|
Cheresita is een kerstomaat die bijzonder geschikt is voor schotels en als cocktailtomaat. Hij vormt mooie, gelijkmatige trossen met prachtige vruchten. Resistent tegen aaltjes en virussen.
Teeltschema
TEELT van tomaten -
Lycopersicum esculentum
Zaaien
We zaaien ongeveer 8 weken voor het
uitplanten. De zaaigrond bestaat uit 4 delen potgrond en 1 deel mager
zand. Dit wordt dan goed bevochtigd en opgewarmd tot een temperatuur van
20°C. Het zaaien gebeurt door het zaad bovenop te verspreiden en af te
dekken met een dun laagje mager zand. Het geheel afdekken met een
glasplaat. De glasplaat zorgt voor een voldoende hoge temperatuur en
belet tevens dat het zaaisubstraat gaat uitdrogen. Zaai niet te dik. Hou
er ook rekening mee dat maximum 70% van het zaad uitkomt.
Ideale temperaturen
| |
dagtemperatuur |
nachttemperatuur |
| om te kiemen |
22-25°C |
22-25°C |
| na de kieming tot het
verspenen |
23°C |
20°C |
| na het verspenen tot het
uitplanten |
20°C |
18°C |
| na het uitplanten tot de oogst |
18°C |
15°C |
Verspenen
Het verspenen kan gebeuren wanneer
het eerste blaadje te voorschijn komt. Dit is zo'n 14 dagen na
het zaaien. Eventueel kun je wachten tot het tweede blaadje te
voorschijn komt. Wees zeer streng bij de selectie van het te
verspenen materiaal. Plantjes die duidelijk kleiner zijn dan de
rest gebruik je niet. Ook als de kiemblaadjes wat misvormd zijn
is het mogelijk dat dit slechte planten oplevert. Het verspenen
gebeurt best in potten met een diameter van 12 cm, gevuld met
universele potgrond. Op die manier kun je het uitplanten zo lang
mogelijk uitstellen. Om voetziektes te vermijden zorg je ervoor
dat de kiemblaadjes bij het verspenen altijd boven de potgrond
uitkomen.
Afharden
Bij tomaten die in de kas uitgeplant
worden, noemt men dit afkweken. U kunt de planten gewoon maken aan de
ruimere plantafstand door ze eerst enkele dagen, in de pot naast de
voorziene plantplaats te zetten. De watergift wordt wat beperkt, om
steviger planten te hebben en de bloei te stimuleren.
Tomaten die buiten geplant
worden, worden afgehard op de klassieke manier echter niet bij koud en
regenachtig weer.
Planten
De planten zijn plantklaar als de
eerste tros zichtbaar wordt. Tomaten vragen een warme, zonnige
standplaats en verdragen eigenlijk geen schaduw. De grond is
goed voorzien van voeding en bezit een doorlatende structuur. Je
moet planten in een opgewarmde grond, dit betekent een minimale
grondtemperatuur van 15°C. Houd je dit niet in acht dan stijgt
de kans op wortel- en voetziekten. Streef naar een
plantdichtheid van 2,5 planten per m2. Bijvoorbeeld 80 cm tussen
de rijen en 50 cm in de rij. De potkluit moet bij het uitplanten
goed vochtig zijn, want de plant moet de eerste dagen hieruit
zijn reserves gaan putten.
We letten er op dat de bovenkant van de potkluit niet bedekt
wordt met serregrond, daardoor stijgt alweer de kans op
voetziektes. De kiemblaadjes mogen dus zeker niet onder de grond
terechtkomen. Om het aanspoelen van de grond en de inworteling
te bespoedigen gieten we aan met water van ongeveer 20°C.
-
onder koud glas
Onder koud glas planten we
ten vroegste eind april bij zacht weer, anders wachten we best tot 1
mei.
