TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Prunus - Rosaceae



Prunus is een enorm en gevarieerd geslacht met 430 soorten voornamelijk bladverliezende sierbomen, fruitbomen, heesters, vaste planten edm. Onder de sierheesters zijn vele soorten met de zo geliefde vroegbloeiende roze of witte lentetooi. De meeste soorten zijn winterhard en men kan ze gemakkelijk kweken. Een aantal soorten heeft rijke herfsttinten en enkele ook mooie (lekkere) vruchten. Sierprunussen dragen kom- of schotelvormige bloemen met vijf, meestal afgeronde kroonbladeren. Bij het fruit vinden we kersen, krieken en pruimen. Ook de groenblijvende paplaurier behoort tot dit geslacht.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Fruitbomen & fruitstruiken (bessen)
Prunus domestica - pruim, ronde pruim, eierpruim

Naam:  Prunus domestica

Nederlandse naam: pruim, ronde pruim, eierpruim

Andere gebruikte benamingen:

Bloeitijd: 4-5

Bloemkleur: wit

Hoogte min-max: 4-10

Bladeren: groen, ovaalvormig

Foto van Prunus domestica, Nederlands: pruim, ronde pruim, eierpruim, (Synoniem ) behorende tot de plantengroep Fruitbomen & fruitstruiken (bessen)

Zoek FOTO op Google

Naar snoeitips in de tuinkrant snoeigids voor het snoeien van Prunus domestica Snoeitip

 

Informatie, teelt:

Prunus domestica, de eigenlijke pruim, wordt ook wel ronde of eierpruim genoemd. Er zijn een groot aantal rassen in allerlei verschillende kleuren. De vruchten rijpen meestal iets eerder dan die van de kwets: ze zijn rond tot ovaal en hebben een duidelijke inkeping.

Ze zijn geelrood tot blauwen meestal berijpt. Het vruchtvlees is zacht, valt bij koken uiteen en is groenachtig- tot goudgeel. Het is sap pig, zoet en heeft een heerlijke smaak. Niet alle rassen hebben een losse pit. De pit zelf is rondachtig en buikig.

Onderstammen

De boomgrootte kunnen bij pruimen worden beïnvloed door de keuze van geschikte onderstammen:

* Op slechte grond en op de rand van het verspreidingsgebied zijn als onderstam aan te bevelen Myrobalanna en Mariapruim GF8-1. Beide zijn snelgroeiend en geschikt voor grote bomen. Er kan pas in het vierde of zesde jaar worden geoogst.

* Voor goede, diepe grond worden St. Julien-onderstammen aanbevolen (St. Julien A, GF 655-2, St. Julien d'Orléans). Rassen op deze onderstammen blijven kleiner, krijgen eerder vruchten en de opbrengst is regelmatiger.

* Voor zeer goede grond en een intensieve verzorging worden Ishtara en Feroley aanbevolen. Deze onderstammen induceren een zwakke groei.

Standplaats:

Pruimen houden van een kalkrijke standplaats in de volle zon. De bekende fruitproductiegebieden zijn meestal op zwaardere kleigronden gelegen, maar ook op zandgrond zijn pruimen te kweken. Door eens per jaar kalk toe te dienen en meerdere malen per jaar koemestkorrels of compost te geven houdt u de bomen gezond.

Geschiedenis

De wilde vormen komen waarschijnlijk uit de Kaukasus, respectievelijk Klein-Azië. Men vermoedt dat de huidige rassen zijn ontstaan door natuurlijke kruising in de late Steentijd tussen Prunus cerasifera (kerspruim) en Prunus spinosa (sleedoorn).
In Griekenland werden pruimen al 2500 jaar geleden geteeld. Opgravingen uit de Steentijd langs het Bodenmeer in Duitsland hebben uitgewezen dat daar toen al kwetsachtige vormen groeiden.

Vermeerderen door zaaien of afnemen van grondscheuten.

  • Standplaats lichtbehoefte: zon

  • geschikt voor een solitaire positie in een beplantingsschema

  • deze plant verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)

BESTUIVING
 
Bestuivingtabel voor pruimen

 

 

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!