TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Phaseolus - Fabaceae



Stok- en pronkbonen komen nog steeds in het wild voor in Zuid-Amerika. Ze werden omstreeks 1550 vanuit Peru en het Zuiden van Amerika naar onze contreien binnengebracht. Dit geslacht omvat een breed scala aan variëteiten waarvan de snijboon en prinsessenbonen het meest populair zijn geworden. Een minder gekende groente die tot dit geslacht behoort zijn de Taugéboontjes. Zij zijn afkomstig uit het zuiden van Azië en worden tegenwoordig op grote schaal geteeld in Afrika. Tot dit geslacht behoren o.a. : pronkboon, snijboon, slabonen, stamslaboon of stambonen, citroenbonen of droge bonen en taugéboontjes of Katjang idjoe.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten
staaksnijboon, stoksnijboon - Phaseolus vulgaris ´Donna´ 

Nederlandse naam: staaksnijboon, stoksnijboon

Naam:  Phaseolus vulgaris ´Donna´

Andere gebruikte benamingen:

Bloeitijd: -

Bloemkleur: wit

Hoogte min-max: 1.5-1.7

Bladeren: zacht, groen, ovaal

Foto van Phaseolus vulgaris ´Donna´, Nederlands: staaksnijboon, stoksnijboon, (Synoniem ) behorende tot de plantengroep Groenten

Bron foto
http://www.vlaamszaadhuis.com


Zoek FOTO op Google


Phaseolus vulgaris ´Donna´ is een nieuw ontwikkelde stoksnijboon die goed groeikrachtig is, met een lange en snelle productie aan malse mooi, gevormde peulen met de goede en typische smaak van snijbonen. Een aanrader.

Teeltschema


Teeltschema van staaksnijboon, stoksnijboon, Phaseolus vulgaris ´Donna´: zaaien, verspenen, planten, oogsten

TEELT stokbonen, stoksnijbonen of staakbonen

Stok-, stoksnij- of staakbonen zijn bonensoorten die van nature langs stokken of staken klimmen. Stoksnijbonen hebben lange, platte, brede peulen en ze worden altijd voor het gebruik gesneden. De peulen zijn langer dan van stamsnijbonen. Je kan met stokbonen op een kleine oppervlakte toch een grote opbrengst halen.
De planten vormen daartoe ranken. Denk erom dat de bonen langs de staken erg veel wind vangen.

Zaaien

Stokbonen worden best gezaaid ten laatste begin juni. Let er op dat je bij stokbonen de bonen aan de binnenkant van de stokken zaait, zo groeien ze gemakkelijker langs het raamwerk. Leg een vijftal zaden per stok. Je kan natuurlijk ook stokbonen voorzaaien en dan bij de stokken uitplanten. Zo kan je nog wat vroeger oogsten.

Standplaats

De grond waarin we bonen willen zaaien moet al voldoende opgewarmd zijn en mag niet te nat zijn. In een te natte en te koude grond komen bonen gewoonweg niet op. Ook de kiemplantjes zijn nog heel gevoelig voor kou en vocht. Doordat volgroeide bonen een oppervlakkig wortelstelsel hebben, kan de plant na enkele dagen wateroverlast al afsterven. Tijdens de periode van de bloei en van de peulvorming mogen bonen niet te droog staan. Alhoewel we bonen liefst niet te veel beregenen, kan het toch nuttig zijn om een geultje langs de planten te maken en hierin wat water te laten lopen tijdens de bloei en de periode van vruchtvorming. Te weinig water in die periode kan ervoor zorgen dat de peulen kort zijn en te weinig zaden bevatten. Bonen met draad zullen bij droog en warm weer nog meer de neiging hebben draad te vormen.

Bemesting

De bemesting hoeft bij bonen niet zo groot te zijn. Je zou bijvoorbeeld 80 gram perm≤ van een samengestelde meststof 12-12-17 kunnen strooien. Als je een commerciŽle, gedroogde organische meststof wil gebruiken dan gebruik je ongeveer 150 gram per m≤ van een benaderende samenstelling 6-7-8. Je strooit de meststoffen bij het klaarleggen van de bodem omdat bonen een oppervlakkig wortelgestel hebben.

Strooi zeker niet meer kunstmeststoffen dan de aangegeven dosis, want bonen zijn gevoelig voor te veel zouten in de grond tijdens het kiem- en jeugdstadium. Dan is er groeiremming en zien we naar beneden opgerolde en gele bladeren. Bij stokbonen kan het nuttig zijn nog een tweetal keer gedurende het seizoen bij te bemesten met een 60 gr samengestelde meststof 12-10-18 per m≤.

Oogsten en bewaren

Laat de bonen niet overrijp worden. Deze zijn draderig en de zaden zijn als bobbels in de peul zichtbaar.
Regelmatig oogsten is belangrijk om de resterende kleinere boontje goed te doen uitgroeien. Bonen laten zich niet zo makkelijk bewaren. Diepvriezen en steriliseren zijn de alternatieven. Maar beter nog zorg je voor een regelmatige uitzaai van een kleine hoeveelheid zodat je de ganse zomer en herfst kan oogsten.

Leiden

Er zijn heel veel mogelijkheden voor het bouwen van het steunmateriaal bij stokbonen. De hoogte van de staken of stokken voor de stokbonen is minimum 2,5 m voor slabonen en 3 m voor snijbonen. Bamboe- of tonkinstokken zijn hiervoor ideaal. Als je een raamwerk maakt met touwen is er meer kans op het afzakken van de plant.