-
buiten
In
de vollegrond heeft planten voor 20 mei weinig zin. Plant niet te
vroeg, want de koude kan veel meer kwaad doen dan een week later
planten. Een week vroeger planten in een koude periode betekent
helemaal niet dat je ook een week vroeger zult kunnen oogsten.
Je kunt van in het begin tot het einde van de teelt tomatenhoezen
gebruiken, deze moeten echter voorzien zijn van verluchtingsgaten of
moeten bestaan uit vochtdoorlatend plastiek. Gebruik ze niet te
lang, en eventueel alleen ´s nachts. Door een te vochtig klimaat
stijgt de kans op schimmelziekten.
Bemesting
De jaarlijkse organische bemesting moet
je blijven verzorgen. Als uit een grondontleding zou blijken dat het C%
meer bedraagt dan 5% dan moeten we hierin niet meer overdrijven. Het
koolstofpercentage is immers ongeveer het dubbel van het humusgehalte
van de grond. Een koolstofpercentage van 5% is een humuspercentage van
2,5%. En dat is ruim voldoende. Een hoger percentage kan immers ook
nadelen opleveren.
Om een goede zoutconcentratie te bekomen op een grond waarop sla
gekweekt werd en die in de herfst doorgespoeld werd geven we best een
goede voorraadbemesting met bijvoorbeeld 90 gram patentkali per m2 en 80
gram ammoniumnitraat (bevat 27% stikstof) per m2. (In Nederland wordt
ammoniumnitraat ook dikwijls kalkammonsalpeter genoemd)
Opmerking: de meststof patentkali bevat 30% Kalium en ook 10% Magnesium.
Het is een meststof die uit kalimijnen gedolven wordt en is dus niet
chemisch vervaardigd. Vandaar dat de meststof ook in de biologische
tuinbouw gebruikt wordt. Patentkali is een meststof die goed is voor
alle vrucht- en wortelgroenten: de stevigheid en de kleur van de vrucht,
de wortel of knol wordt erdoor bevorderd.
Ofwel kiezen we voor 150 gram blauwe korrel 12-12-17 + 4, hoewel de
voorraad kalium in deze meststof eigenlijk te klein is. (12% stikstof,
12% fosfor, 17% kalium, 4% magnesium). Eventueel kunnen we dus ook
kiezen voor een andere samengestelde meststof met een voldoende
hoeveelheid kalium in aanwezig.
Om verbranding te vermijden moeten we deze meststoffen goed verdelen
over een diepte van 30 cm. Als er in de herfst niet of weinig gespoeld
werd strooien we best minder meststoffen dan hier aangegeven:
Stikstof : matig in het begin
Fosfor : belangrijk bij de jonge plant
Kalium : belangrijk voor de kwaliteit van plant en vrucht
Magnesium : belangrijk voor groen blijven van de oudste bladeren
Aanbinden en dieven
Het aanbinden gebeurt best met een
losse lus zodat het de kans op het ingroeien van het touw vermindert. Om
de week moeten we dieven en indraaien. Om te vermijden dat we de stengel
breken bij het indraaien kunnen we ook de stengel aan het koord
bevestigen met een clips. Bij groeizaam weer verschijnt er om de week
een nieuwe tros op de plant, dit betekent automatisch dat er iedere week
3 bladeren bijgroeien, samen met 2 stengeldieven en één kopdief. Tussen
het bloeien van de bloem en de eerste rijpe vruchten verloopt bij warm
en groeizaam weer ongeveer zes weken.
Enkele weken na planten gaan we de
eerste, vergeelde blaadjes verwijderen. Bij vleestomaten laten we
maximaal 4-5 vruchten per tros uitgroeien. Op die manier bekomen we
grotere vruchten. Ook bestaat anders het gevaar dat de groei van de
plant stilvalt. Alleszins moeten we vruchten met bodemgaten of misvormde
vruchten zo vlug mogelijk verwijderen, op die manier komt er energie
vrij voor de productie van betere vruchten. Misvormde vruchten komen
dikwijls voor bij een te weelderig tomatengewas, maar ook als de
nachttemperatuur te laag is.
