Phaseolus - Fabaceae



Stok- en pronkbonen komen nog steeds in het wild voor in Zuid-Amerika. Ze werden omstreeks 1550 vanuit Peru en het Zuiden van Amerika naar onze contreien binnengebracht. Dit geslacht omvat een breed scala aan variëteiten waarvan de snijboon en prinsessenbonen het meest populair zijn geworden. Een minder gekende groente die tot dit geslacht behoort zijn de Taugéboontjes. Zij zijn afkomstig uit het zuiden van Azië en worden tegenwoordig op grote schaal geteeld in Afrika. Tot dit geslacht behoren o.a. : pronkboon, snijboon, slabonen, stamslaboon of stambonen, citroenbonen of droge bonen en taugéboontjes of Katjang idjoe.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten  - Snijboon, staakboon

10642.htm

Naam: Phaseolus vulgaris

Nederlandse naam: snijboon, staakboon

Familie: Fabaceae

Andere gebruikte benamingen: (P. vulgaris ssp. vulgaris)

Plantbeschrijving: 

Stoksnijbonen hebben lange, platte, brede peulen en ze worden altijd voor het gebruik gesneden. Stoksnijbonen groeien langs stokken of draden. De peulen zijn langer dan van stamsnijbonen. Je kan met stokbonen op een kleine oppervlakte toch een grote opbrengst halen.
Bonen zijn voor het grootste deel afkomstig uit Centraal-Amerika. In de zestiende eeuw is de teelt in Europa begonnen. Aanvankelijk werden bonen geteeld voor de droge, rijpe zaden. Later werd ook het gebruik van de onrijpe peulen gekend. Een belangrijke stap was de komst van de boon zonder draad.

Bonen behoren tot de vlinderbloemenfamilie. Deze familie heeft de eigenschap dat er zich op de wortels kleine, ronde knolletjes bevinden die gevormd worden door symbiose of samenwerking tussen de plant en stikstofbacteriŽn. Deze bacteriŽn, die in de wortel van de plant een geschikt substraat vinden om zich te handhaven en te vermenigvuldigen, bezitten het unieke vermogen om stikstof uit de lucht om te zetten in stikstofvormen die de plant als voedsel kan opnemen.

Standplaats: 

De grond waarin we bonen willen zaaien moet al voldoende opgewarmd zijn en mag niet te nat zijn. In een te natte en te koude grond komen bonen gewoonweg niet op. Ook de kiemplantjes zijn nog heel gevoelig voor kou en vocht. Doordat volgroeide bonen een oppervlakkig wortelstelsel hebben, kan de plant na enkele dagen wateroverlast al afsterven. Tijdens de periode van de bloei en van de peulvorming mogen bonen niet te droog staan. Alhoewel we bonen liefst niet te veel beregenen, kan het toch nuttig zijn om een geultje langs de planten te maken en hierin wat water te laten lopen tijdens de bloei en de periode van vruchtvorming. Te weinig water in die periode kan ervoor zorgen dat de peulen kort zijn en te weinig zaden bevatten.

Bonen met draad zullen bij droog en warm weer nog meer de neiging hebben draad te vormen. Vruchtafwisseling is bij bonen minder belangrijk, zolang we maar geen bonen zaaien na een vlinderbloemige (bonen, erwten, tuinboon). Er wordt aangeraden ťťn maal per vier jaar terug te keren met vlinderbloemigen op hetzelfde perceel.

Zaaien en planten: 

Stokbonen worden best gezaaid ten laatste begin juni. Let er op dat je bij stokbonen de bonen aan de binnenkant van de stokken zaait, zo groeien ze gemakkelijker langs het raamwerk. Leg een vijftal zaden per stok. Je kan natuurlijk ook stokbonen voorzaaien en dan bij de stokken uitplanten. Zo kan je nog wat vroeger oogsten.

Bemesting: 

De bemesting hoeft bij bonen niet zo groot te zijn. Je zou bijvoorbeeld 80 gram/m≤ van een samengestelde meststof 12-12-17 kunnen strooien. Als je een commerciŽle, gedroogde organische meststof wil gebruiken dan gebruik je ongeveer 150 gram/m≤ van een benaderende samenstelling 6-7-8. We strooien de meststoffen bij het klaarleggen van de bodem omdat bonen een oppervlakkig wortelgestel hebben. Strooi zeker niet meer kunstmeststoffen dan de aangegeven dosis, want bonen zijn gevoelig voor te veel zouten in de grond tijdens het kiem- en jeugdstadium. Dan is er groeiremming en zien we naar beneden opgerolde en gele bladeren. Bij stokbonen kan het nuttig zijn nog een tweetal keer gedurende het seizoen bij te bemesten met een 60 gr samengestelde meststof 12-10-18 per m≤.

