Lycopersicum - Solanaceae



De tomaat is een sterk vertakte, vaak half-liggende, eenjarige plant die om de eetbare vruchten worden gekweekt. De tomaat is oorspronkelijk afkomstig uit Latijns-Amerika en in de 16 de eeuw eerst als sierplant hier naartoe gehaald. Pas vele jaren later leerde men het gewas om zijn eetbare vruchten te waarderen. In de loop van de 20e eeuw is deze subtropische plant helemaal als groenten in onze streken ingeburgerd. Stengels en bladeren zijn giftig!

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten  - Tomaat

29979.htm

Naam: Lycopersicum esculentum

Nederlandse naam: tomaat

Familie: Solanaceae

Andere gebruikte benamingen: (Solanum lycopersicum; Solanum esculentum)

Plantbeschrijving: 

De tomaat behoort tot de familie van de nachtschadigen. Heel wat andere cultuurplanten behoren tot deze familie. Dit heeft als gevolg dat ook bepaalde ziekten op al deze verschillende planten kunnen terugkomen. Voorbeelden van planten die ook tot de familie behoren zijn: paprika, Aubergine, Aardappel, Zwarte nachtschade, Datura, pepers.

De aardappelplaag kan zowel op aardappelen als op tomaten voorkomen. Kurkwortel, een groot probleem bij tomaat kan ook bij paprika schade veroorzaken.

Meloen en komkommer behoren niet tot deze familie en zijn dus geschikt als vruchtwisseling bij tomaat.
We maken ten eerste een onderscheid tussen de zaadvaste rassen en de hybride rassen. De zaadvaste rassen hebben als voordeel dat het zaad goedkoper is en dat je zelf zaad kan opdoen. Het grote nadeel is onmiskenbaar de kleinere vruchten en de kleinere productie. Het zaad van hybridenrassen is veel duurder, dit kan zelfs gaan tot zeven frank per zaadje maar de productie van deze rassen is spectaculair tegenover de zaadvaste rassen. Het grote nadeel is dat je er zelf geen zaad kan van opdoen. Deze rassen zijn niet zaadvast. Dit komt doordat men bij de productie van dit zaad kruisbestuiving toepast, terwijl een tomatenplant van nature uit zelfbestuivend is, d.w.z. dat het stuifmeel terechtkomt op de stamper van dezelfde bloem. Dit verklaart ook de duurte van het hybridenzaad, men moet die kruisbestuiving immers met de hand gaan doen.

Standplaats: 

Tomaten vragen een warme, zonnige standplaats. De grond is goed voorzien van voeding en bezit een doorlatende structuur.

Zaaien en planten: 

We zaaien ongeveer acht weken voor het uitplanten.

Temperatuur (ideaal):

KIEMING 22-25°C 
TOT VERSPENEN 20-23°C
TOT OPEN ZETTEN 18- 20°C

De zaaigrond bestaat uit 4 delen potgrond en 1 deel mager zand. Dit wordt dan goed bevochtigd en opgewarmd tot een temperatuur van 20°C. Het zaaien gebeurt door het zaad bovenop te verspreiden en af te dekken met een dun laagje mager zand. Het geheel gaan we afdekken met een glasplaat.

De glasplaat zorgt voor een voldoende hoge temperatuur en belet tevens dat het zaaisubstraat gaat uitdrogen. Zaai niet te dik zodat we eventueel het verspenen wat kunnen uitstellen. Dit is vooral van belang wanneer we te weinig verwarmde ruimte ter beschikking hebben. Hou er ook rekening mee dat maximum 70% van het zaad bovenkomt, dit is helemaal niet te wijten aan een slechte behandeling!
Het verspenen kan gebeuren wanneer het eerste echte blaadje te voorschijn komt. Dit is zo'n 14 dagen na het zaaien. Eventueel kunnen we wachten tot het tweede echte blaadje te voorschijn komt. Wees zeer streng bij de selectie van het verspeen materiaal. Plantjes die duidelijk kleiner zijn dan de rest gebruiken we beter niet. Ook als de kiemblaadjes wat misvormd zijn is het mogelijk dat dit slechte planten oplevert. Het verspenen gebeurt best in potten met een diameter van 12 cm gevuld met universele potgrond. Op die manier kunnen we het uitplanten zo lang mogelijk uitstellen. Om voetziektes te vermijden zorgen we ervoor dat de kiemblaadjes bij het verspenen boven de potgrond uitkomen.
Onder glas planten we ten vroegste eind april bij zacht weer, anders wachten we best tot 1 mei. In vollegrond heeft planten voor 20 mei weinig zin. Plant niet te vroeg, want de koude kan veel meer kwaad doen dan een week later planten. Een week vroeger planten in een koude periode betekent helemaal niet dat je ook een week vroeger zult kunnen oogsten.

