TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Rubus - Rosaceae



Bramen zijn overblijvende houtige struiken hoofdzakelijk verspreid over het Noordelijk Halfrond. Winterharde, bladverliezende vruchtsoort. Een geslacht met 250 - als men de microsoorten meerekent wel 3000- soorten winterharde rechtopgroeiende of kruipende, groenblijvende of bladverliezende, meestal stekelige heesters. Naast en aantal verhoute planten bevat het geslacht ook enige vaste planten. De bladeren staan verspreid, zijn enkelvoudig, gelobd, handvormig of geveerd. De vijftallige bloemen, wit of roze, staan meestal in eindstandige tuilen of pluimen. De eenzadige, sappige steenvruchten zijn verenigd in een samengestelde vrucht. Sommige zijn eetbaar en smaken bijzonder goed.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Fruitbomen & fruitstruiken (bessen)
Rubus idaeus ´Glen Clova´ - framboos

Naam:  Rubus idaeus ´Glen Clova´

Nederlandse naam: framboos

Andere gebruikte benamingen:

Bloeitijd: 5-6

Bloemkleur: wit, 5-tallig

Hoogte min-max: 2-2.5

Bladeren: gezaagd

Foto van Rubus idaeus ´Glen Clova´, Nederlands: framboos, (Synoniem  ) behorende tot de plantengroep Fruitbomen & fruitstruiken (bessen)

Zoek FOTO op Google

Naar snoeitips in de tuinkrant snoeigids voor het snoeien van Rubus idaeus ´Glen Clova´ Snoeitip

 

Informatie, teelt:

Rubus idaeus ´Glen Clove´ is een vroeg rijpende framboos die nog steeds geliefd is bij de amateur maar zeer gevoelig is voor de frambozenkever. Deze legt eitjes in de bloesem van de vrucht. Bij het rijpen van de vruchten komen uit deze eitjes larven, die van het vruchtvlees eten. Grote, lichtrode vruchten met een aangename zure smaak.

Vruchten:

De framboos kan op talrijke manier worden benut. Bijna alle rassen kunnen worden ingevroren of verwerkt tot jam, gelei of sap. De framboos bevat minder suiker dan andere bessesoorten, maar het gehalte aan mineralen, (calcium, kalium en fosfor), zuren en vitaminen is hoog.

Standplaats:

Als typische bosplant houdt de framboos van een doorlatende, humusrijke grond, waarin hij oppervlakkig kan wortelen. Daardoor stelt hij van alle bessensoorten de hoogste eisen aan de groeiplaats. Hij geeft de voorkeur aan doorlatende leemgrond. Extreem zware grond of grond met stagnerend water komen niet in aanmerking, omdat daar de wortels gaan rotten. In de zomer moet voor voldoende water worden gezorgd. Belangrijk is beschutting tegen wind, zodat de vruchtdragende twijgen niet afbreken. Veel zon bevordert de hoeveelheid en kwaliteit van de oogst. Alleen in extreem koude winters bevriezen in ons klimaat de loten. Problemen ontstaan er eerder met late vorst waardoor de zijtakjes worden beschadigd. Als de samenstelling van de grond niet optimaal is, kan men een 10 cm dikke mulchlaag van stro aanbrengen. Deze bevordert de rijpheid van de grond, remt de verdamping en verhindert de groei van onkruid. Maar een laag stro bevordert wel de schade als gevolg van vorst, omdat de groei van de loten later wordt beëindigd.

Planten en leiden:

De voorbereidingen bestaan uit het omspitten van de grond. Al bij het planten moet men een besluit nemen over de stellage. Meestal gebruikt men een loodrecht hekwerk of een V-vormig systeem. Bij het loodrechte hekwerk kiest men voor een rijafstand van 2-2,5 m. Vóór het opbinden van de loten bevestigt men op stevige palen spandraden op 0,7 en 1,5 m hoog. Daarna plant men de jonge spruiten op een onderlinge afstand van 60 cm in rijen. Lastig bij het loodrechte systeem zijn de nieuwe scheuten die naast de vruchtdragende loten ontstaan en het oogsten bemoeilijken. Bovendien worden ze bij de oogst deels beschadigd. Beter gaat het door middel van de V-stellage. Twee rijen palen zet men dan schuin tegenover elkaar. Op een hoogte van 1,6 m brengt men een spandraad aan. De beide uiteinden van de V moeten op die hoogte 1,1 m uit elkaar staan. Omdat de vruchtdragende twijgen schuin naar buiten staan, is er voldoende plaats voor vruchtdragende loten in het midden van de V. De vruchten zijn eenvoudig te oogsten. De jonge loten worden daarbij ontzien. De plantafstand in de V-beplanting bedraagt 40 cm.

Bemesting

Meststoffen bevorderen de groei van jonge loten en moeten jaarlijks worden toegediend. Als het stikstof aanbod hoger is dan 8 gram per m2 worden de loten te sterk, zodat men met verlies aan opbrengst rekening moet houden. Na eind juni mag men geen stikstof meer toedienen, omdat anders de loten te gebrekkig rijpen en gemakkelijker bevriezen. Bemesting met
een organische meststof als stalmest of beendermeel is eveneens mogelijk en aan te bevelen.

Snoeien

Er wordt onderscheidt gemaakt tussen de snoei van zomerrassen en de herfst dragende frambozenrassen.
Zie hiervoor onze snoeigids

Ziekten en plagen

Grauwe schimmel kan de rijpe vruchten en de jonge loten aantasten.
De frambozenkever legt haar eieren op de bloemen. De larven ontwikkelen zich in de bloembodem of doen zich te goed aan de vrucht.
Voor details zie onze tuindokter op http://www.tuinkrant.com/tuindokter/

Vermeerdering: door worteluitlopers of weefselkweek

 

 

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!