Allium - Alliaceae



Allium is een zeer uitgebreid geslacht met tal van soorten. Sierui, sierlook zijn interessante bolgewassen voor en goed doorlatende grond en is nauw verwant met de ui. Ongeveer 280 soorten van deze winterharde lelieachtige komen voor op het noordelijk halfrond. De als sierplant gekweekte vormen hebben felle kleuren. De vorm van de bladeren verschilt van smal rolrond, zoals bij de ui, tot breed en lancetvormig.
Vele groenten behoren tot dit geslacht: sjalot, ui, slaui, luchtui, etage-ui, stengelui, zaaiui, bosui, bieslook, prei, knoflook, daslook, Chinese bieslook, en zoverder.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten  - Prei

30094.htm

Naam: Allium porrum

Nederlandse naam: prei

Familie: Liliaceae

Andere gebruikte benamingen: ()

Plantbeschrijving: 

Ook ui, sjalot en diverse looksoorten behoren tot het geslacht Allium. De onderlinge verwantschap is dan ook groot. Deze overweging is zeer belangrijk en speelt een grote rol bij het nastreven van een goede vruchtafwisseling alsook bij het uitvoeren van een oordeelkundige ziekten-, insecten- en onkruidbestrijding.

Prei is een tweejarig gewas. Het tweede teeltjaar gaat de plant over tot zaadvorming. Eens het doorschieten een aanvang neemt, gaat de kwaliteit van het product fel achteruit.

Het wortelstelsel bij prei is zeer specifiek. Het gaat hier immers niet om een hoofdwortel met zijwortels, doch om bijwortels. Deze wortels ontwikkelen zich voornamelijk in de laag tot 25 cm diep (65 %) en de laag tot 50 cm diep (25 %)

Wat betreft de voedingswaarde, mag gesteld dat prei een welkome aanvulling betekent van vitaminen en mineralen. Vooral in de winter, wanneer het aangeboden assortiment aan verse groenten eerder beperkt is, betekent dit een interessant gegeven voor de verbruiker.

Standplaats: 

De teelt van de prei geschiedt op alle textuurtypes. 

De volgende factoren vragen echter bijzondere aandacht: de structuur moet los zijn, de bodem moet goed toegankelijk zijn voor lucht en tevens moet er continu voldoende vocht beschikbaar zijn.

Zandgronden eisen veel aandacht wat betreft hun vochthoudend vermogen. Zware gronden zijn meestal voldoende vochthoudend. Hier dient men elke structuurschade te vermijden. Toegeslagen gronden geven immers aanleiding tot optreden van ziekten zoals rozerood (Fusarium culmorum).

De aard van de bodem speelt ook een grote rol bij de oogst. Niet enkel het rooien verloopt op zware gronden dikwijls zeer moeizaam in natte omstandigheden. Ook het wassen van de prei gaat veel moeilijker na teelt op zware gronden.
Een goede humustoestand van de bodem weerspiegelt zich in een goede opbrengst, in een zware sortering en in een gezond gewas.

Een te zure bodem is nadelig voor prei. Een lage pH is gunstig voor aantasting door rozerot (Fusarium) en kan bovendien nadelig werken op de structuur van de bodem. Een pH H20 van 6,3 (zand) tot 7,2 (klei) of een pH KCI van 5,8 tot 6,8 lijkt de gunstigste resultaten te geven.

Zaaien en planten: 

De opkweek van prei voor de vroege en de normale zomerteelt grijpt plaats onder verwarmd glas. Dit geschiedt in kistjes of rechtstreeks op zaaibed. Zaaien in kistjes biedt als voordeel dat men de jonge planten gemakkelijk kan verplaatsen wat onder meer van belang is voor een goede afharding.
Het begin van de kieming grijpt veelal plaats 10 tot 15 dagen na het zaaien. Vooral de temperatuur en de luchtvochtigheid spelen hierbij een rol. De eigenlijke opkomst grijpt bij prei veelal plaats na 20 tot 25 dagen.
Belangrijk is dat de bodem niet dichtslaat. Een toegeslagen structuur leidt uiteraard tot luchtgebrek, Bovendien neemt de kans op aantasting door Fusarium toe en werkt dit de verzuring in de hand.
Afdekken van het gewas met plastiekfolie kan de opkomst bevorderen en een vlotte opkweek begunstigen. Bij gebruik van plastiekfolie is het van groot belang een vlak zaaibed aan te leggen zodat plaatselijk geen water blijft staan. De boorden van de plastiek moeten zeer goed worden ondergedolven. Bovendien mag de plastiekfolie niet te los worden aangebracht. Slaan van de plastiekfolie bij hevige wind kan immers veel gewasschade veroorzaken.