We moeten planten in een opgewarmde grond, dit betekent een minimale grondtemperatuur van 15°C. Houden we dit niet in acht dan stijgt de kans op wortel- en voetziektes. We streven naar een plantdichtheid van 2,5 planten per m2. Bijvoorbeeld 80 cm tussen de rijen en 50 cm in de rij. De potkluit moet bij het uitplanten goed vochtig zijn, want de plant moet de eerste dagen hieruit zijn reserves gaan putten.

We letten er op dat de bovenkant van de potkluit niet bedekt wordt met serregrond, daardoor stijgt de kans op voetziektes. De kiemblaadjes mogen dus zeker niet onder de grond terechtkomen. Om het aanspoelen van de grond en de inworteling te bespoedigen gieten we aan met water van ongeveer 20°C.

Bemesting: 

De jaarlijkse organische bemesting moeten we blijven verzorgen. Als uit een grondontleding zou blijken dat het C% meer bedraagt dan 5% dan moeten we hierin niet meer overdrijven. Het koolstofpercentage is immers ongeveer het dubbel van het humusgehalte van de grond. Een koolstofpercentage van 5% is een humuspercentage van 2,5%. En dat is ruim voldoende. Een hoger percentage kan immers ook nadelen opleveren.

Om een goede zoutconcentratie te bekomen op een grond waarop sla gekweekt werd en die in de herfst doorgespoeld werd geven we best een goede voorraadbemesting met bijvoorbeeld 90 gram patentkali per m2 en 80 gram ammoniumnitraat (bevat 27% stikstof)per m2. (In Nederland wordt ammoniumnitraat ook dikwijls kalkammonsalpeter genoemd)

Opmerking: de meststof patentkali bevat 30% Kalium en ook 10% Magnesium. Het is een meststof die uit kalimijnen gedolven wordt en is dus niet chemisch vervaardigd. Vandaar dat de meststof ook in de biologische tuinbouw gebruikt wordt. Patentkali is een meststof die goed is voor alle vrucht- en wortelgroenten: de stevigheid en de kleur van de vrucht of wortel/knol wordt erdoor bevorderd

Ofwel kiezen we voor 150 gram blauwe korrel 12-12-17 + 4, hoewel de voorraad kalium in deze meststof eigenlijk te klein is. (12% stikstof, 12% fosfor, 17% Kalium, 4% Magnesium). Eventueel kunnen we dus ook kiezen voor een andere samengestelde meststof met een voldoende hoeveelheid kalium in aanwezig

Om verbranding te vermijden moeten we deze meststoffen goed verdelen over een diepte van 30 cm.

Als er in de herfst niet of weinig gespoeld werd strooien we best minder meststoffen dan hier aangegeven:

Stikstof : matig in het begin
Fosfor : belangrijk bij de jonge plant
Kalium : belangrijk voor de kwaliteit van plant en vrucht
Magnesium : belangrijk voor groen blijven van de oudste bladeren

Verzorgingstips: 

