TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Pisum - Fabaceae



De erwt is een klimmende eenjarige plant, die als zomergroente wordt gekweekt om de ronde, groene, onrijpe zaden, welke in peulen zitten. De planten die in hoogte variëren van 37cm tot 2 m , kunnen ronde en gekreukte zaden hebben. Ronde typen hebben een lager suikergehalte, ze kunnen beter tegen de kou dan de gekreukte typen en zijn geschikt om in het vroege voorjaar te zaaien. Erwten zijn inheems in het Midden-Oosten en is een aloude cultuurplant. Al sinds de Middeleeuwen wordt de erwt gebruikt in soepen, als groente en als groenvoer. Ook in de volksgeneeskunde werd de erwt vroeger toegepast maar ze werd nog het meest beroemd door het onderzoek naar de erfelijkheidsleer door Mendel en andere wetenschappers.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten
doperwten - Pisum sativum convar. medullare ´Colana´ 

Nederlandse naam: doperwten

Naam:  Pisum sativum convar. medullare ´Colana´

Andere gebruikte benamingen:

Bloeitijd: -

Bloemkleur: wit

Hoogte min-max: 0.9-1.2

Bladeren: groen, ovaal, zacht

Foto van Pisum sativum convar. medullare ´Colana´, Nederlands: doperwten, (Synoniem ) behorende tot de plantengroep Groenten

Bron foto
http://www.vlaamszaadhuis.com


Zoek FOTO op Google


Pisum sativum convar. medullare ´Colana´ is een zeer zoete gekreuktzadige doperwt met lange peulen. Elke peul bevat 9 tot 12 middelgrove erwten. Bijzonder aan deze prachtpeulen is het gemakkelijk openen. ze zijn middelvroeg oogstbaar. De gewashoogte is afhankelijk van de standplaats en zaaitijdstip. Zeer productief en gezond gewas.

TEELT doperwten - Pisum sativum convar. medullare

Doperwten hebben een harde vruchtwand die niet eetbaar is. Doperwten hebben een harde vruchtwand zodat alleen de gedopte zaden eetbaar zijn, zowel vers als gedroogd. Hier moet je de erwten dus uit de peul halen (erwten doppen).

Er zijn hierbij gladzadige (rondzadige) en gekreuktzadige soorten:

  • De gladzadige soorten kunnen zeer vroeg uitgezaaid worden en hebben een meer aromatische erwtensmaak.

  • De gekreuktzadigen zijn zoeter van smaak, maar kunnen niet zo vroeg verbouwd worden. Ze verdragen minder goed de koude, natte voorjaarsgrond. Anderzijds zijn de rassen met gekreukte zaden wel beter bestand tegen de eerste zomerwarmte.

Verder is er nog de keuze tussen hoge (meer dan 120 cm), halfhoge (tussen 60 en 120 cm) en lage rassen (tussen 30 en 60 cm). Alleen de lage rassen kunnen we telen zonder draadwerk of rijshout aan te brengen.

Rijshout zijn bijvoorbeeld takken van knotwilgen die we rechtop zetten tussen de erwten als ze een tiental cm hoog zijn. Hoge rassen vergen dus wat meer werk voor het aanbrengen van draadwerk of rijshout maar je kan er wel meer productie uithalen van op een beperkte oppervlakte. Ook de kwaliteit van de hoge soorten is iets beter en je hoeft je niet te bukken bij het plukken.

Zaaien

De zaaitijd is afhankelijk van het weer. Een eerste zaai op lichte grond kan al plaats vinden begin maart als de grond in goed omstandigheden kan bewerkt worden. De laatste late zaai kan geplant worden begin mei om de kunnen oogsten tot in juli, deze zaaisels zijn wel moeilijker gezond te houden.

Om de kieming te versnellen kan je de zaden 24 uur in water leggen en daarna enkele dagen in een warm vertrek plaatsen. Voor een vroege teelt kunnen de zaden in potjes ter kieming worden uitgelegd en later uitgeplant. Ze moeten wel uitgeplant worden vooraleer de stengels te lang zijn.

Stamerwten uitzaaien op 35 cm tussen de rijen en 3 ŗ 4 cm in de rij.
Rijserwten staan verder uit elkaar. Laat 1 m tot 1,2 m tussen de bedden, maar leg de zaden iets dichter, op 1 ŗ 1,5 cm in de rij.

