Solanum - Solanaceae



Een geslacht met 1700 soorten eenjarige planten en al dan niet winterharde overblijvende planten, heesters en halfheesters. Meestal niet-winterharde, eenjarige planten dikwijls als groente kweekt. Tot dit geslacht behoren o.a.: nachtschade, aubergine en aardappel. Aubergine is afkomstig uit het Verre Oosten en werd door de Arabieren en de Portugezen naar West-Europa gebracht. Het is een tropische tot subtropische plant en niet makkelijk te kweken.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten  - Aubergine

30414.htm

Naam: Solanum melongena

Nederlandse naam: aubergine

Familie: Solanaceae

Plantbeschrijving: 

Net zoals tomaat behoort aubergine tot de familie van de Nachtschadigen. Er zijn dus wel wat gelijkenissen wat betreft teeltvereisten. Aubergine heeft echter een nog hogere warmtebehoefte. In tegenstelling tot tomaat is aubergine niet afkomstig uit Zuid-Amerika maar uit het Verre Oosten. Aubergines, ook wel eierplanten genoemd kunnen uitgroeien tot 1,5 m hoge heesters met grote, ruwe, harige grijsgroene bladeren. De stervormige bloemen zijn mauvekleurig met een geel hart. Per heester komen 5-6 vruchten tot ontwikkeling die daarvoor 3-4 maanden nodig hebben. Er zijn verschillende variëteiten waarvan de vruchten in grootte en vorm van lang en slank tot eiervormig variëren. De kleur kan gaan van donkerpaars tot zwart of kan zelfs crèmekleurig wit zijn. Sommige zijn min of meer gestreept.

Standplaats: 

Het kweken van aubergines gebeurt best in de glazen of plastic kas of tunnel. Een zonnige, beschutte plaats in de tuin geeft ook wel goede resultaten in de betere zomers. Aubergines houden van een voedzame, goed van organische stof voorziene grond. Werk in de kas tijdens de winter een goede hoeveelheid organische mest onder. Aubergine kan ook heel goed gekweekt worden in potten of in bakken.

Zaaien en planten: 

We zaaien ongeveer acht weken voor het uitplanten.

Temperatuur (ideaal):
KIEMING 22-25°C 22-25°C
TOT VERSPENEN 20°C 23°C
TOT OPEN ZETTEN 18°C 20°C

De zaaigrond bestaat uit 4 delen potgrond en 1 deel mager zand. Dit wordt dan goed bevochtigd en opgewarmd tot een temperatuur van 20°C. Het zaaien gebeurt door het zaad bovenop te verspreiden en af te dekken met een dun laagje mager zand. Het geheel gaan we afdekken met een glasplaat.
De glasplaat zorgt voor een voldoende hoge temperatuur en belet tevens dat het zaaisubstraat gaat uitdrogen. Zaai niet te dik zodat we eventueel het verspenen wat kunnen uitstellen. Dit is vooral van belang wanneer we te weinig verwarmde ruimte ter beschikking hebben. Hou er ook rekening mee dat maximum 70% van het zaad bovenkomt, dit is helemaal niet te wijten aan een slechte behandeling!
Het verspenen kan gebeuren wanneer het eerste echte blaadje te voorschijn komt. Dit is zo'n 14 dagen na het zaaien. Eventueel kunnen we wachten tot het tweede echte blaadje te voorschijn komt. Wees zeer streng bij de selectie van het verspeen materiaal. Plantjes die duidelijk kleiner zijn dan de rest gebruiken we beter niet. Ook als de kiemblaadjes wat misvormd zijn is het mogelijk dat dit slechte planten oplevert. Het verspenen gebeurt best in potten met een diameter van 12 cm gevuld met universele potgrond. Op die manier kunnen we het uitplanten zo lang mogelijk uitstellen. Om voetziektes te vermijden zorgen we ervoor dat de kiemblaadjes bij het verspenen boven de potgrond uitkomen.
Onder glas planten we ten vroegste eind april bij zacht weer, anders wachten we best tot 1 mei. In vollegrond heeft planten voor 20 mei weinig zin. Plant niet te vroeg, want de koude kan veel meer kwaad doen dan een week later planten. Een week vroeger planten in een koude periode betekent helemaal niet dat je ook een week vroeger zult kunnen oogsten.
We moeten planten in een opgewarmde grond, dit betekent een minimale grondtemperatuur van 15°C. Houden we dit niet in acht dan stijgt de kans op wortel- en voetziektes. We streven naar een plantdichtheid van 2,5 planten per m2. Bijvoorbeeld 80 cm tussen de rijen en 50 cm in de rij. De potkluit moet bij het uitplanten goed vochtig zijn, want de plant moet de eerste dagen hieruit zijn reserves gaan putten.
We letten er op dat de bovenkant van de potkluit niet bedekt wordt met serregrond, daardoor stijgt de kans op voetziektes. De kiemblaadjes mogen dus zeker niet onder de grond terechtkomen. Om het aanspoelen van de grond en de inworteling te bespoedigen gieten we aan met water van ongeveer 20°C.

