Phaseolus - Fabaceae



Stok- en pronkbonen komen nog steeds in het wild voor in Zuid-Amerika. Ze werden omstreeks 1550 vanuit Peru en het Zuiden van Amerika naar onze contreien binnengebracht. Dit geslacht omvat een breed scala aan variëteiten waarvan de snijboon en prinsessenbonen het meest populair zijn geworden. Een minder gekende groente die tot dit geslacht behoort zijn de Taugéboontjes. Zij zijn afkomstig uit het zuiden van Azië en worden tegenwoordig op grote schaal geteeld in Afrika. Tot dit geslacht behoren o.a. : pronkboon, snijboon, slabonen, stamslaboon of stambonen, citroenbonen of droge bonen en taugéboontjes of Katjang idjoe.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten  - Struikboon, princesseboon

35642.htm

Naam: Phaseolus vulgaris

Nederlandse naam: struikboon, prinsesseboon, slaboon

Familie: Fabaceae

 
Plantbeschrijving: 

Bij de stamslabonen of sperziebonen worden de peulen geheel of in stukjes gebruikt als groente. Er zijn hierbij verschillende types. De naaldboontjes zijn Franse selecties die heel fijne en tot 20 cm lange peulen vormen. Het gewas is meestal weelderig en er wordt meerdere keren geplukt. De zaden zijn zwart, bruin, beige of gevlekt. De chinese boontjes of hotelboontjes zijn ook zeer fijn maar veel korter, maximum 12 cm. Het gewas is veel meer gedrongen en de oogst kan gebeuren in ťťn tot maximum twee maal. De peulen zijn zeer recht, fijn en gelijkvormig, en presenteren goed op een bord in het restaurant of hotel. De zaden zijn wit. De klassieke slabonen of prinsessenboontjes hebben witte of bruine zaden, en hebben een iets minder fijne peul dan de naaldboontjes. De peulen zijn vlezig en hebben de neiging snel over te gaan tot zaadvorming in de peulen. Sommige stamslabonen hebben gele peulen, dit zijn dan boterbonen, nog andere soorten zijn paars. De paarse bonen kleuren groen bij het koken en hebben een uitstekende smaak.

Door de enorme variatie aan soorten en variŽteiten die er bestaat bij bonen kan deze groente ons verschillende jaren na elkaar aangenaam verrassen. Als beginner starten we natuurlijk met de klassieke prinsessenboontjes. Eenmaal deze teelt onder de knie kunnen we dan verder experimenteren met het bijna onuitputbaar assortiment. De kleur van de bloemen, maar ook de kleur, de vorm en de grootte van de peul kan sterk verschillen. En dan is er nog het verschil in groeiwijze van de plant.

Bonen zijn voor het grootste deel afkomstig uit Centraal-Amerika. In de zestiende eeuw is de teelt in Europa begonnen. Aanvankelijk werden bonen geteeld voor de droge, rijpe zaden. Later werd ook het gebruik van de onrijpe peulen gekend. Een belangrijke stap was de komst van de boon zonder draad.

Bonen behoren tot de vlinderbloemenfamilie. Deze familie heeft de eigenschap dat er zich op de wortels kleine, ronde knolletjes bevinden die gevormd worden door symbiose of samenwerking tussen de plant en stikstofbacteriŽn. Deze bacteriŽn, die in de wortel van de plant een geschikt substraat vinden om zich te handhaven en te vermenigvuldigen, bezitten het unieke vermogen om stikstof uit de lucht om te zetten in stikstofvormen die de plant als voedsel kan opnemen.

De grond waarin we bonen willen zaaien moet al voldoende opgewarmd zijn en mag niet te nat zijn. In een te natte en te koude grond komen bonen gewoonweg niet op. Ook de kiemplantjes zijn nog heel gevoelig voor kou en vocht. Doordat volgroeide bonen een oppervlakkig wortelstelsel hebben, kan de plant na enkele dagen wateroverlast al afsterven. Tijdens de periode van de bloei en van de peulvorming mogen bonen niet te droog staan. Alhoewel we bonen liefst niet te veel beregenen, kan het toch nuttig zijn om een geultje langs de planten te maken en hierin wat water te laten lopen tijdens de bloei en de periode van vruchtvorming. Te weinig water in die periode kan ervoor zorgen dat de peulen kort zijn en te weinig zaden bevatten.