Bij een goede groei wordt rond 10
augustus getopt. Dan kunnen we onze laatste vruchten oogsten begin
oktober. Het duurt ongeveer 6 (zomer) tot 8 (later op het seizoen) weken
tussen de vruchtzetting en de rijping van de vrucht.
Als we een te weelderig gewas hebben, wat vooral in het begin van de
teelt kan voorkomen, is het aan te raden om een tweetal bladeren te
verwijderen, zodat de planten voldoende kunnen drogen en er nog
voldoende voedsel naar de vruchten kan gevoerd worden. Vooral bij
overmatig gebruik van stikstof kan het voorkomen dat onze tomatenplanten
te veel en te groot blad produceren, met als gevolg een slechte
vruchtzetting en kleine vruchten, die ook nog slecht kleuren.
Enkele weken na planten
kunt u de onderste 4 blaadjes verwijderen. Het is heel belangrijk dat de
vruchten niet constant door felle, rechtstreekse zonnestralen beschenen
worden. De vruchttemperatuur loopt hierdoor zeer sterk op met als gevolg
dat delen van de vrucht bij het rijpen groen blijven. Dat de bladeren
weg moeten om de vruchten beter te doen rijpen is niet helemaal waar.
Niet zozeer licht, maar wel temperatuur doet vruchten rijpen. Pas vanaf
september heeft het zin de trossen bloot te maken om de extra
zonnewarmte te benutten. U kunt wel steeds blad verwijderen tot onder de
op dat ogenblik rijpende tros. Op die manier is er tussen het gewas een
luchtiger klimaat. Bij zeer sterke groei, als door het vele blad de
vruchten niet meer zichtbaar zijn kunt u tussenin enkele bladeren
wegsnijden.
Water geven
Als de planten regelmatig
nat worden zijn de vruchten ruwer zijn en is de kans op schimmelziektes
groter. Geef dus water onderaan, per plant of per rij, niet over de
volledige grondoppervlakte. Zo vermijdt u een te vochtig klimaat.
Bedenk dat de hoeveelheid water de productie van de plant beïnvloedt,
maar ook de kwaliteit, hardheid en de smaak van de vrucht. Droger telen
leidt naar kleinere maar smaakvollere vruchten. Te natte grond is
schadelijker dan droge grond. Pas de watergift aan volgens de
weersomstandigheden en wees spaarzaam met water in frissere en
regenachtige perioden.
Bestuiving
Tomaten
zijn zelfbestuivend. Het stuifmeel dat loskomt van de meeldraden blijft
kleven aan de stamper van dezelfde bloem. Stuifmeel losmaken kan kan
door te tikken tegen de bloemtros rond de middag. ´s Morgens is
het stuifmeel nog te vochtig en komt het niet los van de meeldraden. Op
een warme dag in de namiddag zal het stuifmeel wel loskomen, maar blijft
niet kleven aan de stamper van de bloem omdat die ondertussen te droog
geworden is. Om de andere dag trillen is voldoende.
Bij tomaten verloopt de
vruchtzetting soms minder goed. De hoofdoorzaken zijn voornamelijk te
vinden in de vorming van minder goede bloemen, het stuifmeel dat niet
kan vrijkomen en het stuifmeel dat niet kan kiemen. Het niet goed
vrijkomen van het stuifmeel is vooral een gevolg van een te hoge
luchtvochtigheid in de naaste omgeving van het stuifmeel. Om tot een
betere bestuiving te komen kunnen we ingrijpen door o.a te trillen, te
tikken, te blazen of te plumen.
Lees hierover meer op
http://www.tuinkrant.com/modules.php?name=News&file=article&sid=9322
Oogsten
Rood oogsten geeft de best smakende
tomaten. Wacht je te lang dan wordt de kans op barsten en rotten groter.
