TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Phaseolus - Fabaceae



Stok- en pronkbonen komen nog steeds in het wild voor in Zuid-Amerika. Ze werden omstreeks 1550 vanuit Peru en het Zuiden van Amerika naar onze contreien binnengebracht. Dit geslacht omvat een breed scala aan variëteiten waarvan de snijboon en prinsessenbonen het meest populair zijn geworden. Een minder gekende groente die tot dit geslacht behoort zijn de Taugéboontjes. Zij zijn afkomstig uit het zuiden van Azië en worden tegenwoordig op grote schaal geteeld in Afrika. Tot dit geslacht behoren o.a. : pronkboon, snijboon, slabonen, stamslaboon of stambonen, citroenbonen of droge bonen en taugéboontjes of Katjang idjoe.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten
pronkboon - Phaseolus coccineus ´Goliath´ 

Nederlandse naam: pronkboon

Naam:  Phaseolus coccineus ´Goliath´

Andere gebruikte benamingen:

Bloeitijd: 7-9

Bloemkleur: rood

Hoogte min-max: 3-4

Bladeren: groen, ovaal, zacht

Foto van Phaseolus coccineus ´Goliath´, Nederlands: pronkboon, (Synoniem ) behorende tot de plantengroep Groenten

Zoek FOTO op Google


Phaseolus coccineus ´Goliath´ is een Spaanse pronkboon met opvallende rode bloemen. Deze pronkboon produceert 30-40 cm lange peulen die goed eetbaar zijn als snijboon of in hun jong stadium in stukjes gesneden.

Phaseolus coccineus, stamt uit Zuid-Amerika. De peulen kunnen in een jong stadium als snijboon worden gegeten. De grote zaden kunnen in salades worden verwerkt. De boon kan worden gebruikt als surrogaat voor gezoet van koek- en taartvullingen. Er zijn rassen met witte en donker gevlamde zaden die respectievelijk wit en rood bloeien. Pronkbonen dienen vaak als windschut voor andere stokbonen.

Zaaien

Met het zaaien kan eind april of begin mei worden begonnen. Er wordt rechtstreeks in 8 of 10 cm potten gezaaid, waarbij je 3 à 4 zaden per pot zaait. Bij een temperatuur van 20° C kiemt het zaad snel, maar een dergelijk hoge temperatuur is voor het kiemen niet noodzakelijk. Bij het ter plaatse zaaien in de vollegrond , worden er maximaal 3 à 4 zaden per stok gelegd en bij de teelt aan touwen 2 zaden op 20 à 25 cm. Door het gedurende één nacht voorweken in lauw water, kan de kieming eveneens worden versneld.

Pronkboon verdraagt iets meer kou dan andere bonen en kan dus begin mei worden gezaaid. Daar staat echter tegenover dat bij het vroeg zaaien in de zomer bloemrui kan optreden en er sprake is van een slechte vruchtzetting. Een late zaai in de tweede helft van juni voldoet beter.

Wanneer het gevaar voor nachtvorst is geweken, dus veelal na half mei, kan er worden geplant. Bij de teelt aan stokken bedraagt de afstand 60 x 60 tot 80 x 80 cm. Voor het telen aan draad, wordt de rijenteeltmethode toegepast. Het plant verband bedraagt 1,20 m x 20 cm.

Bemesting

Een humusrijke bodem en een beschutte ligging genieten de voorkeur voor het telen van pronkbonen. Voor het begin van de teelt wordt er 60 à 70 g per m2 12+10+18 gestrooid. Ook kan er 40 g/m2 worden gestrooid als basisbemesting en nog eens 30 g/m2 bij het begin van de bloei.

Vanaf een groeilengte van 20 cm kunnen de bonen licht worden aangeaard. De grond dient te worden los gehouden en vrij van onkruid te blijven. Vooral bij het begin van de bloei moet de vochtvoorziening goed zijn. Bij aanhouden de droogte vallen de jonge peulen af. Ook een gebrek aan voedingsstoffen kan het afvallen van de bloemen en jonge peulen veroorzaken.

