|
Cedrus - Pinaceae
Er zijn 4 soorten ceders die bij deze familie horen. Andere naaldbomen, die ook ceders genoemd worden, zijn eigenlijk cipressen. De belangrijkste boom van de oriënt was de Libanonceder. Het is een tot 40 m hoge altijd groene naaldboom, die langzaam groeit. Zijn kroon is eerst breed en kegelvormig, bij oude bomen schermvormig afgeplat. Met forse afstaande takken. De top is rechtopstaand of schuin opzij gebogen. De blauwgroene naalden staan in bosjes op de korte loten en zijn spiraalsgewijs ingeplant. Zij lijken enigszins op die van de lariks. Zij worden om de twee jaar vernieuwd. De bloemen zijn eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde boom). De mannelijke staan rechtop op de korte loten. De vrouwelijke bloemen zijn 1 cm lange lichtgroene of roodachtige kegeltjes. De schors is fijngegroefd en donkergrijs. Alle ceders bloeien in de herfst. De tonvormige, eerst groene, later lichtbruine kegels staan rechtop, bevatten veel hars en zijn pas in het 3e jaar rijp.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Koniferen
Cedrus deodara - Himalayaceder
|
|
Naam: Cedrus deodara Nederlandse naam:
Himalayaceder
Andere gebruikte benamingen: ()
Bloeitijd: -
Bloemkleur:
Hoogte min-max: 50-60
Bladeren: groen, afhangend
|

-
deze plant
bevat geurende
naalden
|
|
|
Informatie, teelt:
Cedrus deodara is inheems in de westelijke Himalaya en is daar de Heilige Boom van de Hindoes. Hij wordt bij ons als sierboom aangeplant. De vrij slanke naaldboom kan 60 m hoog worden. Zijn kroon is kegelvormig met een overhangende top. De naalden zijn spits, dun, zacht, buigzaam en meestal lichtgroen, zelden blauw of grijsgroen. De kegels zijn blauwachtig berijpt, later roodbruin.
-
-
deze plant
is wintergroen (groenblijvend)
-
geschikt
voor groepsbeplantingen
-
geschikt
voor een solitaire positie in een beplantingsschema
-
deze plant
vraagt of gedijt goed op droge gronden
|
|
|