Verzorgingstips: 

Er zijn heel veel mogelijkheden voor het bouwen van het steunmateriaal bij stokbonen. De hoogte van de staken of stokken voor de stokbonen is minimum 2,5 m voor slabonen en 3 m voor snijbonen.
Bamboe- of tonkinstokken zijn hiervoor ideaal. Als je een raamwerk maakt met touwen is er meer kans op het afzakken van de plant.
De meest gebruikelijke wijze is om op een bed van 1 m breed aan beide zijden een rij stokken te steken, tegenover elkaar geplaatst in schuine richting. De stokken staan dan op een afstand van 60 cm. De twee elkaar kruisende stokken worden op een hoogte van 2 m aan elkaar vastgekoppeld aan een boven de kruispunten aangebrachte dwarsligger.
Meer en meer wordt er ook gebruik gemaakt van klimnetten met een hoogte van 2 m.

Ziekten en plagen: 

Zwarte boneluis kan soms de boneplant aantasten. Zorg voor planten met een evenwichtige groei, zowel een te zwakke als een te sterke groei bevordert de aantasting door boneluis. Oost-Indische kers trekt de zwarte luis aan.
Bonevlieg legt eitjes in de grond nabij het zaad. De larven vreten aan de kiemende bonen. Als de eerste echte bladeren verschijnen is er geen gevaar meer voor aantasting. Niet zaaien na spinazie en geen verse mest gebruiken zijn maatregelen om de bonevliegaantasting te verminderen. Ook is het beter een veertiental dagen voor het zaaien de grondbewerking uit te voeren. Je kan ook rekening houden met de periodes waarin de bonevlieg rondvliegt, dit zijn eind mei, begin juli en half augustus. Vroeg zaaien en zaaien half juni is dus ideaal. Als je onder vliesdoek zaait is de kans op aantasting kleiner.
Staakbonen hebben soms last van spint, die zuigschade veroorzaken. Eerst zijn er gele vlekjes, later wordt het blad helemaal bruin en sterft af.
Grijsrot of Botrytis kan zowel op het blad, de bloem als de vrucht grijze schimmelvlekken veroorzaken. Heel dikwijls is het zo dat het bloemrestje aan de peul blijft handen en daar begint te schimmelen. Voldoende ruim planten zodat de plant voldoende kan opdrogen is hier de boodschap.

Oogsten: 

Laat de bonen niet overrijp worden. Deze zijn draderig en de zaden zijn als bobbels in de peul zichtbaar.
Regelmatig oogsten is belangrijk om de resterende kleinere boontje goed te doen uitgroeien.

Bewaren: 

Bonen laten zich niet zo makkelijk bewaren. Diepvriezen en steriliseren zijn de alternatieven. Maar beter nog zorg je voor een regelmatige uitzaai van een kleine hoeveelheid zodat je de ganse zomer en herfst kan oogsten.

Recept: Pittige kip met snijbonen

Voor 2 personen heeft u nodig:
2 kippenpoten
olijfolie
1 grote ui in ringen
1 geraspt teentje knoflook
1 rode Spaanse peper in ringetjes
1 theelepel gemberpoeder (djahť)
1 theelepel gedroogde basilicum
1 eetlepel pindakaas
1 ŗ 2 eetlepels koffieroom
500 gram snijbonen, schoongemaakt en in stukken van ca. 2 cm gesneden.

Kook de snijbonen gaar zoals u gewend bent en laat ze uitlekken.
Verhit olijfolie in een pan en bak hierin de kippenpoten snel goudbruin. Haal ze uit de pan en bak in het achtergebleven vet de uiringen met de Spaanse peper op niet al te hoog vuur zacht en glazig. Bak de laatste minuut de knoflook even mee. Roer er dan de gedroogde basilicum en het gemberpoeder door, leg de kippenpoten op het mengsel, sluit de pan, zet de warmtebron laag en laat de inhoud in ca. 30 ŗ 40 minuten lekker gaar worden. Na ca. 20 minuten de poten een keer omdraaien. Haal de poten nogmaals uit de pan, roer de pindakaas met de koffieroom door de inhoud en schep er de gare en uitgelekte snijbonen door. Leg de poten weer in de pan en laat het geheel nog even door en door warm worden.

N.B.:
Als u er niet aan gewend bent, haal dan liever de zaadjes uit de Spaanse peper. In plaats van Spaanse peper kunt u ook een theelepeltje sambal gebruiken!


Bron : http://www.people.zeelandnet.nl/vdwindt/koken/jokwi001.htm 

 


Teeltschema: snijboon,
staakboon

 

 

Met medewerking van Luc Dedeene,
redacteur voor de tuinkrant over
het telen en verzorgen van groenten: 
http://www.plantaardig.com

 

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!