|
Plantbeschrijving:
Asperge is een oude
delicatesse, die haar oorsprong kent bij de oude Egyptenaren ruim
vijfduizend jaar geleden. De grafbouwers van farao Sakkara vereeuwdigden
al een bundeltje asperges op de wand van de graftombe. De Grieken gaven
het plantje de naam asparagos - ofwel 'de niet gezaaide'. Toen werden
asperges dus niet geteeld, maar groeiden in het wild. In de Middeleeuwen
dook de asperge op in de tuinen van kastelen en kloosters en werd
voornamelijk voor medicinale doeleinden gekweekt. Gaandeweg werd asperge
echter ook groente.
Naast de witte asperges worden er ook groene asperges geteeld. Bij de
groene asperge wacht men met oogsten tot deze 25 centimeter boven de
grond is. Door het blootstellen aan de lucht ontstaat ook de groene
kleur.

Groene asperges komen overigens in niet zo veel kwaliteitsklassen in de
handel omdat het uiterlijk een minder grote rol speelt. De versheid is
wel van belang! Het verschil met witte asperges zit 'm niet alleen de
kleur, maar ook in de smaak. Ze zijn wat pittiger van smaak en hoeven
overigens niet geschild te worden.
Standplaats:
De grond waar de teelt
van witte asperges gepland is moet tijdig voorbereid worden. Dit
betekent dat we twee jaar vooral al onze voorbereidingen treffen.
Asperge is een gewas dat met zijn wortels graag diep gaat. De levensduur
van de aanplanting zal afhangen van de bewortelingsdiepte. We moeten
streven naar een bewortelbare laag van 80-100 cm. Diepspitten is
aangewezen vooraleer een aspergeaanplanting te doen. Dit gebeurt best
onder droge omstandigheden. De grondwatertafel mag in de winter dus ook
niet boven die 80 cm uitkomen.
Is er geen enkele verdichte laag, dan is diepspitten niet nodig, en
wordt dan trouwens beter niet uitgevoerd.
Voor de teelt van witte asperges is er dus een lichte grondstructuur,
een grote bewortelbare diepte en een lage grondwaterstand in de winter
nodig. Is de grond te zwaar, dan kan eventueel de teelt van groene
asperges geprobeerd worden.