Bonen met draad zullen bij droog en warm weer nog meer de neiging hebben draad te vormen. Vruchtafwisseling is bij bonen minder belangrijk, zolang we maar geen bonen zaaien na een vlinderbloemige (bonen, erwten, tuinboon). Er wordt aangeraden ťťn maal per vier jaar terug te keren met vlinderbloemigen op hetzelfde perceel.

Zaaien in open lucht kunnen we pas vanaf half mei. Vroeger zaaien geeft dikwijls mislukking omdat de grond nog niet voldoende opgewarmd is. De grond moet immers minimum 10įC warm zijn. Je kan toch vroeger zaaien als je eerst de grond die je uitgekozen hebt gedurende een veertiental dagen afdekt met plastiek om de opwarming van de grond te versnellen. Toch moet je er ook rekening mee houden dat de groeitemperatuur voor bonen 15įC is. Daarom is het beter de bonenteelt te vervroegen door eerst in bloempotten te zaaien rond half-april en deze planten dan half mei buiten te planten. Zaai dan zo’n vier zaden per bloempot (diameter 12cm). Voor struikbonen streven we naar een plantdichtheid van 20 planten per m≤. Je kan dit bereiken door te zaaien op een afstand van 50 cm tussen de rijen en 10 cm in de rij. De zaaidiepte bedraagt 3 tot 4 cm. Er kan ook in kuiltjes met 40 cm tussenafstand en 4 tot 5 zaden per kuiltje gezaaid worden. Om later gemakkelijker water te kunnen geven en om de planten wat steun te geven is het aan te raden vlak voor de bloei de planten wat aan te aarden. Let er dan toch wel op dat je de wortels niet te veel beschadigt.

Je kan met goed gevolg bonen zaaien tot uiterlijk 10 juli. Bonen zijn immers zeer gevoelig voor nachtvorst, zodat de oogst tegen 15 oktober zeker moet binnen zijn.


Kassen, plastiek of glas, kunnen gebruikt worden om een bonenteelt te vervroegen. Je kan er rechtstreeks ter plaatse zaaien vanaf begin april. Laat wel eerst een paar dagen de kas dicht zodat de grond kan opwarmen. Is de kas niet vrij begin april, dan kun je vanaf half maart bonen zaaien in potjes, bijvoorbeeld drie zaden per pot. Deze plant je dan uit rond half april op een afstand van 50 cm tussen de rijen en 30 cm in de rij.

De bemesting hoeft bij bonen niet zo groot te zijn. Je zou bijvoorbeeld 80 gram/m≤ van een samengestelde meststof 12-12-17 kunnen strooien. Als je een commerciŽle, gedroogde organische meststof wil gebruiken dan gebruik je ongeveer 150 gram/m≤ van een benaderende samenstelling 6-7-8. We strooien de meststoffen bij het klaarleggen van de bodem omdat bonen een oppervlakkig wortelgestel hebben. Strooi zeker niet meer kunstmeststoffen dan de aangegeven dosis, want bonen zijn gevoelig voor te veel zouten in de grond tijdens het kiem- en jeugdstadium. Dan is er groeiremming en zien we naar beneden opgerolde en gele bladeren.

Telen we bonen als nateelt, bijvoorbeeld na spinazie of vroege aardappelen dan hoeven we niet zo veel te bemesten. Stalmest of compost gebruiken we beter niet bij de teelt van bonen, anders zou de groei wel eens te weelderig kunnen worden met als nadeel te weinig bloei en te zwak uitgegroeide peulen. Te veel blad komt er ook als je te veel minerale stikstofmeststof gebruikt.

Bonen hebben voldoende water nodig om een goede bevruchting van de vruchtbeginsels te hebben, alsook om de peulen goed te doen uitgroeien. Is het bij de bloei en tijdens de vruchtzetting droog weer, dan geef je best wat extra water. Maak een greppel tussen de rijen is (niet te dicht, want bonen wortelen oppervlakkig) en laat hierin water stromen.
Anderzijds zul je merken dat tijdens zeer natte weersomstandigheden de bonenplantjes slecht groeien en geelachtige bladeren vertonen. Zorg dus in ieder geval voor een plaats waar het water goed kan draineren.

