http://www.tuinkrant.com/tuindokter/
Standplaats lichtbehoefte
halfschaduw
- deze plant verlangt een
kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
Deze
boomvorm komt voor in:
Doorlopende KROONVORM
|
|