Bomen in de strijd
tegen lawaai:
Onze omgeving wordt
steeds meer en meer door lawaai vervuild. Net in onze eigen omgeving, de
tuin willen we echter tot rust kunnen komen. Lawaai
kan je onderdrukken door het ritselen van bladeren van bomen. Bepaalde
bomen ritselen bijzonder hevig, bijv.de ratelpopulier. Het aanplanten van
bomen of heesters met:
+ GROTE, relatief harde en sterke bladeren.
+ met een DICHTE bebladering.
+ met schubvormig over elkaar liggende bladeren.
+ of bladeren die loodrecht tegen de lawaai
invalsrichting staan.
Leibomen:
Leibomen zijn zeer populair.
Lindebomen zijn wellicht de meest gebruikte bomen omdat die zich
gemakkelijk lenen "leiboom" te gebruiken. Ook Acer campestre
'Elsrijk', Carpinus betulus, Platanus acerifolia zijn goed te leiden. Verschillende
soorten en variëteiten uit het linden-assortiment, zoals Tilia vulgaris
(zwarte linde), Tilia vulgaris 'Pallida'(koningslinde), Tilia cordata
'Rancho'(kleinbladige linde),Tilia euchiora (krimlinde) en Tilia tomentosa
(zilverlinde)zijn vooral geschikt voor kleinschalige objecten.
Het typische effect verkrijgt men
door de takken van bij het begin in een horizontaal vlak te laten groeien.
De nog buigzame loten worden langs een draad of tonkinstok (bamboestok) in
de gewenste richting geleid. Dit gebeurt 2 tot 3 groeiseizoenen lang in de
kwekerij. Dan zijn de gesteltakken voldoende stevig om de bomen voor
objecten te verwerken.
Kleurrijke
stammen:
Bomen met
een mooie bast kunnen een extra accent geven voor de wintertuin. Er zijn
wel een paar soorten te vernoemen die wel speciaal met deze eigenschappen
opvallen. Voorzie voor bomen een solitaire plaats centraal in de tuin of
in de border.
Over herfsttijd - planttijd en
het planten van bomen:
Vanaf
oktober kunnen we weer aan het planten en verplanten. Het wordt planttijd
voor bladverliezende bomen en heesters. Coniferen (hagen), rozen,
bosplantsoen, fruit... het kan stilaan allemaal gaan gebeuren,
uitgezonderd tijdens de vorstperioden.
Plantgat:
Maak een
plantgat dat groot genoeg is. De grootste mislukkingen zijn vaak te wijten
aan een te klein plantgat. Je plantgat moet zo groot zijn, dat je steeds
rond om rond de kluit of wortels, de aarde met je voet kan aandrukken,
zonder de kluit (coniferen bijv.) of de wortels (fruitbomen bijv.) te
raken.
Het plantgat
wordt onder voortdurende schudden van de boom (lichtjes op en neer
bewegen) met kruimelige grond gevuld en vervolgens RONDOM de wortels
stevig aangetrapt. Vooraf is de bodem bemest zoals je verder in dit
artikel kan lezen.
Bodem verbeteren:
Je
gebruikt best nooit verse stalmest of compost. Beter is goed verteerde
compost door de ondergrond te mengen. Kan je alleen of vers materiaal
beschikken brengt de stalmest dan helemaal onderaan het plantgat aan.
Strooi een laag van 10-15 cm teelaarde over de verse mest. Daarboven pas
komen de wortels van de aan te planten boom/struik.
Niet elke
mest is gewenst: kippenmest is zeer branderig voor de wortels. Meest
aangewezen is o.a. mest van vee (koeien). Champignonmest, afkomstig van
paardenmest kan ook nog. Doch de meeste en beste voedingstoffen zijn
daaruit verdwenen door de oorspronkelijke teelt (van champignons).
Mogelijks op
natte gronden "zand" doormengen met de aanwezige grond om de
water-luchthuishouding te verbeteren.
Op gronden
met een té lage ph-waarde (zuurtegraad <5 ph) wat zeewierkalk door de
grond mengen. Opgelet, dat geldt niet voor alle planten. Nooit kalk
gebruiken bij het aanplanten van zuurminnende planten: azalea, pieris,
rhododendron, camellia enzoverder.
Is de grond
bij het planten droog dan is water geven aan te bevelen.
Boompaal plaatsen:
Wanneer
je een boom aanplant ga je die steeds voorzien van een boompaal.
Die paal is
voor een hoogstam 2.50 tot 3 m lang, diameter 8 à 10 cm. Plaats hem 60-80
cm diep.
De boompaal
plaats je aan de overheersende windzijde van de aan te planten boom, of
met andere woorden, aan de westenzijde. Bij het aanplanten rondom gebouwen
kan de overheersende wind uiteraard wel verschillen.
Plaatst u de
boompaal aan de verkeerde zijde, dan wordt je uitverkoren exemplaar
continue tegen de paal aangeblazen, waardoor hij beschadigd wordt, de
wortels los kunnen komen te zitten om, misschien wel volledig af te
sterven.
Ook de
opgelopen wonden kunnen aanleiding geven tot ziekten als bijv. boomkanker.

|
Boombinders :
Boombanden
zijn er alom :
- - uit
gerecycleerde rubber
- - uit
plastiband met zgn. rattestaartsluiting
- - uit
rubber/canvas
- - uit
groen gaasband weefsel
- - om jonge
bomen te steunen
- - voor
heesters
- - met een
gesp, met schakels, met en blokkring
- - in een
8-vorm
- - dient al
dan niet genageld te worden : spijkerboomband,
zelfhechtende boombinders,..
Om het even welk
boombindsels breng je steeds best aan in een 8-vorm rondom de
boompaal geslagen en eventueel genageld.
Bij grote,
solitaire boomexemplaren (3.5 m en hoger) worden meestal 3
steunpalen aangebracht in driehoeksvorm en ook als dusdanig
bevestigd.
|
 |
|

|
Gewassen die moeilijk aanslaan:
Niet
alle planten laten zich even makkelijk en met succes verplanten.
Gewassen die
moeilijker aanslaan zijn o.a. de beuk (Fagus) en de eik (Quercus). Plant
een beuk tegen het tijdstip dat de knoppen gaan breken (uitlopen): rond
eind maart-begin april. Kies bij het aanplanten van grotere exemplaren
Fagus (beuk) (2.00 m/+) voor een kluit: zo neem je kwekerijgrond mee
teneinde je plantgat met nuttige wortelbacteriën te 'enten'.
Bomen met
een vlezige wortel, zoals bijvoorbeeld de mooie Liriodendron (tulpenboom)
planten we best met een kluit om het succes op hergroei te verhogen. Tot
dezelfde categorie behoren ook de Magnolia en de Juglans.