Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

Dit is een elektronische bewerking van de cursus 'De teelt van prei', een bewerking van Rudi Van Overloop.

Hoofdstuk 2 Grondeisen

Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

De grondeisen voor zomerprei liggen wel iets anders dan deze voor herfst- en winterprei. Het is vooral de grondsoort die verschilt.

Zomerprei geeft de beste resultaten op vochthoudende zandgronden.
Voor herfst- en winterprei zijn zavel- en lichte kleigronden eerder geschikt.

Om goede resultaten te bekomen met de preiteelt moet de grond in zeer goede conditie zijn.

Prei vraagt een hoog koolstofcijfer, dit mag 3 à 3,5 zijn. Om dit te bekomen is een zware organische bemesting aan te raden. Op lichte gronden moet men vooral moeten zorgen dat er genoeg humus in de grond is. Op leemgronden kan het humuscijfer iets lager liggen omdat deze beter waterhoudend zijn.

 Een goede vochthoudende grond is zeker noodzakelijk, met een hoog humuscijfer heeft men reeds een grote waterreserve in de grond, maar toch zal op sommige percelen tijdens droogte periodes nog bijgeregend worden om geen groeistilstand te krijgen.
Niettegenstaande prei een vochthoudende grond vraagt, is hij zeer gevoelig voor een te hoge waterstand. De ideale waterstand is 80 à 90 cm. Hoge en sterk schommelende waterstanden brengen de luchtvoorziening in de bodem in gevaar.

Een luchtige grond is onmisbaar, daarom wordt frezen afgeraden, omdat de fijne verkruimeling kans geeft op dichtslaan van de bovengrond. Prei is een gewas dat diep wortelt, 65 % van de wortels bevindt zich in de zone van 0 tot 25 cm, 25 % bevind zich in de zone tussen de 25 en 50 cm en er zijn wortels gevonden tot 1 m diepte. 

Tijdens de groei verkorten de wortels waardoor de plant naar beneden wordt getrokken, vandaar de diepe beworteling.

Een losse wortelzone, waar veel lucht in voorkomt is aan te raden, diep ploegen is zeker noodzakelijk. Het breken van de ploegzool werkt niet alleen opbrengstverhogend maar geeft ook een langer schacht.

Prei is tevens gevoelig voor een te lage zuurtegraad. De PH schommeld best tussen 6 en 7.

Na hoge stalmestgiften kan deze wel iets lager komen zodat men de PH moet opdrijven na zo'n bemesting.

Terug naar index