De meest gebruikelijke wijze is om op een bed aan beide zijden een rij stokken te steken, tegenover elkaar geplaatst in schuine richting. De twee elkaar kruisende stokken worden op een hoogte van 2 m aan elkaar vastgekoppeld aan een boven de kruispunten aangebrachte dwarsligger. De staken moeten zeer stevig in de grond staan. Bij het bepalen van de rijrichting moet u rekening houden met de meest heersende (westen) windrichting. Staakbonen kunnen per vierkante meter een grotere oogst opbrengen dan de lage soorten, maar zij hebben een langere groeiperiode nodig.

Plaats de 2 tot 2,5 m lange stokken in twee rijen met een tussenruimte van 80 cm - 100 cm tussen de rijen, schuin naar elkaar toe en stevig in de grond. In de rij komen de stokken 40 cm van elkaar te staan. Bind de stokken ongeveer 30 cm onder de top aan elkaar, bind gelijktijdig in de lengterichting een nokstok mee. Maak de grond rondom de stokken ťťn dag voor het zaaien goed vochtig en leg rond iedere stok 5 tot 6 bonen. De klimranken zullen altijd tegen de zon (links) om de stok klimmen, gelieve daar bij het eventueel opbinden rekening mee te houden.

Ook de nieuwste methode, namelijk het telen langs gaas, kent veel succes. Hiervoor gebruikt men klimnetten met een hoogte van 200 cm.

Vruchtafwisseling

Bonen is de verzamelnaam van een groep vlinderbloemigen die de eigenschap heeft om in eigen stikstofbehoefte te voorzien en zelfs nog een overschot daarvan in de bodem na te laten. Plant daarom NOOIT tweemaal bonen op dezelfde plaats!  Vruchtafwisseling is bij bonen minder belangrijk, zolang we maar geen bonen zaaien na een vlinderbloemige (bonen, erwten, tuinboon). Er wordt aangeraden ťťn maal per vier jaar terug te keren met vlinderbloemigen op hetzelfde perceel.

Mits men zorgt voor een goede structuur in de grond, die vooral verkregen wordt door goed diep losspitten, en een goede vochthoudende eigenschap van de grond, door compost of turf door te spitten, kan men op iedere grond met succes bonen verbouwen.

Ziekten

  • Zwarte bonenluis kan soms de bonenplant aantasten. Zorg voor planten met een evenwichtige groei, zowel een te zwakke als een te sterke groei bevordert de aantasting door bonenluis. Oost-Indische kers trekt de zwarte luis aan.
  • De bonenvlieg legt eitjes in de grond nabij het zaad. De larven vreten aan de kiemende bonen. Als de eerste echte bladeren verschijnen is er geen gevaar meer voor aantasting. Niet zaaien na spinazie en geen verse mest gebruiken zijn maatregelen om de bonenvliegaantasting te verminderen. Ook is het beter een veertiental dagen voor het zaaien de grondbewerking uit te voeren. Je kan ook rekening houden met de periodes waarin de bonenvlieg rondvliegt, dit zijn eind mei, begin juli en half augustus. Vroeg zaaien en zaaien half juni is dus ideaal. Als je onder vliesdoek zaait is de kans op aantasting kleiner.
  • Staakbonen hebben soms last van spint, die zuigschade veroorzaken. Eerst zijn er gele vlekjes, later wordt het blad helemaal bruin en sterft af.
  • Grijsrot of Botrytis kan zowel op het blad, de bloem als de vrucht grijze schimmelvlekken veroorzaken. Heel dikwijls is het zo dat het bloemrestje aan de peul blijft handen en daar begint te schimmelen. Voldoende ruim planten zodat de plant voldoende kan opdrogen is hier de boodschap.

Problemen bij vooropkomst

Het gebruik van ACRYL-vliesdoek bevordert een snellere, betere en gezondere opkomst bij bonen door een verhoogde opwarming van de bodem en voorkomt het optreden van bonenvlieg. Bonen zijn erg koudegevoelig, terwijl in ons klimaat de nachttemperatuur algemeen te laag is voor het garanderen van een vlugge en regelmatige kieming van het bonenzaad. Om een goede opkomst te waarborgen is het gebruik van ACRYL-vliesdoek dus een absolute aanrader.

Behoort tot de groep van de peulgewassen

De peulgewassen vormen een grote groep planten van de vlinderbloemenfamilie en leveren eiwitrijk voedsel op. Bovendien hebben de planten een positieve invloed op de bodemvruchtbaarheid : ze kunnen voedingsstoffen uit diepere grondlagen naar boven halen en stikstof die ze via wortelknobbelbacteriŽn uit de lucht kunnen opnemen, laten ze voor een deel in de grond achter als voedsel voor het bodemleven en de volgteelt.

Op wereldvlak is soja het belangrijkste peulgewas. Phaseolus-bonen komen op de 2e plaats, en kikker- of kekererwt op de 3e. De erwt komt als 4e.

Daarnaast zijn er, vooral in tropische streken, nog heel veel peulgewassen zoals de lablabboon (Dolichos lablab), de azukiboon (Phaseolus angularis), de limaboon (Phaseolus lunatus), de mungoboon (Phaseolus radiatus), de vierhoekige erwt of winged bean (Psophocarpus tetragonolobus), de koe-erwt of cowpea (Vigna unguicuIata), de grondnoot (Voandzeia subterranea), de aardnoot (Arachis hyprogea), en nog vele andere die plaatselijk van belang zijn.

Hun betekenis voor de voeding in de derde wereld kan moeilijk overschat worden.
 


© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!