Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

Dit is een elektronische bewerking van de cursus 'De teelt van prei', een bewerking van Rudi Van Overloop.

Hoofdstuk 11  De oogst van prei

Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

1. Met de hand

Op kleine bedrijven waar het prei-areaal beperkt is zal men met de riek oogsten. Men gebruikt hiervoor een riek met 5 pinnen die dicht bij elkaar staan. Een riek met 4 platte, brede pinnen kan eveneens gebruikt worden. De oogst met de hand gebeurt volledig gebogen, daarom wordt soms gebruik gemaakt van een riek met korte steel of van een schopje met korte steel.

2. Machinaal losrijden van de prei

Met het paard

De eerste stap naar mechanisatie was het losrijden van de prei met een ploeg getrokken door het paard. Na het losrijden werd de prei uit de zwade genomen en in kisten gelegd.

Met de trekker

De eerste stap in de mechanisatie waarbij de trekker gebruikt werd, is deze waarbij de ploeg die aanvankelijk door het paard getrokken werd nu getrokken wordt door de trekker.
Later kwam de preilichter op de markt, hiervoor is een trekker van 50 PK nodig. Er werd één rij ineens losgereden, waarbij de prei ook werd opgenomen en in kisten gelegd. Daarna oogstte men de volgende rij.

De preilichter bestaat uit een puntvormig mes dat schuin in de grond gaat. Bovenaan het mes zijn 3 of 4 tanden bevestigd die de prei verder naar boven brengen. Het mes is met een stang bevestigd aan een dwarsbalk die aan de hefinrichting van de tractor gekoppeld is. Door de hydraulica wordt de lichter op en neer gelaten. Men laat de lichter zakken waardoor hij in de grond gaat onder de prei. Deze wordt dan naar boven gebracht.

Met de schudder

De volgende stap in de mechanisatie is de schudder. Hier is het wel nodig dat de prei op bedden geplant wordt. Indien dit echter niet het geval is moet men er voor zorgen dat de trekker tussen de rijen kan rijden. 

De schudder is 1,30 m breed,
men zal 3 of 4 rijen in eenmaal oogsten, volgens rijenafstand.
Het oplichten gebeurt met een U-vormig mes dat de breedte heeft van de schudder. Het schudden gebeurt aangedreven door de aftakas van de tractor met tanden die schuin naar omhoog gaan. Bij het schudden gaan de tanden op en neer. De machine wordt aan de hefinrichting van de tractor gekoppeld.

Met deze machine heeft men zeker een behoorlijk resultaat. Het grote voordeel van dit werktuig is tevens dat het kan gebruikt worden om prei, aardappelen, aardbeien en boomkwekerijgewassen te rooien. Voor de tuinier is dit zeker van belang voor het rooien van aardappelen.

Bij deze verschillende oogstmethodes is het nodig de prei van het veld op te rapen en hem in kisten te leggen. Men is reeds lang op zoek naar een efficiënte machine waarmee de prei kan geoogst worden en waarbij hij rechtstreeks in bakken of op een wagen gebracht wordt. Een van de hoofdproblemen is hier zo weinig mogelijk schade aan het gewas aan te richten. In Nederland heeft een kweker uit eigen initiatief in samenwerking met een constructeur een speciale preioogster gemaakt. Met een schudder wordt de prei losgereden en naar boven geschud. De prei komt dan op zeefkettingen die aangedreven zijn met een aftakas Op deze kettingen wordt zoveel mogelijk grond van de wortels gezeefd. Via een transportband valt de prei in een voorraadbak. De voorraadkisten staan op een aanhangwagen die getrokken wordt door een tweede trekker. Deze moet tijdens de oogst steeds naast de oogstmachine rijden met de voorraadbak juist onder de transportband.

Deze doorgedreven vorm van mechanisatie heeft het voordeel dat de werkuren te velde enorm dalen. Het grote nadeel is en blijft de kwaliteitsachteruitgang van het product. Een eerste eis die aan kwaliteitsprei gesteld wordt is het onbeschadigd blad. bij de machinale oogst heeft het blad vanzelfsprekend meer te lijden dan bij de oogst met de hand.

Winterrassen met een smal blad zijn best omdat het blad hiervan minder beschadigt dan herfstrassen en breedbladerige winterrassen. Deze machine loopt nu reeds op 5 bedrijven, op deze bedrijven worden alleen winterrassen met smalle bladeren aangeplant, om weinig beschadiging te hebben bij de oogst.

In het najaar heeft men met deze rassen wel een lage Kg opbrengst omdat de prei nog onvoldoende uitgerijpt is, maar de arbeidsbesparing compenseert dit opbrengstverlies ruimschoots. Globaal genomen zal deze mechanische oogst toch nadelig uitvallen voor de kwaliteit. Vanaf het begin van de preiteelt zocht men naar betere rassen en nu vooral de laatste jaren naar rassen met mooie bladeren. Velen betreuren het dat deze mechanisatie leidt tot een kwaliteitsverlies. Voor deze machinale oogst gebeurt de teelt op bedden. Tussen ieder bed laat men 70 cm om met het zware materiaal over het bed te kunnen rijden bij de oogst.

 

Terug naar index