Het aanbinden gebeurt best met een losse lus zodat het de kans op het ingroeien van het touw vermindert.
Om de week moeten we dieven en indraaien. Om te vermijden dat we de stengel breken bij het indraaien kunnen we ook de stengel aan het koord bevestigen met een clips. Bij groeizaam weer verschijnt er om de week een nieuwe tros op de plant, dit betekent automatisch dat er iedere week drie bladeren bijgroeien, samen met twee stengeldieven en één kopdief. Tussen het bloeien van de bloem en de eerste rijpe vruchten verloopt bij warm en groeizaam weer ongeveer zes weken.
Enkele weken na planten gaan we de eerste, vergeelde blaadjes verwijderen.
Bij vleestomaten laten we maximaal vier-vijf vruchten per tros uitgroeien.
Op die manier bekomen we grotere vruchten. Ook bestaat anders het gevaar dat de groei van de plant stilvalt. Alleszins moeten we vruchten met bodemgaten of misvormde vruchten zo vlug mogelijk verwijderen, op die manier komt er energie vrij voor de productie van betere vruchten. Misvormde vruchten (BONKEN) komen dikwijls voor bij een te weelderig tomatengewas, maar ook als de nachttemperatuur te laag is.
Bij een goede groei wordt rond 10 augustus getopt. Dan kunnen we onze laatste vruchten oogsten begin oktober. Het duurt ongeveer zes (zomer) tot acht (later op het seizoen) weken tussen de vruchtzetting en de rijping van de vrucht.
Als we een te weelderig gewas hebben, wat vooral in het begin van de teelt kan voorkomen, is het aan te raden om een tweetal bladeren te verwijderen, zodat de planten voldoende kunnen drogen en er nog voldoende voedsel naar de vruchten kan gevoerd worden. Vooral bij overmatig gebruik van stikstof kan het voorkomen dat onze tomatenplanten te veel en te groot blad produceren, met als gevolg een slechte vruchtzetting en kleine vruchten, die ook nog slecht kleuren.

Ziekten en plagen: 

Neusrot en slechte kleuring zijn fysiologische ziekten, veroorzaakt door watergebrek of voedingsgebrek.
Aardappelplaag kan ook tomaten aantasten.
Witte vlieg kan een serieus probleem zijn in tomaat.
Voor meer uitleg raadpleeg de artikels "groenten onder glas" op http://www.ping.be/groenteninfo 

Oogsten: 

Rood oogsten geeft de best smakende tomaten. Wacht je te lang dan wordt de kans op barsten en rotten groter.

Bewaren: 

Bewaren op een koele en goed verluchte plaats is nodig. De optimale temperatuur ligt tussen 12° C en 16° C. Zo komt de smaak volledig tot zijn recht. Plaats de tomaten niet naast fruitsoorten zoals appelen en tropische vruchten. Deze geven ethyleen af die het rijpen en zacht worden van de tomaat versnelt.

Recept: 

Saus bij vis, vlees, kip of ei, voor circa 6 porties
Nodig: 1 kilogram rijpe losse tomaten, 2 sjalotten, 1 teentje knoflook, 2 eetlepels (olijf)olie, 1 takje tijm of 1-2 theelepels gedroogde tijm, 1 takje rozemarijn of 1-2 theelepels gedroogde rozemarijn, 1 takje marjolein of oregano of 1 theelepel gedroogde oregano, 1 laurierblad, 3 theelepels suiker, zout, peper

Ontvel de tomaten en snijd ze in stukken. Pel de sjalotten en de knoflook en hak ze fijn. Verhit de olie en fruit hierin de sjalotten met de knoflook. Voeg de tomaten toe, samen met alle overige ingrediënten. Laat de saus circa 30 minuten zachtjes doorkoken. Verwijder de verse tuinkruiden en het laurierblad en serveer de saus warm of koud bij vis, vlees of kip, of bijvoorbeeld bij een gevulde omelet.

Tip 1: als u de tomatencoulis verdunt met groentebouillon hebt u een heerlijke verse tomatensoep.
Tip 2: voeg voor een volle smaak een flinke scheut (koks)room toe aan de tomatencoulis.

Bereidingstijd: circa 40 minuten

 

Teeltschema: tomaat

 

Met medewerking van Luc Dedeene,
redacteur voor de tuinkrant over
het telen en verzorgen van groenten: 
http://www.plantaardig.com

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!