Zwarte boneluis kan soms de boneplant aantasten. Zorg voor planten met een evenwichtige groei, zowel een te zwakke als een te sterke groei bevordert de aantasting door boneluis. Oost-Indische kers trekt de zwarte luis aan.
Bonevlieg legt eitjes in de grond nabij het zaad. De larven vreten aan de kiemende bonen. Als de eerste echte bladeren verschijnen is er geen gevaar meer voor aantasting. Niet zaaien na spinazie en geen verse mest gebruiken zijn maatregelen om de bonevliegaantasting te verminderen. Ook is het beter een veertiental dagen voor het zaaien de grondbewerking uit te voeren. Je kan ook rekening houden met de periodes waarin de bonevlieg rondvliegt, dit zijn eind mei, begin juli en half augustus. Vroeg zaaien en zaaien half juni is dus ideaal. Als je onder vliesdoek zaait is de kans op aantasting kleiner.
Staakbonen hebben soms last van spint, die zuigschade veroorzaken. Eerst zijn er gele vlekjes, later wordt het blad helemaal bruin en sterft af.
Grijsrot of Botrytis kan zowel op het blad, de bloem als de vrucht grijze schimmelvlekken veroorzaken. Heel dikwijls is het zo dat het bloemrestje aan de peul blijft handen en daar begint te schimmelen. Voldoende ruim planten zodat de plant voldoende kan opdrogen is hier de boodschap.

Zwarte boneluis kan soms de boneplant aantasten. Zorg voor planten met een evenwichtige groei, zowel een te zwakke als een te sterke groei bevordert de aantasting door boneluis. Oost-Indische kers trekt de zwarte luis aan.
Bonevlieg legt eitjes in de grond nabij het zaad. De larven vreten aan de kiemende bonen. Als de eerste echte bladeren verschijnen is er geen gevaar meer voor aantasting. Niet zaaien na spinazie en geen verse mest gebruiken zijn maatregelen om de bonevliegaantasting te verminderen. Ook is het beter een veertiental dagen voor het zaaien de grondbewerking uit te voeren. Je kan ook rekening houden met de periodes waarin de bonevlieg rondvliegt, dit zijn eind mei, begin juli en half augustus. Vroeg zaaien en zaaien half juni is dus ideaal. Als je onder vliesdoek zaait is de kans op aantasting kleiner.
Staakbonen hebben soms last van spint, die zuigschade veroorzaken. Eerst zijn er gele vlekjes, later wordt het blad helemaal bruin en sterft af.
Grijsrot of Botrytis kan zowel op het blad, de bloem als de vrucht grijze schimmelvlekken veroorzaken. Heel dikwijls is het zo dat het bloemrestje aan de peul blijft handen en daar begint te schimmelen. Voldoende ruim planten zodat de plant voldoende kan opdrogen is hier de boodschap.

Laat de bonen niet overrijp worden. Deze zijn draderig en de zaden zijn als bobbels in de peul zichtbaar.
Regelmatig oogsten is belangrijk om de resterende kleinere boontje goed te doen uitgroeien.

Bonen laten zich niet zo makkelijk bewaren. Diepvriezen en steriliseren zijn de alternatieven. Maar beter nog zorg je voor een regelmatige uitzaai van een kleine hoeveelheid zodat je de ganse zomer en herfst kan oogsten.

Groene boontjes met gepocheerd hoeve-ei, Ganda ham en gefruite uiringen

Recept: Geert van Hecke - De Karmeliet, Brugge
Voor 4 personen:
300 g groene boontjes
4 hoeve-eieren
een klont boter
8 fijne plakjes Ganda Ham
1 ajuin
1 eetlepel witte wijnazijn
Bereiding:
De boontjes gaarkoken in gezouten water.
De hoeve-eieren een drietal minuten pocheren in gezouten water met een scheut azijn.
De boontjes in een weinig boter stoven, kruiden met de pepermolen en een soeplepel witte wijnazijn toevoegen.
De uiringen in de bloem wentelen en fruiten.
De boontjes dresseren op het bord.
Het gepocheerd ei erbovenop leggen.
De fijngesneden plakjes Ganda Ham op de boontjes leggen en de gefruite uiringen errond schikken.
Tip: het gepocheerde ei kan vervangen worden door een zeer zachtgekookt ei.

http://www.ganda.be/Nederlands/
groene_boontjes_met_gepocheerd_h.htm
 

 

© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!