Capsicum - Solanaceae



Wie aan Capsium denkt, denkt direct aan de Paprika of Spaanse Peper, zowel als groente als éénjarige sierplant. Verschillende soorten pepers heten in gemalen toestand Cayennepeper en Chilipeper. Paprika is afkomstig uit Midden en Zuid-Amerika. In het begin van de 16de eeuw brachten veroveraars de planten mee. Hun doel van de reis was meestal Spanje, vandaar de benaming Spaanse pepers. Zoals vele andere voedingsgewassen was dit gewas oorspronkelijk een siergewas.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten  - Paprika

15186.htm

Naam: Capsicum annuum

Nederlandse naam: paprika

Familie: Solanaceae

Andere gebruikte benamingen: (C. annuum annuum)

Plantbeschrijving: 

Paprika's zijn er in allerlei kleuren, maar vooraleer ze een kleur krijgen zijn ze allemaal eerst groene paprika's. Groene paprika's oogst je dus van iedere soort als je dat wil.

Standplaats: 

Paprika's houden van een warme en zonnige standplaats. De teelt in open lucht is niet echt een aanrader. Een warme zomer zal dan onmisbaar worden.

Zaaien en planten: 

Aangezien paprika een trage groeier is moeten we tijdig beginnen met de planten opkweek, indien we dit zelf wensen te doen Dit moet gebeuren zo'n 10 weken of nog vroeger voor het uitplanten.
Wat betreft de zaadkeuze kunnen we ons beperken tot de zaadvaste rassen. In tegenstelling tot bij tomaat waar de veel duurdere hybride rassen wel te verantwoorden zijn is er bij paprika een gering productieverschil tussen hybridenrassen en andere rassen, althans voor de liefhebber. het voordeel van zaadvaste rassen is ook dat we gemakkelijk zelf zaad kunne opdoen. Haal uit een rijpe vrucht de zaadlijsten, tracht deze zoveel mogelijk spoelen in water en laat deze onmiddellijk op een stuk krantenpapier in een droge ruimte opdrogen
De zaaigrond bestaat uit 4 delen potgrond en 1 deel mager zand. Dit wordt dan goed bevochtigd en opgewarmd tot een temperatuur van 23° C. Het zaaien gebeurt door het zaad bovenop te verspreiden, water te geven met lauw water en af te dekken met een dun laagje mager zand. Het geheel gaan we afdekken met een glasplaat. De glasplaat zorgt voor een voldoende hoge temperatuur en belet tevens dat het zaaisubstraat gaat uitdrogen. Direct nadat de zaden beginnen te kiemen wordt de glasplaat verwijderd. Water geven gebeurt nu met een verstuiver. Eenmaal de kiemblaadjes volledig zichtbaar hoeven wij helemaal niet zoveel water meer te geven.

Zaai niet te dik zodat we eventueel het verspenen wat kunnen uitstellen. Dit is vooral van belang wanneer we te weinig verwarmde ruimte ter beschikking hebben. Hou er ook rekening mee dat maximum 70% van het zaad bovenkomt, dit is helemaal niet te wijten aan een slechte behandeling!

Het verspenen kan gebeuren wanneer het eerste echte blaadje te voorschijn komt. Dit is zo'n 14 dagen na het zaaien. Eventueel kunnen we wachten tot het tweede echte blaadje te voorschijn komt. Wees zeer streng bij de selectie van het verspeenmateriaal. Plantjes die duidelijk kleiner zijn dan de rest gebruiken we beter niet. Ook als de kiemblaadjes wat misvormd zijn is het mogelijk dat dit een slechte plant oplevert. Het verspenen gebeurt best in potten met een diameter van 12 cm gevuld met universele potgrond. Op die manier kunnen we het uitplanten zo lang mogelijk uitstellen. Om voetziektes te vermijden zorgen we ervoor dat de kiemblaadjes bij het verspenen boven de potgrond uitkomen.

Een te lage temperatuur tijdens de opkweek zorgt ervoor dat onze planten "stilvallen". Als we de indruk hebben dat onze plantjes te bleek staan dan kan dit te wijten zijn aan te veel water. Een andere oorzaak zou kunnen zijn dat er te weinig stikstof in voorraad is. Vooral wanneer het onze bedoeling is grotere planten in plastiekpot op te kweken kunnen we dan voor voeding zorgen door bijvoorbeeld 4 gram blauwe korrel per liter gietwater op te lossen.