De vruchten moeten beschermd worden tegen felle zoninstraling om slechte
kleuring en barsten te vermijden. Oogst de tomaten door met de duim de
verdikking tussen tomaat en tros in te drukken. Zo blijft het kroontje
aan de vrucht.
Bewaar op een koele en goed verluchte
plaats is nodig. De optimale temperatuur ligt tussen 12° C en 16° C. Zo
komt de smaak volledig tot zijn recht.
Onrijpe groene tomaten bevatten kleine
hoeveelheden solanine, een giftige stof. Het gehalte hieraan daalt
naarmate de tomaat rijper wordt. Rijpe tomaten bevatten geen solanine.
Mogelijke verschijnselen na het eten van meerdere groene tomaten zijn
onder andere braken, hoofdpijn en diarree. Groene of onrijpe tomaten
worden wel veel gebruikt voor het maken van jam en chutney. Deze
gerechten bevatten dan weliswaar nog wat solanine, maar wanneer ze in
kleine hoeveelheden worden gebruikt leveren ze geen gevaar op voor
vergiftiging.
Ziekten en plagen
Neusrot en slechte kleuring zijn
fysiologische ziekten, veroorzaakt door watergebrek of
voedingsgebrek.
Aardappelplaag kan ook tomaten aantasten.
Witte vlieg kan een serieus probleem zijn in tomaat.
Voor meer uitleg raadpleeg de artikels groenten onder glas
op
http://www.plantaardig.com
en de Tuindokter informatie op
http://www.tuinkrant.com/tuindokter/
Geënte tomaten
De belangrijkste redenen waarom
geënte tomaten worden gebruikt is de resistentie van de
onderstammen tegen bodemziekten, extra weerstand tegen
Verticillium (bodemschimmel) en pepinomozaïekvirus. De tomaten
gaan sterker de zomer door, zodat de planten beter door een
eventuele aantasting heengroeien.
Welke onderstam moet je zaaien?
Welke onderstam moet ik kiezen?
Zie dit artikel over geënte tomaten:
http://www.tuinkrant.com/modules.php?name=News&file=article&sid=9105
Vruchtwisseling
De tomaat behoort tot de familie
van de nachtschadigen waartoe heel wat groenten behoren:
paprika, aubergine, aardappel, pepers, .. Dit heeft als gevolg
dat ook bepaalde ziekten op al deze groenten kunnen terugkomen.
De aardappelplaag kan zowel op aardappelen als op tomaten
voorkomen. Kurkwortel, een groot probleem bij tomaat kan ook bij
paprika schade veroorzaken.
Meloen en komkommer behoren niet tot deze familie en zijn dus
geschikt als vruchtwisseling bij tomaat.
Onder glas moet u er naar streven
slechts om de 4 jaar terug te komen. Door de beperkte
oppervlakte lukt dit dikwijls niet. Dan ontstaan er op de duur
problemen met kurkwortelziekte en aaltjesaantasting. De
oplossing is geënte planten gebruiken, de onderstam is resistent
tegen kurkwortel.
Soorten tomaten
Er
zijn veel rassen, elk met hun eigen teelt- en
gebruiksmogelijkheden. Allereerst zijn er de rassen die mooie
ronde tomaten leveren, dit in verschillende groottes. Tomaten
kunnen ingedeeld worden in verschillende groepen of categorieën
afhankelijk van de gebruikte criteria:
vlees-, kers-, tros-, cocktail-, ronde, platte, roma-typen,
pruimvormige, peervormige, besvormige, pepervormige, ovale,
geribde, witte, zwarte, gele, rode, groene en groengeel
gestreepte tomaten en zoverder…
Op de tomatencd-rom wordt volgende
indeling gehanteerd:
We onderscheiden in vruchtvorm
Onderscheid in kleur
Onderscheid in smaak o.a.
