|
Pinus - Pinaceae
Pinus of de den is een geslacht met ongeveer 100 soorten groenblijvende, kegeldragende bomen die in vrijwel alle bosachtige streken op het noordelijk halfrond worden aangetroffen. Ze variëren van kruipende heesters tot bomen die tot 75 m hoog worden, maar het overgrote deel vormt een middelmatig hoge of hoge boom. De grotere soorten hebben een lange, rechte stam en horizontale of opgaande, gewoonlijk vrij dikke takken. De naalden staan, al naar de soort, in bundels van twee, drie of vijf, aan de voet omgeven door een vliezige schede. De kegels zijn houtig, breed en gedrongen, of lang en banaanvormig, bij sommige soorten hebben ze de grootte van een ananas.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Koniferen
Pinus bungeana - pijnboom, den
|
|
Naam: Pinus bungeana Nederlandse naam:
pijnboom, den
Andere gebruikte benamingen: ()
Bloeitijd: 5
Bloemkleur: geel (m) - groengeel (v)
Hoogte min-max: 15-20
Bladeren: glimmend, in bundels van 3
|

Bron foto
http://ispb.univ-lyon1.fr/cours/botanique/
photos_gymnosp/Pinus%20bungeana.jpg
|
|
Informatie, teelt:
Pinus bungeana is afkomstig uit Noord-China en is populair doordat zijn schors, net als bij de plataan, in grote, grillige plakken afbladderen. Men krijgt dan een bontgevlekt geheel, waar alle tinten van krijtwit tot grijsgroen aan bod komen. Bij oude bomen kan de stam bijna geheel wit zijn, maar bij ons ziet men dit zelden. De stam is gewoonlijk op geringe hoogte reeds gevorkt, waardoor een struikvormige boom ontstaat. De kegels zijn rond, 3-5 cm lang en 3-4 cm breed. De kegels zijn opgebouwd uit slechts weinig grote, scherp gestekelde schubben. De naalden staan met drie in een bundels en zijn 6-8 cm lang en glimmend. Buiten China heeft deze den geen economische betekenis, maar als sierboom verdient hij wel wat meer aandacht. In het wild tot 20-30 meter hoog.
Pinus bungeana is veelal aangeplant in botanische verzamelingen.
-
-
deze plant
is wintergroen (groenblijvend)
-
geschikt
voor een solitaire positie in een beplantingsschema
-
plant
heeft opvallende takken, twijgen of schors
|
|
|