Zaaien en planten:
Het planten van de
aspergeplanten (klauwen) gebeurt in vers getrokken veuren. De diepte van
de veuren is zodanig dat de kop van de plant nog 20 cm onder het
maaiveld zit. Drie planten per strekkende meter worden uitgezet. Dan
worden zowel wortels als koppen van de plant met 5-7 cm grond afgedekt.
Eventueel water geven bij droog, schraal weer. Enkel onkruidvrij houden
valt ons het eerste jaar nog te doen. Terwijl we dat doen worden de
plantveuren dus gedurende de zomer geleidelijk opgevuld.
Bemesting:
Diepspitten gebeurt dus
een jaar voor de aanleg. Daarna telen we best een groenbemester.
Bekalking zal waarschijnlijk nodig zijn, zeker als je een diepe
grondbewerking uitvoerde moet er extra bijbekalkt worden.
Organische bemesting voor de aanleg van een aspergeteelt is aangewezen.
Gebruik hiervoor 1 m³ stalmest of champignonmest per are.
Champignonmest krijgt de voorkeur op zwaardere gronden, dit om de
bewerkbaarheid te verbeteren. Op lichte gronden beter stalmest
gebruiken.
Het jaar van de planting kunnen we gedurende de maand juli wat
stikstofmeststof strooien.
Vanaf de eerste productiejaren wordt er bemest met een samengestelde
meststof .Na de oogst (tot 24 juni ST.JAN) wordt er nogmaals bemest.
Verzorgingstips:
Het tweede jaar maken
we in het voorjaar al een kleine berm bovenop de aspergerijen van 15 cm.
Natuurlijk worden in het vroege voorjaar de afgestorven stengels
verwijderd.
Het derde jaar kunnen we vroeg in het voorjaar de bedden wat los maken
en gedeeltelijk afgraven om de grond sneller te doen opwarmen. Zien we
de eerste stengels verschijnen, dan maken we de bermen op volle hoogte,
dit is zo'n 20 cm boven het maaiveld. Daartoe schep je de grond naast de
rijen uit en leg je die op de rijen. De bermhoogte tov. de naastliggende
geulen is dus nog hoger dan die 20 cm.
Ziekten en plagen:
Aspergevlieg en
aspergekever zijn gevreesde insecten. Vanzelfsprekend zijn er pas
problemen na de oogst als de aspergestengels moeten doorgroeien. Bij
eerdere problemen moet je beducht zijn op grote schade.
Aspergeroest kan het loof sterk aantasten, met als gevolg minder opslag
van reservestoffen in de wortels. Als gevolg is er dan minder productie
het jaar daarna.
Oogsten:
De normale teelt loopt
van eind april tot 24 juni, de feestdag van St. Jan. Als je later nog
oogst, dan put je de plant teveel uit. Daarom gaan we het tweede jaar
nog niet oogsten, of slechts heel weinig. Pas het derde jaar kunnen we
volop oogsten zonder de plant al te veel uit te putten.
Je kan asperges 'trekken' of 'steken'. Trekken betekent dat je de
aspergestengel vrijmaakt met duim en wijsvinger en dan met een draaiende
beweging de stengel afdraait. Dit is de beste methode, je hebt minst
kans op beschadiging. Steken doe je met speciaal aspergemes en geeft
meer kans op beschadiging van jonge scheuten.
Bewaren:
Bij een lage
temperatuur (0-1°C) kan men gezonde asperges 10-14 dagen bewaren, op
voorwaarde dat de relatieve vochtigheid voldoende hoog is (94-96%). Je
kan de asperges wikkelen in een natte handdoek om die RV te bereiken.
Natuurlijk zijn verse asperges op zijn best.
Recept:
Het basisrecept van
witte asperges is de start van veel heerlijke aspergegerechten. Dit
basisrecept ziet er als volgt uit:
In een grote pan ruim
water aan de kook brengen met zout, een klontje boter en een schepje
suiker. Als het water kookt de asperges toevoegen en water opnieuw aan
de kook laten komen. Daarna warmtebron uitdraaien en asperges in 15 tot
20 minuten gaar laten worden (deze kooktijd is afhankelijk van de dikte
van de asperges). Asperges afgieten of uit de pan scheppen met een
schuimspaan.
Asperges met een romige eierragout
(hoofdgerecht voor twee personen; bereidingstijd 40 minuten)
1 kilo asperges, 3 eieren, ½ bakje roomkaas met uitjes en sjalotjes (Cantadou),
2 eetlepels maizena, 1 dl room culinair, 1 scheutje witte wijn,
nootmuskaat, peper en zout, peterselie, ½ ons gekookte ham.

Asperges schoonmaken en koken volgens basisrecept. Ondertussen eieren
hard koken. Eieren pellen en in stukjes snijden. Asperges afgieten en
kookvocht opvangen. Asperges in afgesloten pan warm houden. 1 ½ dl van
het aspergekookvocht in een pan doen. De roomkaas erin laten smelten.
Voeg de room en een scheutje witte wijn toe. Roer maizena met ½ dl
aspergevocht glad. Schenk dit al roerend bij het warme roommengsel, aan
de kook brengen en tot saus roeren. Roer de fijngesneden eieren door de
saus. Op smaak maken met nootmuskaat, peper en zout. Peterselie fijn
knippen. Ham in reepjes snijden. Asperges over 4 borden verdelen.
Eierragout er naast en half over scheppen. Garneren met fijngeknipte
peterselie en fijngesneden ham. Serveren met gekookte krieltjes.
Variatietip: kies een ander soort ham, bijvoorbeeld parmaham en
schwarzwalderschinken.
Dit gerecht bevat per portie: 1810 kJ (435 kcal), 21 gram eiwit, 29 gram
vet, 22 gram koolhydraten.
Bron : http://www.asperge.nl
| Meerjarige
groente
|
Teeltschema:
asperge
|
 |
|