-
zoete tomaten
-
zure tomaten
-
kersensmaak
-
ananassmaak
-
citroensmaak
Onderscheid in pluktijd en
rijpheid
-
vroege tomaten (vanaf
1 juli rijp)
-
middelvroege tomaten
(vanaf 10 juli)
-
middentijdse tomaten
(vanaf 15-30 juli)
-
late tomaten (vanaf
augustus)
-
zeer late tomaten (september-oktober)
Onderscheid in groeiwijze
-
zelftoppende of
struikvormige tomaten
-
niet-zelftoppende of
stamvormige tomaten
-
half-zelftoppende
tomaten
F1-, F2-hybriden
Er is een onderscheid tussen de
zaadvaste rassen en de hybride rassen (F1, F2). De zaadvaste
rassen hebben als voordeel dat het zaad goedkoper is en dat je
zelf zaad kan opdoen. Het grote nadeel is onmiskenbaar de
kleinere vruchten en de kleinere productie.
Het zaad van F1 en F2
hybridenrassen is veel duurder maar de productie van deze
rassen is beter tegenover de zaadvaste rassen. Het grote nadeel
is dat je er zelf geen zaad kan van opdoen. Deze rassen zijn
niet zaadvast. Dit komt doordat men bij de productie van dit
zaad kruisbestuiving toepast, terwijl een tomatenplant van
nature uit zelfbestuivend is, d.w.z. dat het stuifmeel
terechtkomt op de stamper van dezelfde bloem. Dit verklaart ook
de meerprijs van hybridenzaad, men moet die kruisbestuiving
immers met de hand uitvoeren.
Zelftoppende rassen
Er zijn zelftoppende rassen en
doorgroeiende rassen. De doorgroeiende rassen vormen constant, na iedere
bloemtros, een nieuw groeipunt terwijl de zelftoppende rassen één of
meerdere stengels vormen die allen eindigen op een bloemtros. Als
tuinier zijn deze rassen interessant indien je over weinig plaats of een
kleine (lage) serre of tunnel beschikt. In de industrie gebruikt men
zelftoppende rassen voor de machinale oogst.
Tomaten voor terras en balkon
Kerstomaten en kleine ronde tomaten
lenen zich uitstekend om in pot geteeld te worden. Het zijn
tomaten die speciaal voor vensterbank of balkon worden geteeld.
De planten worden niet hoger dan 1 meter en hoeven niet of
nauwelijks te worden gesteund. Zorg voor een
zonnige, windstille plaats.
Vleestomaten
Er is een onrass
Trostomaten
Trostomaten zijn ronde tomaten die
bestaan in diverse vruchtgroottes maar met de eigenschap dat de
tomaten aan één tros bijna gelijktijdig rijpen zodat de tros op
zijn geheel kan afgeknipt worden.
Kerstomaten
Kerstomaten zijn erg zoete, kleine
ronde vruchten, die in enorme trossen aan de plant hangen. Ze
komen in het wild nog altijd voor in Mexico. Sommige botanici
nemen aan, dat deze cultuurvariëteit ontstaan is uit de rode
bestomaat (Lycopersicon pimpinellifolium) en dat daaruit
tenslotte de grootvruchtige rode tomaten zijn ontwikkeld. Tot
deze vorm behoren ook de zogenaamde vleestomaten.
Voor een overzicht van rassen zie
de Tomatencd-rom op
http://tomaten.tuinkrant.org
Eet tomaten en blijf
gezond
Vandaag voert de tomaat de hitlijst aan van wat de natuur ons biedt aan
kankerwerende stoffen! Rode, bruine en zwarte tomaten die in openlucht
gekweekt werden bevatten veel lycopeen in goed opneembare vorm. Lycopeen
werkt beschermend tegen kanker en helpt de slechte cholesterol in het
lichaam te verlagen. Weliswaar is de huid van de tomaat licht giftig.