Leiden

Voor de teelt aan draad en touw worden er meestal grote houten palen gebruikt, die ca. 50 cm diep in de grond worden geslagen op een afstand van 3 tot 5 meter. De bovenkant van de palen moet nog net met de hand kunnen worden bereikt. 15 cm boven de grond, alsmede aan de bovenkant van de palen brengt u twee horizontaal lopende ijzerdraden aan. Tussen deze draden worden de touwtjes gespannen. Langs deze touwtjes slingeren de planten zich omhoog. De eindpalen moeten stevig worden verankerd, om doorhangen te voorkomen.

Af en toe moeten de planten bij het klimmen worden geholpen. U dient de ranken altijd linksom in het touw te draaien, dus tegen de zon in.

Oogsten

In een onvolgroeide groene toestand worden de peulen geoogst. In een later stadium wordt er een perkamentachtig vlies in de peul gevormd, dat niet gaar kookt. Voor de teelt van rijp zaad moet u wachten tot eind september. De droge peulen kunnen in één- of twee keer worden geoogst. Direct dorsen is niet noodzakelijk, u kunt de zaden vrij lang in de peulen bewaren. Het gedroogde zaad wordt vervolgens in papieren of linnen zakjes op een droge en vrij koele plaats bewaard.

Ziekten en plagen

Vetvlekken, bonenroest, bladluizen, bonenvlieg, stambonenkever.

Vruchtafwisseling

Bonen is de verzamelnaam van een groep vlinderbloemigen die de eigenschap heeft om in eigen stikstofbehoefte te voorzien en zelfs nog een overschot daarvan in de bodem na te laten. Plant daarom NOOIT tweemaal bonen op dezelfde plaats! Mits men zorgt voor een goede structuur in de grond, die vooral verkregen wordt door goed diep losspitten, en een goede vochthoudende eigenschap van de grond, door compost of turf door te spitten, kan men op iedere grond met succes bonen verbouwen.

Problemen bij vooropkomst

Het gebruik van ACRYL-vliesdoek bevordert een snellere, betere en gezondere opkomst bij bonen door een verhoogde opwarming van de bodem en voorkomt het optreden van bonenvlieg. Bonen zijn erg koudegevoelig, terwijl in ons klimaat de nachttemperatuur algemeen te laag is voor het garanderen van een vlugge en regelmatige kieming van het bonenzaad. Om een goede opkomst te waarborgen is het gebruik van ACRYL-vliesdoek dus een absolute aanrader.

Teeltschema


Teeltschema van pronkboon, Phaseolus coccineus ´Goliath´: zaaien, verspenen, planten, oogsten

Behoort tot de groep van de peulgewassen

De peulgewassen vormen een grote groep planten van de vlinderbloemenfamilie en leveren eiwitrijk voedsel op. Bovendien hebben de planten een positieve invloed op de bodemvruchtbaarheid : ze kunnen voedingsstoffen uit diepere grondlagen naar boven halen en stikstof die ze via wortelknobbelbacteriŽn uit de lucht kunnen opnemen, laten ze voor een deel in de grond achter als voedsel voor het bodemleven en de volgteelt.

Op wereldvlak is soja het belangrijkste peulgewas. Phaseolus-bonen komen op de 2e plaats, en kikker- of kekererwt op de 3e. De erwt komt als 4e.

Daarnaast zijn er, vooral in tropische streken, nog heel veel peulgewassen zoals de lablabboon (Dolichos lablab), de azukiboon (Phaseolus angularis), de limaboon (Phaseolus lunatus), de mungoboon (Phaseolus radiatus), de vierhoekige erwt of winged bean (Psophocarpus tetragonolobus), de koe-erwt of cowpea (Vigna unguicuIata), de grondnoot (Voandzeia subterranea), de aardnoot (Arachis hyprogea), en nog vele andere die plaatselijk van belang zijn.

Hun betekenis voor de voeding in de derde wereld kan moeilijk overschat worden.
 


© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!