|
Plantbeschrijving:
Zeekool is een
doorlevende plant. Zij kan op een goede standplaats en kan bij goed
onderhoud en regelmatige verjonging 20 jaar behouden worden. De plant
draagt zeegroene, vrij grote bladeren, waarvan de rand tamelijk
uitgesneden is. De bloemstengels die vertakt en stevig zijn kunnen 50 cm
lang worden. De witgebleekte bladstelen vormen de oogstbare gedeelten
van de plant.
Standplaats:
De plant groeit best in
een zandachtige grond. Op ietwat zware grond laten vruchtbaarheid en
groeikracht heel wat te wensen over. Evenals voor andere teelten moet de
grond diep bewerkt worden.
Zaaien en planten:
In openlucht kun je in
april op 30 cm afstand telkens 4-5 zaadjes leggen in putjes van 2 cm
diep. Van de bekomen plantjes wordt er telkens één behouden. Het
volgende jaar worden de plantjes op de nodige afstand uitgeplant (80 x
60 cm). Je kan ook in de platte bak zaaien in maart. Als de plantjes 2-3
bladeren hebben neem je de ramen overdag weg. Enkele dagen later
helemaal. Als de plantjes 4-5 blaadjes hebben wordt er ter plaatse
geplant.
Ook kan er in maart onder glas in potten gezaaid worden. Dan hebben we
minder problemen bij het uitplanten buiten op de definitieve afstand.
Wortelstokken
~~~~~~~~~~
Wortels van 1 à 1,5 cm diameter worden in maart-april op 5cm lengte
gesneden, best van 3-4 jaar oude moederplanten. De bekomen wortelstokken
moeten alle in dezelfde richting gehouden worden, om bij het inpotten
het bovenste van het onderste uiteinde te kunnen onderscheiden. De
bekomen wortelstokken worden geplant in potten van 10 cm diameter. Voor
het inpotten gebruikt men best zandachtige teelaarde of potgrond gemengd
met zand. De stekken worden tamelijk diep geplant, zodat het bovenste
gedeelte van de wortelstokken een weinig boven de grond uitsteekt. De
potten worden in een serre geplaatst en zodra de planten voldoende
wortelscheuten hebben gevormd, verpot in potten van 12 cm.
Uitlopers
~~~~~~
In maart neem je de uitlopers (dit zijn scheuten die een eindje ver van
de moederplant boven de grond uitkomen) af. Laat er, zo mogelijk een
eindje wortel aan. Zet ze in potten en bewaar onder glas tot eind april.
Bemesting:
Daar het hier een
doorlevende plant betreft moet er bij het aanleggen van het te beplanten
gedeelte sterk bemest worden. Werk een grote hoeveelheid stalmest in.
Strooi bijvoorbeeld 150 gram per m² van een samengestelde meststof
(12-10-18) of (12-12-17). Als jaarlijks terugkerende bemesting gebruik
je 5 kg stalmest en 100 gram samengestelde meststof per m².
Verzorgingstips:
Het eerste jaar bestaan
de onderhoudszorgen in het ophakken en het zuiver houden van de grond.
Al naar gelang de groei kan je bijbemesten met een stikstofmeststof. Een
tussenteelt van kropsla, andijvie of andere klein blijvende groenten is
mogelijk.
Bij het invallen van de winter neem je de gele, verdorde bladeren weg en
maak je om de twee lijnen een klein voortje om het overtollige water af
te leiden. Het tweede jaar wordt de grond in de lente ondiep opgestoken.
Tussenteelt is dan niet meer mogelijk omdat de planten dan al een
grotere ontwikkeling genomen hebben.
Ziekten en plagen:
Zeekool kan ook last
hebben van knolvoet. Zorg ervoor dat de standplaats regelmatig bekalkt
wordt.
Ook zwartrot, een bacterieziekte, kan toeslaan en de bladeren doen
vergelen alsook de wortels doen afsterven. Zorg er daarom voor de plant
niet al te weelderig te telen. Ook aardvlooien kunnen gaatjes in de
bladeren eten.
Oogsten:
Het derde jaar in
januari- februari, onmiddellijk na de winter, worden de planten flink
gereinigd. En worden een weinig aangeaard. De struiken worden bedekt met
grote, omgekeerde bloempotten. Ook kisten en emmers kunnen gebruikt
worden. Enige voorwaarde is dat er geen licht doorheen kan. Wanneer het
warm weer is en de vorst uitblijft ontwikkelen de scheuten snel en, daar
ze van licht beroofd zijn, worden de bladstelen violetkleurig-wit en is
de ontwikkeling van de bladsteel gering. Zodra de scheuten 20 cm lang
zijn worden ze afgesneden. Snijdt men op 2-3 cm boven de wortelkraag,
dan bekomt men, mits de afdekking terug te plaatsen, nog een tweede
oogst. De tweede oogst, die maar klein is, put de planten wel sterk uit,
zodat dit eigenlijk niet aan te raden is. Na de oogst worden de potten
of bakken weggenomen, de grond flink opgestoken, met een laagje korte
mest of kompost bedekt. De planten zullen nu de ganse zomer doorgroeien
en veel reservesap vormen voor de oogst van het volgende jaar
Je kan ook voor de winter enkele hoofdwortels in een grote pot inpotten.
Plaats deze op het gewenste tijdstip tijdens de winter in een ruimte bij
15-20°C en scherm af voor het licht. Een vijftal weken later kan je de
scheuten oogsten.
Bewaren:
We oogsten telkens de
hoeveelheid die we nodig hebben.
Recept:
De gebleekte scheuten
worden als asperges geteeld en smaken ook zo.
| Meerjarige
groente
|
Teeltschema
zeekool
|
 |
|