|
Prunus - Rosaceae
Prunus is een enorm en gevarieerd geslacht met 430 soorten voornamelijk bladverliezende sierbomen, fruitbomen, heesters, vaste planten edm. Onder de sierheesters zijn vele soorten met de zo geliefde vroegbloeiende roze of witte lentetooi. De meeste soorten zijn winterhard en men kan ze gemakkelijk kweken. Een aantal soorten heeft rijke herfsttinten en enkele ook mooie (lekkere) vruchten. Sierprunussen dragen kom- of schotelvormige bloemen met vijf, meestal afgeronde kroonbladeren. Bij het fruit vinden we kersen, krieken en pruimen. Ook de groenblijvende paplaurier behoort tot dit geslacht.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Informatie, teelt:
Prunus persica ´Redhaven´ is een snelgroeiende boom met een brede kroon. De vruchten zijn groot en geel, rood aan de zonzijde en iets donzig. Het vruchtvlees is donkergeel, sappig, fijn, niet vezelig, fris en aangenaam zuur. De schil en pit laten gemakkelijk los van het vruchtvlees. De rijptijd is vanaf half augustus. Dit ras is de belangrijkste geelvlezige vorm wat betreft opbrengst en kwaliteit.
Smaak:
Men heeft witvlezige perziken en ook geelvlezige perziken. Boomgerijpte witvlezige perziken zouden het lekkerste zijn. Op droge, arme zandgronden is als onderstam de perzikzaailing het meest geschikt. De kwaliteit van de smaak hangt echter meer af van de vruchtgrootte, groeiplaats, ras en rijpheid dan van de kleur van het vruchtvlees.
Plukken:
Belangrijk is ook het uitdunnen van de vruchten. Een overmatige vruchtzetting is een aanslag op de boom en resulteert in kleine vruchten en onvoldoende groei van de scheuten. Ongeveer vier weken na de bloei worden de overtollige vruchten verwijderd, zodanig dat de onderlinge afstand tussen twee vruchten minstens een handbreedte bedraagt. Rijping volgt binnen twee of drieweken. De vruchten aan de boom laten rijpen, om de drie dagen plukken en ze laten narijpen, zodat het vruchtvlees gemakkelijk loslaat van de schil en de pit. De overgebleven vruchten kunnen vervolgens verder groeien en rijpen.
Standplaats:
Een zonnige standplaats en een kalkrijke grond zijn nodig. Te natte standplaatsen zijn nefast. Ze hebben weinig ruimte nodig en behoeven nauwelijks te worden bespoten. De aan de boom gerijpte vruchten zijn vaak net zo lekker als de geïmporteerde vruchten. Perziken hebben vooral veel water nodig tijdens intensieve celdeling, dat wil zeggen kort na de bloei en vlak voor de rijping van de vruchten.
Aankoop:
In het algemeen plant men uitsluitend eenjarige, veredelde planten aan, omdat de oudere exemplaren slechts langzaam groeien en zich haperend verder ontwikkelen. Men plant bij voorkeur in het voorjaar en plaatst de bomen van tevoren een dag lang in water. Snij de sterkere wortels aan het uiteinde glad af en controleer op gezondheid (het snijvlak moet wit zijn).
Planten:
Men plaatst de boom in een diep gat, zodanig dat de entplek ongeveer een handbreedte boven de grond uitsteekt. Het gat wordt aangevuld met humusrijke tuingrond (zonder turfmolm) en drukt de wortels voorzichtig aan. Giet meermaals rijkelijk en dek de boomschijf tegen uitdrogen af met humus, turfmolm, stro of zwarte folie. Ook daarna geeft men regelmatig water. De bomen worden op een onderlinge afstand van 4-5 m aangeplant. De boom moet gesnoeid worden in overeenstemming met de gereduceerde wortelmassa.
Vermeerdering: door veredelen op onderstam door oculatie
-
-
deze plant
is vorstgevoelig
-
geschikt
voor een solitaire positie in een beplantingsschema
-
deze plant
verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
-
deze plant
is ziekteresistent (meeldauw, sterreroetdauw)
|
|