De zaadhoeveelheid varieert van 2-4 gram per m2, afhankelijk van het duizendzadengewicht. Men zaait aldus 1.000 tot 1.200 zaden per m2. Hiervan bekomt men 500 tot 600 pootbare planten.
Bij de vroege teelt wordt het zaad dikwijls voorgekiemd. Indien men breedwerpig zaait wordt het zaad veelal gemengd met zand.
Voor de vroege en de late herfstteelt wordt onder platglas, onder plastiektunnels of in open lucht gezaaid. De zaadhoeveelheid varieert van 2 tot 3 gram per m.

Afdekken van het zaaibed met plastiekfolie kan een betere opkomst tot gevolg hebben.
Bij een goede opkomst en een zaaidichtheid van 2 gram of 750 zaden per m rekent men op 370 pootbare planten. Voor de teelt van 1 ha herfstprei is dan ongeveer 1 kg zaaizaad nodig.
Voor de vroege en de late winterteelt geschiedt de aanleg van het zaaibed in de open lucht.
Het zaaibed wordt het best aangelegd op extra goede grond. De structuur moet in orde zijn en de ontwatering afdoende.
Bij zaai in openlucht maakt men veelal gebruik van tijdelijke afdekking met geperforeerde plastiekfolie, die na het zaaien over de grond wordt gespannen.

Preiplanten moeten worden uitgeplant als zij zo dik zijn als een potlood. En 15-20 cm hoog zijn. Maak met een pootstok 15 cm diepe gaten. Zet de plant erin en vul elk gat met water. Doe geen grond in het plantgat! Deze methode wordt vooral veel toegepast wanneer men vooraf de ruggen heeft gemaakt van zo'n 20 cm hoog.
Men kan prei ook planten in 5 cm diepe geulen, en dan tijdens het groeiseizoen de planten regelmatig aanaarden.

Bemesting: 

Een hoog humusgehalte heeft een zeer gunstig effect op de groeiverloop en de opbrengst aan prei. Een minimum koolstofgehalte van 1,4 tot 1,8 is aan te bevelen. Er dient echter benadrukt te worden dat de toediening van organische bemesting tijdig moet geschieden. De aanwezigheid van onverteerde organische meststoffen kan immers nadelig werken.
Een groenbemesting kan dan ook enkel worden aangeraden als ze vr de winter wordt ondergewerkt. Toediening van organische meststoffen dient in de regel in het najaar of anders zeer vroeg in het voorjaar plaats te grijpen. Ook bij de beddenteelt verloopt de toediening van het organisch materiaal voor of na de wintermaanden. Bij toediening voor de winter wordt het organisch materiaal dan bedekt met aarde die uit de voren wordt opgeploegd. Bij toediening van het organisch materiaal in het voorjaar (bij het ploegen of spitfrezen) dient men ervoor te zorgen dat het zeer fijn verdeeld is.

Strooi een grote hoeveelheid van een samengestelde meststof 10-12-18 (bv 100 g/m). Herfst- en winterprei wordt dan nog eens bijbemest (bv. 50g/m) in september om een goede najaarsgroei te bekomen. Late winterprei is ook dankbaar voor een bijbemesting in het vroege voorjaar, om een goede weggroei te hebben.

Verzorgingstips: 

Ook het aanaarden mogen we niet vergeten, wel moeten we erop letten dat de aarde niet in de “schacht” van de prei terechtkomt. Dat er dus geen aarde in het hart van de preiplant terechtkomt Aanaarden zorgt ervoor dat het gedeelte wit van de prei aanzienlijk langer wordt. Het aanaarden mag regelmatig gebeuren en heeft als bijkomend nuttig effect de onkruidbestrijding.
Wie op ruggen teelt hoeft niet aan te aarden.

