|
Rhipsalidopsis - Cactaceae
Rhipsalidopsis is een geslacht met slechts twee soorten overblijvende kasplanten. Ze zijn inheems in de tropische bossen van Zuid-Brazilië. Er zijn een aantal gekweekte hybriden die nog overvloediger en kleurrijker bloeien. De naam is afgeleid van het Grieks: rhips = bies. Opsis betekent: eruit ziend als. Ze vormen 4- tot 5 kantige twijgen, die later een schors krijgen en waaruit platte, knotsachtige stengelleden met een licht gekartelde rand groeien. De randen hebben geelwitte stekels. De leden bezitten brede eindaureolen: hieruit verschijnen nieuwe leden en bloemen. De trompetvormige, vaak hangende bloemen groeien alleenstaand aan de uiteinden van de takken, elke bloem bloeit drie of vier dagen. De planten zijn uitstekend geschikt als hangplant.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Informatie, teelt:
Rhipsalidopsis gaertneri is een sterk vertakte cactus met overhangende stengels, waarvan de bovenste leden plat en de onderste 3- tot 6-hoekig op doorsnee zijn. Elk lid is ongeveer 5-maal iets ingesneden, de rand is purperkleurig, de rest dofgroen. Bloemen eindstandig, 1-3 bijeen, vuurrood, bloemblaadjes wat teruggebogen en lang toegespitst, rode meeldraden en een witte stijl. In tegenstelling tot de kerstcactus bloeit deze paascactus in het voorjaar. De bloeitijd valt in april.
Standplaats
De bloeitijd is door temperatuur en daglengte te regelen. Belangrijk is de rustperiode: wordt deze niet gegeven dan komen er helemaal geen bloemen. Zet ze op de vensterbank, maar niet te zonnig en 's zomers op het balkon. In de zomer royaal gieten en tot augustus af en toe spaarzaam bemest worden. Na de bloei kan de plant verpot worden en daarna wordt hij vaak op een beschutte, beschaduwde plek in de tuin gezet. In de herfst de planten binnenhalen vóór de eerste vorst naar een koele overwinteringsplaats.
Rhipsalidopsis verlangen een zwakzurig substraat (pH 5). Kalk dient men beslist te vermijden! De grond moet steeds vochtig blijven. De lucht mag nooit te droog zijn, anders vallen de leden snel af.
Bloei forceren
In de winter moeten ze licht en koel staan bij 10-15°C. Een temperatuurschok kunnen ze niet verdragen. Het beste voelen ze zich als ze een vaste standplaats hebben, waarbij ze niet worden gedraaid. Bij 17-20°C moet de daglengte beslist onder de 12 uur liggen. Spaarzaam gieten net zoveel dat de plantenleden niet schrompelen.
Vermeerdering
Kan het eenvoudigst door afleggen. Kan ook door stekken in mei topjes van de stengel af te snijden. Vervolgens een dag laten drogen en stekken bij 20-25°C. Rhipsalidópsis gaértneri kan ook worden gezaaid.
Ziekten en plagen
Knopval ontstaat door het draaien van de pot. In de tuin kunnen slakken de planten belagen. Spint en wolluis komen een enkele keer voor.
Voor meer info zie
http://www.tuinkrant.com/tuindokter/
Verzorging
(hou je muis
over het plaatje voor de verklaring van de gebruikte tekens)
-
-
deze plant
is vorstgevoelig
-
deze plant
is wintergroen (groenblijvend)
-
Zone (USDA):
9-11
|
|