Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

Dit is een elektronische bewerking van de cursus 'De teelt van prei', een bewerking van Rudi Van Overloop.

Hoofdstuk 1 Inleiding

Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

Prei behoort tot de familie van de liliaceae (lelieachtigen). Hij behoort tot het geslacht Allium (look), zoals bieslook, ui, sjalot en knoflook. De huidige prei was reeds in de oudheid in Egypte in cultuur. Hij is vermoedelijk ontstaan uit Alluim ameloprasum, die in Azië voorkomt.

Botanische kenmerken

Allium porrum is een tweejarige plant, die behoort tot de éénzaadlobbige zaadplanten. De bladeren zijn kruidachtig, grijsgroen en tweezijdig dicht opeen geplaatst. Ze zijn met een waslaag bedekt. De lengte bedraagt 30 - 40 cm en de nerven lonen evenwijdig. De hoofdwortel sterft direct na het kiemen af en er vormt zich een wortelpruik.

Door de prei aan te aarden vormt hij een lange schacht, wat het eetbare gedeelte is. In normale groeiomstandigheden, zonder aanaarden en zonder verplanten, wordt er helemaal
geen schacht gevormd. Op de wortelpruik die zich juist onder het grondoppervlak bevindt wordt dan de opengespreide bladwaaier gevormd.

Het eerste groeijaar worden de bladeren en de wortelpruik gevormd. voor de prei die gekweekt wordt zal dit de periode zijn waarin de schacht zich ontwikkelt. Prei voor consumptie zal na dit eerste groeijaar reeds geoogst worden.

Het tweede groeijaar heeft de generatieve groei plaats. Uit de schacht komt er dan een zaadstengel, in de volksmond "stek" genoemd. Het "stekken" gebeurd bij de normale teelt
in het voorjaar vanaf april. Wanneer men de zaadstengel boven de schacht ziet komen verliest het gewas veel van zijn consumptiewaarde.

In april-mei wordt er een bloemstengel ontwikkeld die tot 1,5 m groot kan worden.De bloeiwijze die zich in juli op de "stek" ontwikkelt is bolvormig. De bol is samengesteld uit groenwitte bloempjes net een paarse tint. Ze worden zeer veel door bijen bezocht.

Het zaad dat in augustus uitrijst is zwart blinkend. De lengte bedraagt +/- 3 mm, de breedte varieert tussen 1 en 2 mm en het is 0,5 tot 1 mm dik. In 1 gram preizaad kunnen 300 à 400 zaden voorkomen.

Het gebruik

Prei is een belangrijke groente die vooral tijdens de wintermaanden veel in de keuken gebruikt wordt. Een groot gedeelte van het preiareaal wordt als soepgroente gebruikt, zowel in specifieke preisoepen als in gemengde groentesoepen. Het is vooral voor het gebruik in de soep dat er ook tijdens de zomer vraag naar prei is. Deze prei wordt in pakjes van 3 tot 5 verpakt.

Tijdens de wintermaanden, wanneer de keuze aan verse groenten niet zo groot is, wordt prei gestoofd. Men kan het aroma versterken of wat lichter maken door er allerlei sausen aan toe te voegen.
Alleen de witte schacht kan voor de consumptie gebruikt worden, het groene gedeelte wordt niet gebruikt.

Prei heeft een geneeskundige kracht, het werkt bloedzuiverend en is urineafdrijvend.
Het is een licht verteerbare groente die veel vitamine A bevat en in mindere mate vitamine B.

Prei bevat : 

calorieën
eiwitten
vetten
geen koolhydraten

De economische betekenis

Prei is in België één van de belangrijkste vollegrondsgroenten. Over gans Vlaanderen wordt prei geteeld. Zowel op groenteteeltbedrijven als op kleinere landbouwbedrijven. Bedrijven waar uitsluitend prei voorkomt zijn er in België niet.
Als neventeelt is de preiteelt zeer interessant, vooral tijdens de wintermaanden kan men oogsten en marktklaar maken wanneer er toch weinig werk is op de meeste bedrijven.

In België staat zo'n 4 000 Ha prei. In Nederland wordt vooral in het zuiden prei geteeld. De laatste jaren is door de specialisatie en de mechanisatie de teeltoppervlakte eveneens gestegen. Toch bedraagt het areaal in Nederland slechts 1/2 van het Belgische preiareaal.

Enkele andere oppervlakten in onze buurlanden

- Frankrijk : 4 600 Ha
- West-Duitsland : 1 600 Ha 
- Italië 350 Ha

In België wordt ongeveer 90 % van de prei via de veiling aangevoerd. De rest gaat langs contractteelt naar de industrie. De teelt van industrieprei neemt wel toe, waardoor er sommige jaren meer "prei verhandeld wordt zonder op de veiling te komen.

De Belg consumeert per jaar gemiddeld 10 kg prei, de Fransen 6 kg, in Duitsland heeft men een gemiddelde van 2,5 kg per persoon en in Nederland eet men slechts 1,5 kg per jaar.

De gemiddelde opbrengst per Ha ligt rond de 30 ton. België produceert ongeveer 120 000 ton prei per jaar. Hiervan kan er 20 % uitgevoerd worden.

Terug naar index