TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Asparagus - Asparagaceae



Asperges kunnen wild voorkomen in de duinen maar worden vooral gekweekt. De planten die we in de duinen aantreffen worden onderscheiden als de liggende asperge (var. prostatus) en heeft dunne, liggende stengels. In de herfst sieren zij de zonnige duinhellingen met donkerrode bessen. (Sier-) Asperges komen voor als klassieke kamerplant, vaste planten, snijbloem en groente. De Asparagus officinalis of asperge is één van de weinige meerderjarige groentegewassen en geldt als een delicatesse. Hij hoort oorspronkelijk thuis in Voor-Azië en wordt tegenwoordig wereldwijd verbouwd. Hij werd eerst als geneeskruid, en pas later als groente gewaardeerd. Van jonge asperge planten kan je pas in het derde jaar voor het eerst oogsten. Steeds vaker wordt de groene asperge verbouwd, in tegenstelling tot de blanke asperge wordt groene asperge zonder ruggen geteeld. Het is nauwelijks te geloven dat het asperge groen, dat door de bloemist graag wordt gebruikt als groene omlijsting van boeketten, verwant is aan de groente asperge. De sierasperge is een probleemloze kamerplant die snel groeit, weinig verzorging nodig heeft en scheuten krijgt van wel 1 m lang. Hij kent opgaande, hangende en klimmende rassen.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Groenten
aspergegroente, tuinasperge - Asparagus officinalis ´Argenteuil´ 

Nederlandse naam: aspergegroente, tuinasperge

Naam:  Asparagus officinalis ´Argenteuil´

Andere gebruikte benamingen:

Bloeitijd: 8-10

Bloemkleur:

Hoogte min-max: 1.2-1.75

Bladeren: naaldvormig

Foto van Asparagus officinalis ´Argenteuil´, Nederlands: aspergegroente, tuinasperge, (Synoniem ) behorende tot de plantengroep Groenten

Zoek FOTO op Google


Asparagus officinalis ´Argenteuil´ is een delicatesse die uw geduld vraagt. Dit ras geeft dikke asperges van goede kwaliteit. De oogst kan starten vanaf het 3e-4e groeijaar.

Asperge is een oude delicatesse, die haar oorsprong kent bij de oude Egyptenaren ruim vijfduizend jaar geleden. De grafbouwers van farao Sakkara vereeuwdigden al een bundeltje asperges op de wand van de graftombe. De Grieken gaven het plantje de naam asparagos - ofwel ´de niet gezaaide´. Toen werden asperges dus niet geteeld, maar groeiden in het wild. In de Middeleeuwen dook de asperge op in de tuinen van kastelen en kloosters en werd voornamelijk voor medicinale doeleinden gekweekt. Gaandeweg werd asperge echter ook groente.

Standplaats: 

De grond waar de teelt van witte asperges gepland is moet tijdig voorbereid worden. Dit betekent dat we twee jaar vooral al onze voorbereidingen treffen.
Asperge is een gewas dat met zijn wortels graag diep gaat. De levensduur van de aanplanting zal afhangen van de bewortelingsdiepte. We moeten streven naar een bewortelbare laag van 80-100 cm. Diepspitten is aangewezen vooraleer een aspergeaanplanting te doen. Dit gebeurt best onder droge omstandigheden. De grondwatertafel mag in de winter dus ook niet boven die 80 cm uitkomen.
Is er geen enkele verdichte laag, dan is diepspitten niet nodig, en wordt dan trouwens beter niet uitgevoerd.

Voor de teelt van witte asperges is er dus een lichte grondstructuur, een grote bewortelbare diepte en een lage grondwaterstand in de winter nodig. Is de grond te zwaar, dan kan eventueel de teelt van groene asperges geprobeerd worden.