Ziekten en plagen: 

Een eerste veel voorkomende schimmelziekte bij prei is de roestschimmel. Onder de bladoppervlakte van de prei ontstaan kleine oranje blaasjes, die later openbarsten en de roestbruine sporen verspreiden. De roestschimmel is dus vooral nadelig voor het groene gedeelte van de prei en tast het wit niet aan. De eerste vorstaanval legt de ontwikkeling van de roest volledig stil. Als we dus een relatief droog najaar krijgen en een vroege vorstinval hoeven we niet veel voor roest te vrezen. Roest kan natuurlijk ook chemisch behandeld worden, vraag hiervoor raad in uw tuincentrum, doe dit alleen als je vorige jaren heel veel last had van preiroest.
Een andere ziekte die zich thuisvoelt bij regenweer is de papiervlekkenziekte. Er ontstaan grote, onregelmatige, witte, verdroogde vlekken. Op de plaats van de verdroging knikt het blad om. Het blijkt dat vooral opspattende regendruppels voor de verspreiding van deze ziekte zorgen. Een goed mulching tussen de prei kan papiervlekkenziekte sterk reduceren. Ook een chemische behandeling is mogelijk maar niet altijd nodig.

Wat ons nu dikwijls ook opvalt bij prei zijn de witte, fijne zilverachtige strepen in de lengterichting van het blad. Dit is zuigschade van trips. Tijdens een warme zomer kan in prei heel wat trips voorkomen. Tijdens de warme dagen houden ze zich schuil tussen de bladeren en de schacht, diep verscholen in de plant. Enkel ’s morgens en ’s avonds komen ze tevoorschijn. Op zich veroorzaakt trips geen onoverkomelijke schade. Alleen het groene blad oogt wat minder mooi. Voor bestrijding is het nu wel te laat geworden, naar het najaar toe neemt de populatie heel sterk af.

Soms stellen we vast dat de prei, vooral na een natte periode minder goed groeit. Wanneer we een plant uit de grond halen stellen we rot vast op het onderste gedeelte van het wit van de plant, net boven de wortels. Ook de wortelplaat, waarop de wortels ingeplant zijn vertoont schade. Dit is Fusarium of rozerot. Zorg voor een goede vruchtafwisseling en vermijd een groeistilstand bij het uitplanten door zo weinig mogelijk wortelbeschadiging te veroorzaken. In uw tuincentrum kan u ook producten bekomen waar je het plantgoed moet indompelen voor het planten.

Fusarium of rozerot mogen we niet verwarren met de preivlieg, die ook een slijmerige plant veroorzaakt. De larven van de preivlieg trekken langs de plantvoet naar binnen. Zorg voor een krachtige, sterke groei, zonder groeistilstand door droogte bijvoorbeeld en dan zal de kans op aantasting door de made van de preivlieg al veel minder groot zijn

Oogsten: 

Je kan prei oogsten naar behoefte. Probeer de zomer- en herfstteelten voor de winter te oogsten. Een oude preigewas valt immers sneller ten prooi aan schimmelziektes. Winterprei kunnen we gans de winter oogsten. Neem uw voorzorgen bij aangekondigde vorstperiodes, want dan is de grond natuurlijk te hard om te oogsten. Gewoon wat oogsten en stapelen in een koele, vorstvrije plaats.

Bewaren: 

Je kan prei tijdens de winter gewoon buiten bewaren, ofwel op het veld. Ofwel later, als je de grond wil bewerken of gebruiken voor een andere teelt, door de prei te oogsten en naast elkaar uit te leggen (lichtjes schuin) in een voor en dan aarde tegen de onderste helft van de plant aan te gooien.

Recept :

Stamppot met knolselderij en prei.

Hoofdgerecht voor 4 personen:

1 kilo aardappelen
500 gram knolselderij
zout en versgemalen zwarte peper
2 dikke preien
200 gram ham of kipfilet (vleeswaar) in dikke plakken
25 gram boter of margarine
1 1/2 dl melk
25 gram Parmezaanse kaas

Schil de aardappelen en ook de selderijknol en snijd ze in blokjes. Kook de aardappelen en selderij in een pan met weinig water en zout in circa 15 21 minuten zachtjes gaar. Maak de preien schoon en snijd ze in flinterdunne ringen. Snijd de ham in blokjes.
Giet de aardappel en selderij af en stamp ze met een stamper fijn. Voeg al roerende de boter en zoveel melk toe dat een smeuge stamppot ontstaat. Schep de prei, ham en Parmezaanse kaas erdoor en warm de stamppot nog even goed door tot de prei begint te slinken.

TIP: 

Lekker met plakjes gegrilde gekookte worst.

Bereidingstijd: 

Ongeveer 25 minuten.
Per persoon: 365 kcal / 21 g eiwit / 11 g vet / 47 g koolhydraten

Bron : http://www.spar.nl 

Teeltschema: prei

 

Met medewerking van Luc Dedeene,
redacteur voor de tuinkrant over
het telen en verzorgen van groenten: 
http://www.plantaardig.com

Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!