Goed en breed uitgegroeid plantmateriaal is belangrijk om later ook een grote plantbelasting met vruchten te kunnen aanhouden.
Het planten.

Onder glas planten we ten vroegste eind april bij zacht weer,anders wachten we best tot 1 mei. Plant niet te vroeg, want de koude kan veel meer kwaad doen dan een week later planten. Te vroeg planten kan een groeistilstand veroorzaken Een week vroeger planten in een koude periode betekent helemaal niet dat je ook een week vroeger zult kunnen oogsten. We moeten planten in een opgewarmde grond, dit betekent een minimale grondtemperatuur van
15° C. Houden we dit niet in acht dan stijgt de kans op wortel- en voetziektes.

Als er geen andere gewassen in de kas aanwezig zijn kunnen we dit bekomen door de ramen enkele dagen volledig dicht te houden. Andere mogelijkheden zijn : de grond afdekken met plastiek, werken met een broeivuur of planten op een heuveltje. Een plant is plantklaar als het eerste bloempje duidelijk te zien is.

We streven naar een plantdichtheid van 2,5 tot 3,5 planten per m2, dit hangt ervan af of we kiezen voor het tweestengelsyteem of driestengelsysteem. Bijvoorbeeld 80 cm tussen de rijen en 50 cm in de rij of 70 cm tussen de rijen en 40cm in de rij.

De potkluit moet bij het uitplanten goed vochtig zijn, want de plant moet de eerste dagen hieruit zijn reserves gaan putten. Draag er zorg voor dat er geen wortelbreuk is bij het uitplanten.

We letten er op dat de bovenkant van de potkluit niet bedekt wordt met serregrond, daardoor stijgt de kans op voetziektes. De kiemblaadjes mogen dus zeker niet onder de grond terechtkomen.

Om het aanspoelen van de grond en de inworteling te bespoedigen gieten we aan met water van ongeveer 20° C.

Ook is het mogelijk om paprika's in emmers te kweken, met daarin een mengsel van potgrond (2/3) en turf (1/3). We werken dan altijd met twee stengels per plant ( te geringe groeikracht). Dan is het zeer belangrijk bijna dagelijks water te geven in een hoeveelheid, afhankelijk van het weer. Dan moeten we in ieder geval meststoffen oplossen in het gietwater.

Bemesting: 

De jaarlijkse organische bemesting moeten we blijven verzorgen. Als uit een grondontleding zou blijken dat het C% meer bedraagt dan 5% dan moeten we hierin niet meer overdrijven. Het koolstofpercentage is immers ongeveer het dubbel van het humusgehalte van de grond. Een koolstofpercentage van 5% is een humuspercentage van 2,5%. En dat is ruim voldoende. Een hoger percentage kan immers ook nadelen opleveren.

Om een goede zoutconcentratie te bekomen op een grond waarop sla gekweekt werd en die in de herfst doorgespoeld werd geven we best een goede voorraadbemesting met bijvoorbeeld 90 gram patentkali per m2 en 80 gram ammoniumnitraat (bevat 27% stikstof)per m2. (In Nederland wordt ammoniumnitraat ook dikwijls kalkammonsalpeter genoemd)

(Opmerking: de meststof patentkali bevat 30% Kalium en ook 10% Magnesium. Het is een meststof die uit kalimijnen gedolven wordt en is dus niet chemisch vervaardigd. Vandaar dat de meststof ook in de biologische tuinbouw gebruikt wordt. 

Patentkali is een meststof die goed is voor alle vrucht- en wortelgroenten: de stevigheid en de kleur van de vrucht of wortel/knol wordt erdoor bevorderd

Ofwel kiezen we voor 150 gram blauwe korrel 12-12-17 + 4, hoewel de voorraad kalium in deze meststof eigenlijk te klein is. (12% stikstof, 12% fosfor, 17% Kalium, 4% Magnesium). Eventueel kunnen we dus ook kiezen voor een andere samengestelde meststof met een voldoende hoeveelheid kalium in aanwezig.

Om verbranding te vermijden moeten we deze meststoffen goed verdelen over een diepte van 30 cm.

Als er in de herfst niet of weinig gespoeld werd strooien we best minder meststoffen dan hier aangegeven :

Stikstof : matig in het begin
Fosfor : belangrijk bij de jonge plant
Kalium : belangrijk voor de kwaliteit van plant en vrucht
Magnesium : belangrijk voor groen blijven van de oudste bladeren

Verzorgingstips: het gewasonderhoud.

