Cynara - Asteraceae



Cynara is een geslacht met 2 belangrijke vertegenwoordigers: kardoen en artisjok. Beide soorten worden als groente geteeld: Kardoen=Cynara cardunculus en Artisjok =Cynara scolymus. Kardoen is een oude cultuurplant uit het Middellandse Zeegebied en is groter dan de artisjok. Meestal als éénjarige groente gekweekt maar kan als sierplant eventueel worden overgehouden. De artisjok is inheems in het Middellandse Zeegebied en werd als groente reeds in de oudheid door de Egyptenaren gegeten.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten  - Kardoen

30162.htm

Naam: Cynara cardunculus

Nederlandse naam: kardoen

Familie: Asteraceae

Plantbeschrijving: 

Deze bladgroente, lid van de familie van de samengesteldbloemigen wordt in de Zuiderse landen als tweejarig en bij ons als ťťnjarig geteeld. Het oogstbaar gedeelte van de kardoen is de hoofdnerf van de gebleekte bladstelen.

Uitwendig verschillen kardoen en artisjok zeer weinig en meermaals worden beide planten door niet-vakkundige personen verward. De kardoen wordt wel eens als sieraadplant in het gazon gebruikt. Zij draagt inderdaad zeer grote, iets langwerpige bladeren, die in gunstige zomers 2 meter lang kunnen worden. Haar bladeren zijn aan de onderkant wit-grijs, aan de bovenkant groen-grijsachtig; haar bloemhoofdjes zijn niet zo groot als deze van de artisjok en haar schutblaadjes zijn meer van stekels voorzien. De bladeren van sommige variŽteiten zijn zelfs stekelachtig.

Standplaats: 

De kardoen vraagt een diepe, losgemaakte, frisse en bovendien stikstofrijke grond. Haar penwortel moet ongehinderd de diepte kunnen ingaan. Bij verplanting groeien de planten niet meer zo krachtig door als deze welke ter plaatse blijven staan : de penwortel wordt dan al te licht gekwetst.

Zaaien en planten: 

Zaaien is de enige wijze van vermenigvuldiging die voor deze groente toepasselijk is. Het geschiedt rond half mei op 1 m afstand in alle richtingen. De plaats waar de kardoenzaden worden gelegd, moet voorbereid worden. Men steekt kleine putjes van 25 cm vierkant en 25 cm diepte, en vult ze met mestaarde of met andere welvoorbereide grond. Is de grond voldoende opgedroogd en verwarmd, dan legt men op de voorbereide plaatsen 3 of 4 zaden in en dit in de richting van de lijn. De zaden worden vastgedrukt en met 2-3 cm teelaarde bedekt.

In ietwat vochtige gronden gebeurt de planting best op hoopjes van 10 cm hoogte en 30 cm omtrek.

Van de kiemplantjes behoudt men alleen de sterkste; in zoverre ze niet nodig zijn om gebeurlijk ledige plaatsen aan te vullen, zal men de overige afsteken. Het afsteken geschiedt om te beletten, dat de blijvende plantjes zouden losgetrokken worden.

Bemesting: 

Kardoen vraagt een goed bemeste grond. Werk voldoende organische mest in en zorg voor voldoende bemesting met stikstof en kalium gedurende het groeiseizoen

Verzorgingstips: 

Met het bleken wordt begin september een aanvang gemaakt : de kloekste planten en de variŽteit Ivoorwitte komen eerst aan de beurt. Nadat de planten ontdaan zijn van de onderste verdorde of gele bladeren, zal men ze door middel van 2 of 3 gedraaide strobanden toebinden. Best is met het binden van onder te beginnen en vervolgens naar boven toe. Daarna zal men de planten omkleden met een laag stro van 1 tot 2 cm dikte, die eveneens door middel van gedraaide strobanden of koorden rond de opgebonden planten wordt geklemd. Na deze bewerking mogen de ingeklede planten tot op 30-35 cm met aarde aangehoogd worden. De gehele plant zal hierdoor vaster staan.

Het is raadzaam, gedurende een 5-tal dagen, bovenaan de plant een kleine opening te laten om. het vocht dat zij afgeeft te laten ontsnappen.

Bij vochtig weer mogen de planten niet opgebonden worden, dit om rotting te voorkomen.

Ziekten en plagen: 

Net zoals artisjok is kardoen gevoelig voor schimmelziekten. In koele natte zomers kunne grijsrot (botrytis) en meeldauw optreden

Oogsten: 

Bij warm weer zowat 2 weken en bij koud herfstweer ongeveer 3 weken na het toebinden, zijn de bladstelen voldoende gebleekt. De grond wordt nu weggenomen, de strobanden losgedaan en de omkleding zacht omhooggetrokken. De gebeurlijke rotte bladeren of gedeelten worden weggenomen en daarna de planten zelf afgestoken of gesneden. Als men ze aan het licht blootstelt, worden de gebleekte bladeren zeer snel purperrood. Daarom moeten de planten onmiddellijk na het oogsten in vochtige doeken gewonden worden en in een kelder neergelegd.

Bewaren: 

Daar de witgemaakte bladeren niet lang kunnen bewaard worden, zal men ze, volgens de behoeften van de keuken of markt, ook maar geleidelijk inbinden.
Planten die bij het invallen van de vorst niet kunnen ingebonden worden, zal men met een aardkluit uitsteken, in grote potten plaatsen en neerzetten onder glas, waar het bleken kan voortgezet worden. Ook kan men ze in een groentekelder in zand inleggen.

Recept: 

Kardoen wordt geteeld voor jonge, gebleekte bladstelen, waarvan de vezeltjes afgekrabd worden. Gebruik citroen om verkleuring tegen te gaan. Klaarmaken zoals bleekselder en opdienen met kaas- of tomatensaus.

De smaak is een kruising tussen artisjok en asperge.

In zuiderse landen is kardoen heel populair. Hij komt er vaak gestoofd op tafel met kastanjes of met walnoten. Alleen de binnenste nerven en het hart worden gegeten.

 

Teeltschema: kardoen

 

Met medewerking van Luc Dedeene,
redacteur voor de tuinkrant over
het telen en verzorgen van groenten: 
http://www.plantaardig.com

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!