|
Informatie, teelt:
De weymouthpijn is
afkomstig uit Centraal en Oostelijk Noord-Amerika. Daar levert deze boom
mooi, zacht en noestvrij hout dat ooit eens in de helft van Europa's
behoeften voorzag. Ook in Amerika en daarbuiten was de weymouthpijn zeer
geliefd. Het was Lord Weymouth die deze pijnboom in 1705 naar Longleat
(UK) meebracht. Daar werd de weymouthpijn al snel aangetast door een
schimmelziekte waardoor hij in de Engelse bosbouw buiten gebruik werd
gesteld.
Een solitaire weymouthpijn wordt in zijn oorspronkelijk habitat tot 65
meter hoog en 10 meter breed. Ze kunnen tot 500 jaar oud worden.

Standplaats:
Groeit bij voorkeur op vochtige, zandige leemhoudende gronden maar arme
zandgronden vormen ook geen probleem. Voortdurend natte kalkrijke
gronden zijn echter minder geschikt.
Toepassing:
Deze pijnboom is een uitstekende den voor het aanplanten van dichte
groepen schermen voor geluidshinder of privacy. Geschikt voor een
snelgroeiend klein bosje. Bijzonder geschikt voor afscheidingen tegen
rook en stof.
Mooie solitair in grote borders mits regelmatige snoei. Voorziet dan een
plaats van 3 x 3 meter.
Groeivorm:
Deze pijnboom groeit snel (zelfs tot 0,5-1,5 meter per jaar) uit tot een
piramidaalvormige boom met vrij korte takken in regelmatige kransen. De
takken staan loodrecht op de stam geplaatst. Jonge takken zijn vrij dun,
fijn behaard en groenblauw. Later gaat de kleur over in diverse groene
tinten. Er is ook een dwergvorm 'Nana'.
Stam: opvallend ook is zijn gladde, grijsgroene glanzende stam.
Naalden: de naalden zijn 8 tot 12 cm lang en staan in bundels van 5. Ze
zijn zilvergroen en iets gebogen.
Kegels: de kegels zijn smal, 10 tot 20 cm lang met vrij brede schubben
die echter tamelijk dun zijn. Ze zijn rijk aan hars en hangen aan dunne
stelen aan de takken naar beneden.
Zaden: de zaden zijn klein en gevleugeld.
Vermeerdering:
Uit zaad.
Ziekten en plagen:
- Weymouthroest
is een schimmelziekte veroorzaakt door Cronartium ribicola. De ziekte
veroorzaakt knobbelachtige kankers waarin zich de aecidiosporen
bevinden. De naalden worden bruin (vallen af) en de zieke takken sterven
langzaam af. Bij jongere planten kan de harttak worden aangetast
waardoor de gehele boom afsterft.
Deze schimmel is een waardwisselende roestzwam waarbij de zwarte bes de
primaire waardplant is. De tussenwaard is Pinus strobus.
Bestrijding:
plant geen zwarte bes in een omgeving van 1 km van de planten. De zieke
takken verwijderen en de wonden afdekken. Zieke schorsplekken uitfrezen
en insmeren met kankerverf. Té zieke bomen rooien en verbranden.
- Dennewolluis
(Pineus pini) op takken en stammen. Deze luizen zijn bedekt met een wit
wollig wasdons. Ze zuigen aan takken en stammen. Ook naalden worden
aangetast waardoor ze gaan afruien en er groeiremming ontstaat.
Bestrijding in de lente (mei) met endosulfan, malathion of mevinfos.
|