Pisum - Fabaceae



De erwt is een klimmende eenjarige plant, die als zomergroente wordt gekweekt om de ronde, groene, onrijpe zaden, welke in peulen zitten. De planten die in hoogte variëren van 37cm tot 2 m , kunnen ronde en gekreukte zaden hebben. Ronde typen hebben een lager suikergehalte, ze kunnen beter tegen de kou dan de gekreukte typen en zijn geschikt om in het vroege voorjaar te zaaien. Erwten zijn inheems in het Midden-Oosten en is een aloude cultuurplant. Al sinds de Middeleeuwen wordt de erwt gebruikt in soepen, als groente en als groenvoer. Ook in de volksgeneeskunde werd de erwt vroeger toegepast maar ze werd nog het meest beroemd door het onderzoek naar de erfelijkheidsleer door Mendel en andere wetenschappers.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten  - Sluimererwt

30360.htm

Naam: Pisum sativum convar. axiphium var. macrocarpum

Nederlandse naam: sluimerwt

Familie: Fabaceae

Plantbeschrijving: 

Erwten zijn typische voorjaarsgroenten en groeien het best in het koele voorjaar. 's Zomers groeien de erwten niet meer zo goed, is de vruchtzetting minder en is de kans op massale luisinfecties groot. Vanaf februari tot en met april is de ideale periode om te starten met erwten.
Als je denkt aan erwten verbouwen in je groentetuin dan komt er waarschijnlijk een achtergrondbeeld bij van urenlang erwten doppen. Maar je kan ook erwten telen zonder die voor sommigen vervelende dopkarwei. Er zijn erwten die je kan gebruiken met de peul erbij, een beetje zoals bonen. Daarom eerst een overzicht.

Groene erwten of doperwten

Deze erwten hebben een harde vruchtwand die niet eetbaar is. Hier moet je de erwten dus uit de peul halen, ook wel "erwten doppen" genoemd. Er zijn hierbij gladzadige (rondzadige) en gekreuktzadige soorten. De gladzadige soorten kunnen zeer vroeg uitgezaaid worden en hebben een meer aromatische erwtensmaak. De gekreuktzadigen zijn zoeter van smaak, maar kunnen niet zo vroeg verbouwd worden. Ze verdragen minder goed de koude, natte voorjaarsgrond. Anderzijds zijn de rassen met gekreukte zaden wel beter bestand tegen de eerste zomerwarmte. Verder is er nog de keuze tussen hoge (meer dan 120 cm), halfhoge (tussen 60 en 120 cm) en lage rassen (tussen 30 en 60 cm). Alleen de lage rassen kunnen we telen zonder draadwerk of rijshout aan te brengen. Rijshout zijn bijvoorbeeld takken van knotwilgen die we rechtop zetten tussen de erwten als ze een tiental cm hoog zijn. Hoge rassen vergen dus wat meer werk voor het aanbrengen van draadwerk of rijshout maar je kan er wel meer productie uithalen van op een beperkte oppervlakte. Ook de kwaliteit van de hoge soorten is iets beter en je hoeft je niet te bukken bij het plukken.

Sluimerwten of peulen


Dit zijn erwten die we niet hoeven te doppen! We moeten de peulen oogsten als ze volgroeid zijn, maar wel nog vůůr de erwten in de peul dikker worden. Je kan peulen trouwens herkennen doordat de erwten in de vruchthuid gespannen zitten, je kan ze al zien vanaf dat de peul aan het groeien gaat. Ben je te laat om de jonge peulen oogsten, dan kan je nog altijd de erwten oogsten als ze volgroeid zijn, maar dan moet er wel gedopt worden. Ook hier kan je kiezen tussen hoge en lage soorten.

Suikererwten of peulerwten

Ook deze erwten hoeven we niet te doppen. Maar we moeten ze ook niet jong oogsten. We mogen gerust wachten totdat de peul goed met erwten gevuld is. Ze hebben een opvallend dikke, vlezige peulwand. Ze worden gegeten in salades of kort gekookt. Vergeet wel niet de "draad" er af te halen ( de vezelige verbinding tussen de twee peulhelften)

Standplaats: 

De erwten, zijn wat de grond betreft, niet zo kieskeurig. Hoofdzaak is dat de grond diep bewerkt wordt. De grond mag wel niet te nat of te stijf zijn. In natte gronden worden de bladeren geel, terwijl op zware, ondoordringbare kleigronden de teelt wel eens mislukt. Lichte grond past zeer goed voor de vroege teelt. Erwten hebben een voorkeur voor zon of halfschaduw.

Zaaien en planten: 

De erwt kiemt bij lage temperatuur en is tegen guur en koud weer bestand. Er mag dus vroeg in het voorjaar met de teelt begonnen worden. Een eerste zaai op lichte grond kan al plaats vinden eind februari-maart als de grond in goed omstandigheden kan bewerkt worden.
Om de kieming te versnellen kan je de zaden 24 uur in water leggen en daarna enkele dagen in een warm vertrek plaatsen. Voor een vroege teelt kunnen de zaden in potjes ter kieming worden uitgelegd en later uitgeplant. Dit is vooral geschikt voor de vervroegde teelt van de rijserwten. Ze moeten wel uitgeplant worden vooraleer de stengels te lang zijn.

Bemesting: 

Erwten hebben op lichte gronden toch wel een matige hoeveelheid kompost nodig, die tijdens de winter ingewerkt wordt. Verder zou het eigenlijk moeten volstaan met een kali-bemesting, zoals bijvoorbeeld 50 gram per m≤ patentkali (rijk aan kalium en magnesium). Alhoewel de erwten dus zelf zorgen, net zoals bonen voor de stikstofsynthese vanuit de lucht, via de wortelknobbelbacterieŽn, zou een kleine stikstofgift voor de vroege teelten toch aangewezen zijn. Dit om de plantjes in het koude voorjaar op gang te trekken. Strooi daarom een 20 gram per m≤ van een stikstofrijke meststof, zoals ammoniumnitraat.

Verzorgingstips: 

Als de erwten een zekere hoogte bereikt hebben kan je ze eens lichtjes aanaarden. Breng op tijd rijshout aan voor de hoge variŽteiten. Je kan ook werken met stevige steundraad.

Ziekten en plagen: 

Erwten zijn tamelijk ongevoelig voor ziekten, zeker wanneer ze vroeg geteeld worden. Later op het seizoen kunnen ze plots wel te lijden krijgen onder een plotse bladluisaantasting.
Een vervelend verschijnsel is ook dat vogels de erwten uit de grond pikken, zeker bij de vroege zaaiingen. Zet daarom eventueel boogvormig gaas over de uitgezaaide erwten.

Oogsten: S

luimerwten pluk je als de erwtjes in de sluimen nog heel klein zijn. Te laat geplukt zijn ze minder mals en de zaden te dik. Eťnmaal in de week oogsten is een absoluut minimum.

Bewaren: 

Verse erwten moeten zo snel mogelijk verbruikt worden. Vochtverlies en smaakverlies zijn hiervan de reden. Bij 2įC kan je misschien 5 dagen bewaren.


Teeltschema: sluimererwt

 

Met medewerking van Luc Dedeene,
redacteur voor de tuinkrant over
het telen en verzorgen van groenten: 
http://www.plantaardig.com

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!