Standplaats

Doperwten vragen een goed doorwoelde, humusrijke grond die diep bewerkt wordt. De grond mag wel niet te nat of te stijf zijn. In natte gronden worden de bladeren geel, terwijl op zware, ondoordringbare kleigronden de teelt wel eens mislukt. Lichte grond past zeer goed voor de vroege teelt. Als de erwten een zekere hoogte bereikt hebben kan je ze eens lichtjes aanaarden. Breng op tijd rijshout aan voor de hoge variŽteiten. Je kan ook werken met stevige steundraad.

Bemesting

Erwten hebben op lichte gronden een matige hoeveelheid compost nodig die tijdens de winter ingewerkt wordt. Verder volstaat een kali-bemesting: 50 gram per m≤ patentkali (rijk aan kalium en magnesium). Alhoewel de erwten zelf zorgen voor de stikstofsynthese vanuit de lucht, is een kleine stikstofgift voor de vroege teelten toch aangewezen om de plantjes in het koude voorjaar op gang te trekken. Strooi 20 gram per m≤ van een stikstofrijke meststof, zoals ammoniumnitraat.

Oogsten

De later te zaaien, gekreukte erwten zijn over het algemeen zoeter van smaak.

Ziekten en plagen
 

Erwten zijn tamelijk ongevoelig voor ziekten, zeker wanneer ze vroeg geteeld worden. Later op het seizoen kunnen ze plots wel te lijden krijgen onder een plotse bladluisaantasting.

Een vervelend verschijnsel is ook dat vogels de erwten uit de grond pikken, zeker bij de vroege zaailingen. Zet daarom eventueel boogvormig gaas over de uitgezaaide erwten.

Vruchtafwisseling

Deze vlinderbloemigen hebben de eigenschap om in hun eigen stikstofbehoefte te voorzien en zelfs nog een overschot daarvan in de bodem na te laten. Plant daarom NOOIT tweemaal erwten op dezelfde plaats! Kom pas na 5-7 jaar terug voor deze teelt. Mits men zorgt voor een goede structuur in de grond, die vooral verkregen wordt door goed diep losspitten, en een goede vochthoudende eigenschap van de grond, door compost of turf door te spitten, kan men op iedere grond met succes bonen verbouwen.

Behoort tot de groep van de peulgewassen

De peulgewassen vormen een grote groep planten van de vlinderbloemenfamilie en leveren eiwitrijk voedsel op. Bovendien hebben de planten een positieve invloed op de bodemvruchtbaarheid : ze kunnen voedingsstoffen uit diepere grondlagen naar boven halen en stikstof die ze via wortelknobbelbacteriŽn uit de lucht kunnen opnemen, laten ze voor een deel in de grond achter als voedsel voor het bodemleven en de volgteelt.

Op wereldvlak is soja het belangrijkste peulgewas. Phaseolus-bonen komen op de 2e plaats, en kikker- of kekererwt op de 3e. De erwt komt als 4e.

Daarnaast zijn er, vooral in tropische streken, nog heel veel peulgewassen zoals de lablabboon (Dolichos lablab), de azukiboon (Phaseolus angularis), de limaboon (Phaseolus lunatus), de mungoboon (Phaseolus radiatus), de vierhoekige erwt of winged bean (Psophocarpus tetragonolobus), de koe-erwt of cowpea (Vigna unguicuIata), de grondnoot (Voandzeia subterranea), de aardnoot (Arachis hyprogea), en nog vele andere die plaatselijk van belang zijn.

Hun betekenis voor de voeding in de derde wereld kan moeilijk overschat worden.
 


 

Teeltschema


Teeltschema van doperwten, Pisum sativum convar. medullare ´Colana´: zaaien, verspenen, planten, oogsten

Bronnen

  • Catalogus Somers NV, Vlaams Zaadhuis, Oranjebandzaden, e.a.

  • Velt groenten, Terra fijne en zeldzame groenten, Groenboekerij groenten, Artikelen Luc Dedeene e.a.

  • Teeltschemaīs Luc Dedeene http://www.plantaardig.com, Rudi Van Overloop


© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!