Pellen gaat echter makkelijk als men de tomaten een minuutje in kokend
water legt. En ook de pitten zijn ongunstig. Maar lycopeen, de dieprode
kleurstof, die de tomaten doet blozen, is een sterke antioxidant en
radicalenvanger, die bescherming biedt tegen kanker en hartinfarct. En
hoe roder de tomaten, hoe meer lycopeen ze bevatten.
Om werkzaam te zijn moet het vetoplosbaar tomatenlycopeen met een beetje
olie worden gebruikt. En het meeste lycopeen nemen wij op als de tomaten
verhit zijn. Dus tomatensaus! En ketchup? Daar zit inderdaad veel
lycopeen in, maar helaas ook veel te veel suiker.
Er zijn ook jichtlijders die geen rode tomaten verdagen. Zij kunnen gele
tomaten kiezen. Bijzonder voor hen geschikt is het ras Blanche à
feuilles de pomme de terre. Bereidingen van tomaten werken ook gunstig
tegen prostaatproblemen.
Wat is er wetenschappelijk bewezen?
-
Bij mensen, die veel
tomaten eten, komt kanker 40 % minder voor dan bij mensen die zelden
van deze vrucht genieten.
-
Het sterkst beschermt
de tomaat tegen kanker van de prostaat, de longen en de maag, maar
er is ook een gunstig beschermend effect voor de borsten, de
alvleesklier, de dikke darm, de slokdarm en endeldarm, de mondholte
en de baarmoederhals.
-
Er is een verband
tussen hoge serumwaarden van lycopeen in het bloed en een verminderd
risico op kanker.
-
Sterker nog: het
risico op kanker neemt af naarmate de tomatenconsumptie stijgt.
-
Een laag
lycopeengehalte in het menselijk vetweefsel correleert met een
grotere incidentie van hartinfarcten
-
Tomaten maken van een
harde stoelgang een zachte substantie en zijn ook gunstig bij
aambeien.
-
Niet in het minst te
versmaden is het feit dat tomaten caloriearm zijn. Daarbij
ontwateren zij, werken bloeddrukverlagend en zijn gunstig voor de
nieren. Tomatensap is ook aanbevolen bij reuma. Alleen wie met
nierstenen te maken heeft, dient voorzichtig te zijn met tomaten,
omdat zij een beetje oxaalzuur bevatten. En er zijn jichtlijders die
geen tomaten verdragen.
Bronnen o.a. Luc Dedeene,Guy De
Kinder, Somers zaden, Vlaams Zaadhuis, VELT, Tijdschrift maar
NATUURLIJK editie 10, Tuinkrant´s Tomatenrassen CD.
Bewerking Rudi Van Overloop.
Behoort
tot de groep van de vruchtgroenten
Tot deze groep behoren de groenten
die op het perceel van de vruchtgewassen zouden staan als je ze
in de vollegrond zou telen. Ze houden echter van warmte en in
België en Nederlands is het een goede keuze omze onder glas te
zetten (serre of plat glas) : komkommer, meloen, tomaat,
paprika, aubergine.
Buiten kun je ze uitplanten na
half mei. Aangezien het bij vruchtgroenten uiteraard om de
vruchten gaat, richt je je aandacht op een geslaagde bestuiving.
Zonder bestuiving of goede bevruchting, leveren de meeste
vruchtgewassen niets eetbaars op.
Een hele reeks vruchtgewassen
zoals pompoen, courgette, komkommer en meloen behoren tot de
komkommerfamilie en die zijn meestal gevoelig voor dezelfde
ziekten en plagen.
Bronnen
-
Catalogus Somers NV,
Vlaams Zaadhuis, Oranjebandzaden, e.a.
-
Velt groenten, Terra fijne
en zeldzame groenten, Groenboekerij groenten
-
Artikelen Luc Dedeene voor
tuinkrant en TK-Plantengids e.a.
-
Teeltschema´s Luc
Dedeene
http://www.plantaardig.com,
aanvullingen door Rudi Van Overloop
|