De snoei van de paprikaplant is zeer belangrijk, zowel de snoei van de vruchten als de snoei van de scheuten.
Een paprikaplant zal de eerste twintig centimeter als één stengel uitgroeien. In dit stadium moeten we enkel de zijscheuten verwijderen, bloemen zijn er op dat moment nog niet.
Na een tiental bladeren krijgen we de eerste splitsing van de scheuten. Deze scheuten zullen op hun beurt na ieder blad opnieuw splitsen.
Op dit moment moeten we kiezen voor twee of drie stengels per plant. Willen we meer groeikracht dan kiezen we voor twee stengels per plant. Willen we plantkosten uitsparen dan kunnen we ook kiezen voor drie stengels.
De eerste vijf à zes bloemen zullen we, om een groeikrachtige plant te bekomen verwijderen.
De zijscheuten zullen we iedere keer toppen op twee bladeren. Op die manier houden we een hoofdstengel over met telkens zijscheutjes die getopt zijn op twee bladeren.
Op deze zijscheuten verwijderen we alle bloemen. We laten alleen vruchten uitgroeien op de hoofdstengels. Als we teveel vruchten laten uitgroeien, dan zal de plant plots een groeistilstand vertonen. Pas als de vruchten geoogst zijn gaat de groei verder en komen er nieuwe vruchten. Op die manier hebben we grote periodes waarbij er geen vruchten kunne geoogst worden. We laten in het begin slechts een drietal vruchten per stengel uitgroeien. Bij zwakke planten starten we met twee vruchten per plant.
Van deze drie vruchten kunnen we er dan twee oogsten, de derde vrucht laten we hangen om ook rode paprika's te bekomen. Willen we allemaal rode paprika's oogsten, dan zal de plant te lang belast blijven en zal de oogst op het einde van het seizoen klein zijn. Daarom oogsten we ook groene paprika's. Groene paprika's zijn oogstklaar als we de vrucht niet meer kunnen induwen en als de vruchtkleur overgaat van bleekgroen naar donkergroen.
Iedere keer als we vruchten oogsten zullen we zien dat de plant een nieuwe groeiimpuls krijgt en er nieuwe vruchten bijkomen.
Tracht in ieder geval het aantal volgroeide vruchten per stengel op maximum drie te houden. Daarom moeten we wekelijks oogsten.

Ziekten en plagen: 

Weinig problemen met schimmelziektes, als we tenminste niet al te vochtig gaan telen.
Spint kan een probleem scheppen, net zoals witte vlieg.

Oogsten: 

Aangezien snoei en vruchtenoogst hand in hand gaan werd alles vervat bij de verzorgingstips hierboven.

Recept: Bijgerecht voor 4 personen

Nodig: 4 rode of gele paprika's, 300 gram geblancheerde grootbladige spinazie, zout, peper, 50 gram zwarte olijven (ontpit en klein gesneden), 1 ui in ringen, 2 eetlepels fijngeknipte basilicum, 2 sneetjes brood (zonder korst en in blokjes), 2 eieren, 1 dl crème fraîche, 100 gram geraspte kaas.

Verwarm de oven voor op 220 °C. Leg de paprika's ca. 30 minuten op een rooster in de oven tot het vel donker wordt. Laat de paprika's buiten de oven uitdampen in een plastic zak. Schakel de oven terug tot 200 °C Ontvel de paprika's, halveer ze en verwijder zaad en zaadlijsten.

Vet een ovenschaal in. Leg de paprika's hier met de open kant naar boven in. Vul ze met een
mengsel van goed uitgelekte spinazie, zout, peper,olijven, uiringen, basilicum en blokjes brood.

Klop de eieren los met de crème fraîche en kaas en schenk dit mengsel over de gevulde paprika's.

Zet de schaal ca. 20 minuten in het midden van de warme oven tot de paprika's zijn gegratineerd.

Voorbereidingstijd: 40 minuten, bereidingstijd: 30 minuten

Voedingswaarden per persoon:
Kilojoule 1300
calorieën 200
Vet (gram) 21

Teeltschema: paprika

 

 

Met medewerking van Luc Dedeene,
redacteur voor de tuinkrant over
het telen en verzorgen van groenten: 
http://www.plantaardig.com

 

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!