Zaaien en planten: 

Het planten van de aspergeplanten (klauwen) gebeurt in vers getrokken veuren. De diepte van de veuren is zodanig dat de kop van de plant nog 20 cm onder het maaiveld zit. Drie planten per strekkende meter worden uitgezet. Dan worden zowel wortels als koppen van de plant met 5-7 cm grond afgedekt. Eventueel water geven bij droog, schraal weer. Enkel onkruidvrij houden valt ons het eerste jaar nog te doen. Terwijl we dat doen worden de plantveuren dus gedurende de zomer geleidelijk opgevuld.

Bemesting: 

Diepspitten gebeurt dus een jaar voor de aanleg. Daarna telen we best een groenbemester. Bekalking zal waarschijnlijk nodig zijn, zeker als je een diepe grondbewerking uitvoerde moet er extra bijbekalkt worden.
Organische bemesting voor de aanleg van een aspergeteelt is aangewezen. Gebruik hiervoor 1 m³ stalmest of champignonmest per are. Champignonmest krijgt de voorkeur op zwaardere gronden, dit om de bewerkbaarheid te verbeteren. Op lichte gronden beter stalmest gebruiken.
Het jaar van de planting kunnen we gedurende de maand juli wat stikstofmeststof strooien.
Vanaf de eerste productiejaren wordt er bemest met een samengestelde meststof .Na de oogst (tot 24 juni Sint-Jan) wordt er nogmaals bemest.

Verzorgingstips: 

Het tweede jaar maken we in het voorjaar al een kleine berm bovenop de aspergerijen van 15 cm. Natuurlijk worden in het vroege voorjaar de afgestorven stengels verwijderd.
Het derde jaar kunnen we vroeg in het voorjaar de bedden wat los maken en gedeeltelijk afgraven om de grond sneller te doen opwarmen. Zien we de eerste stengels verschijnen, dan maken we de bermen op volle hoogte, dit is zo´n 20 cm boven het maaiveld. Daartoe schep je de grond naast de rijen uit en leg je die op de rijen. De bermhoogte tov. De naastliggende geulen is dus nog hoger dan die 20 cm.

Ziekten en plagen: 

Aspergevlieg en aspergekever zijn gevreesde insecten. Vanzelfsprekend zijn er pas problemen na de oogst als de aspergestengels moeten doorgroeien. Bij eerdere problemen moet je beducht zijn op grote schade.
Aspergeroest kan het loof sterk aantasten, met als gevolg minder opslag van reservestoffen in de wortels. Als gevolg is er dan minder productie het jaar daarna.

Oogsten: 

De normale teelt loopt van eind april tot 24 juni, de feestdag van St. Jan. Als je later nog oogst, dan put je de plant teveel uit. Daarom gaan we het tweede jaar nog niet oogsten, of slechts heel weinig. Pas het derde jaar kunnen we volop oogsten zonder de plant al te veel uit te putten.

Je kan asperges ´trekken´ of ´steken´. Trekken betekent dat je de aspergestengel vrijmaakt met duim en wijsvinger en dan met een draaiende beweging de stengel afdraait. Dit is de beste methode, je hebt minst kans op beschadiging. Steken doe je met speciaal aspergemes en geeft meer kans op beschadiging van jonge scheuten.

Bewaren: 

Bij een lage temperatuur (0-1°C) kan men gezonde asperges 10-14 dagen bewaren, op voorwaarde dat de relatieve vochtigheid voldoende hoog is (94-96%). Je kan de asperges wikkelen in een natte handdoek om die RV te bereiken. Natuurlijk zijn verse asperges op zijn best.

Teeltschema


Teeltschema van aspergegroente, tuinasperge, Asparagus officinalis ´Argenteuil´: zaaien, verspenen, planten, oogsten

Behoort tot de groep van de meerjarigen

Een aantal groentegewassen zijn meerjarig: doorlevende plánten die 3 tot 15 jaar op dezelfde plaats kunnen blijven staan. Ze worden niet in het systeem van vruchtwisseling opgenomen, maar krijgen een apart plaatsje in de moestuin of de kruidentuin. Ook voor de siertuin lenen ze zich, want het zijn zonder uitzondering mooie en speciale planten.

Als men echter aan het gewas de nodige verzorging en bemesting geeft, levert het bevredigende oogstresultaten af.


© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!