Bemesting: 

Aubergine houdt van een zeer voedzame grond. Werk dus voldoende organisch materiaal in de grond voor het planten. Strooi ook een kleine hoeveelheid kunstmest, zoals aangegeven op de verpakking. En tijdens de teelt, als de vruchten beginnen te groeien, is het ideaal om telkens wat meststoffen in het gietwater op te lossen. Bijvoorbeeld ongeveer 1,5 gram van een samengestelde kunstmeststof, rijk aan kalium.

Verzorgingstips: 

We houden bijvoorbeeld drie stengels per plant die we steunen met stokken of aanbinden met touwen. De zijscheuten op de stengels worden verwijderd, dit is het dieven zoals bij tomaat. Je kan de vruchtzetting bij aubergines bevorderen door over de middag even de bloempjes te trillen, waardoor het stuifmeel los komt.

Ziekten en plagen: 

Aubergines zijn weke, zachte planten en zijn daardoor nogal gevoelig voor plagen zoals witte vlieg, spint en trips. Maar ook schimmelziekten zoals Verticillium kunnen de plant plots doen verwelken. Op de vruchten komt dikwijls een grijs schimmelpluis, Botrytis genoemd. Dit kan je voorkomen door de planten droog te houden.

Oogsten: 

Regelmatig oogsten is belangrijk om de plant niet te lang te belasten. Trouwens, de vruchten worden indien ze te lang aan de plant blijven sponzig. Oogst de vruchten als de kleur goed is en ze nog hard zijn.
De schil moet nog glad, stevig en zonder rimpels zijn.

Bewaren: 

Ze worden best bewaard bij 15°C met een relatieve luchtvochtigheid van 90 tot 95%. Bewaar ze niet samen met ethyleenproducerende vruchten zoals tomaten, appelen en citrusvruchten. Steeds afdekken tegen uitdroging.

Recept: Bijgerecht voor 4 personen

Nodig: 5 kleine aubergines (elk circa 200 gram), 3 eetlepels (arachide)olie, zout, peper. Voor de vulling: 1 fijngesneden ui, 1-2 teentjes fijngehakte knoflook, 1 groene paprika in blokjes, 2 theelepels verse fijngehakte gemberwortel of 1 theelepel gemberpoeder, 2 eetlepels sojasaus, 3 tomaten in blokjes, peterselie, 1-2 eetlepels geroosterde sesamzaadjes.

Halveer de aubergines en bestrijk de snijvlakken met 1-2 eetlepels van de olie. Bestrooi ze met zout en peper naar smaak. Leg ze met de snijkanten naar beneden op een beklede bakplaat. Dek ze af met aluminiumfolie en laat de aubergines in een oven op 200 °C in circa 30 minuten zacht worden.
Snijd twee auberginehelften in blokjes
Verhit (in de oventijd) de rest van de olie en bak hierin de ui, knoflook, paprika en gember 2-3 minuten. Schenk de sojasaus erbij en voeg de blokjes aubergines en tomaten toe. Laat deze warm worden en breng het geheel op smaak met zout en peper.
Leg de auberginehelften op voorverwarmde borden en verdeel de vulling eroverheen. Garneer met peterselie en sesamzaad.
Serveer de gevulde aubergines warm of lauwwarm met bijvoorbeeld pandan- of basmatirijst.
Bereidingstijd circa 50 minuten.

Teeltschema: aubergine

 

Met medewerking van Luc Dedeene,
redacteur voor de tuinkrant over
het telen en verzorgen van groenten: 
http://www.plantaardig.com

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!