Vitis - Vitaceae



De wijnstok treft men in het wild aan in de gematigde streken van Zuid-Europa en in sommige gedeelten van Noord-Afrika en West-Azië. Men vermoedt dat hij in Klein-Azië rond de Kaspische Zee is ontstaan. De teelt van de wijnstok wordt al enkele duizenden jaren vermeld. De druif, of de wijnstok, werd in Noordwest-Europa door de Romeinen ingevoerd, en werd later vooral in kloostertuinen veel verbouwd. De druif is een winterharde, bladverliezende klimplant, op grote schaal als handelsgewas geteeld om de eetbare vruchten, die worden gebruikt voor het maken van wijn en als dessert. De groene, esdoornachtige bladeren zijn handvormig gedeeld en drie- of vijflobbig in de herfst krijgen ze een rode of paarse tint. De geelgroene bloemen bloeien in hangende pluimen en verschijnen onder glas in maart of april. Ze worden gevolgd door trossen ronde tot eivormige vruchten die bij het rijp worden een goudgroene of roodpaarse kleur krijgen, afhankelijk van het ras. Hoewel ze winterhard zijn, verlangen druiven een lange warme zomer om te rijpen. De wijnstok is zelfbevruchtend.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Fruit 
Vitis vinifera 'Vroege van der Laan' - witte buitendruif 

32618.htm

Naam: Vitis vinifera 'Vroege van der Laan'

Nederlandse naam: druif, wijnstok

Familie: Vitaceae

Andere gebruikte benamingen: (Witte van der Laan)

Bloeitijd: -

Bloemkleur: geelwitte druif

Bladeren: groen

TK Plantengids macro-afbeelding 1024x650 pixels - http://www.tuinkrant.com/downloads - ook verkrijgbaar op cd-rom

Vitis vinifera 'Vroege van der Laan' - witte buitendruif

 


Informatie, teelt:

 Vitis vinifera 'Vroege van der Laan' is een geelwitte druif die bijzonder geschikt is voor de teelt in openlucht. Behoort tot de oude rassen. Plant zijn sterk en vrij goed bestand tegen schimmelziekten, behalve in de kas of serre. Hij wordt gerekend tot de beste witte druif voor openlucht voor ons klimaat. Welke zomer u ook treft, 'Vroege van der Laan' komt steeds tot een aangename productie.

Oogsten:

De druiven zijn rijp eind september- begin oktober. De productie is matig tot goed. Alhoewel de druiven goed eetbaar zijn worden ze vooral gebruikt voor de aanmaak van sappen en witte wijnen.

Standplaats :

De druif houdt van een warme en zonnige standplaats op het zuiden. Kies hoed an ook altijd een plaats die maximaal en langdurig door de zon wordt beschenen. Ideaal is een plaatsje tegen een gevelmuur. Restanten van steengruis en kalk in de grond (oude fundering) zijn meestal bevorderlijk voor een goede groei.

Bodem:

Vitis vinifera 'Vroege van der Laan' kan op elke grondsoort worden geteeld, doch de beste kwaliteit wordt bereikt in de zwaardere bodems zoals de leem- of zandleemgronden. De zandige bodems zijn iets minder geschikt. Bodems met storende lagen zoals ijzersteenlagen of een vaste laat op 30-40 cm diepte benadelen erg de wortelontwikkeling en dienen gebroken te worden vooraleer de druivelaars aan te planten.

Te hoge grondwaterstand waarbij in de herfst- en winterperiode het grondwater tot op 40-50 cm van de grondoppervlakte komt te staan is eveneens nadelig voor de wortels die in deze omstandigheden gaan afrotten.

Druiven vragen een goede grond die diep bewortelbaar is en kalkrijk is. Organische mest en een goede structuur verzekeren een goede groei.

Planten:

In het plantgat wordt turf, teelaarde of een mengeling van tuingrond en goed verteerde stalmest aangebracht. Rond de druivelaar wordt stalmest op de grond gelegd, zodat de ondergrond steeds vochtig blijft en de druivelaar gemakkelijk aanslaat.

Het boompje mag niet dieper geplant worden dan de entplaats, zoniet zou de ent zelf wortels vormen en de onderstam sterft dan af.

Teelt in openlucht:

Openluchtdruiven best telen aan een zuidenmuur of een oostenmuur. Dit kan d.m.v. draden ofwel aan een vrijstaand latwerk. Een afscheidingsdraad met grote gazen is ook heel goed geschikt om druiven te laten groeien. Men kan ook 3 grote palen in de grond kloppen, in de vorm van een driehoek, op een onderlinge afstand van ongeveer 1 à 1.5 meter. Hieraan kan men een grofmazige afsluitingsdraad vastmaken. Hier kan men dan één, twee of drie druivelaars aan planten.

De meest gemakkelijkste teeltwijze in openlucht is als een horizontale snoer. Hiervoor kan men de druivelaars op ongeveer 2-3 meter van elkaar planten. Elke druivelaar voorziet men van een steunstok zodat hij mooi verticaal kan groeien. Na enkele jaren wordt een stevige zijtak bijna horizontaal uitgebogen. Iets boven het horizontale is best. Dit kan reeds op de hoogte van 1 meter, maar het kan ook boven een raam of deuropening gebeuren op bijv. 2 meter hoogte.

Vermeerderen: door stekken

Topkeuze

Standplaats lichtbehoefte

zon

 

 

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!