Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

Dit is een elektronische bewerking van de cursus 'De teelt van prei', een bewerking van Rudi Van Overloop.

Hoofdstuk 7 Herfst en winterprei

Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

Opkweek van plantenmateriaal

1. Eisen aan het zaaibed


Op verschillende punten komen de eisen gesteld aan een zaaibed in openlucht voor herfst of winterprei overeen met deze van een zaaibed voor zomerprei.

Het zaaibed moet vrij zijn van ziektekiemen. In tegenstelling met het zaaibed in de serre wordt hier zelden een grondontsmetting toegepast. Enkel wanneer verschillende jaren na elkaar op dezelfde plaats wordt gezaaid moet men deze behandeling uitvoeren. Wel wordt er een bestrijding tegen preivlieg en zwamziekten gedaan (zie in de tuindokter http://www.tuinkrant.com/tuindokter/).

Daar de planten 2 à 3 maand op het zaaibed moeten verblijven, is het noodzakelijk een goed gevoed zaaibed te hebben. Het zaaibed moet voor de winter voorzien worden van stalmest of andere organische stof. Een bemesting met samengestelde meststoffen is tevens aan te raden voor het zaaien. Hierin mag men echter niet overdrijven omdat de kleine kiemplantjes kunnen verbranden.

Veelal moet men hier gebruik maken van meststoffen met een evenredige hoeveelheid N.P.K., een meststof als 15/15/15 of 12/10/10 aan 5 kilogram per are kan wel volstaan.

Men kan aan de vochtigheid en de temperatuur van de bodem niets veranderen, de temperatuur moet zo hoog mogelijk liggen en we moeten op goed ontwaterde gronden zaaien, die toch goed waterhoudend zijn. Wanneer de planten op het einde groot worden vragen ze veel water en daarom mogen de zaai ronden toch niet te droog zijn.

De vroege zaaiingen gebeuren onder staand koud glas. Een zeer groot probleem gebeuren hier met afharden van de planten. Later wordt er onder eenruiters of plastiektunnel gezaaid. Een zaaiing onder plastiekfolie geeft een temperatuursverhoging van 3° C en men heeft minder last van slagregens. 

Het is steeds aan te raden de diepe grondbewerkingen enkele dagen op voorhand uit te voeren om de bovengrond op temperatuur te brengen. De bovenste laag gaat dan ook wat uitdrogen bij zonnig weder wat in het voorjaar zeer voordelig is. Indien men eenruiters of plastiek gebruikt is het zeker aan te raden enkele dagen op voorhand het dekmateriaal aan te brengen om het zaaibed reeds op een gunstige temperatuur te brengen.

2. Het zaaien

De vroegste zaaiingen onder glas gebeuren reeds in maart. Zaai nooit het hele plantsoen ineens uit, er wordt gezorgd voor een spreiding door een deel bescherm door glas, een deel onder plastiek en dan nog een paar partijen buiten op geregelde tijdstippen uit te zaaien. Men zal steeds  eerst de herfstprei en daarna de winterprei uitzaaien.

Meestal wordt er gezaaid op rijen met een zaaimachientje. Men gebruikt best een goed zaaimachientje, want er wordt dikwijls onregelmatig en veel te veel zaad per m gelegd. Wanneer men tussen de 50 en 70 gr zaad per are legt, naargelang de kiemkracht en de weersomstandigheden, moet men de beste resultaten hebben.

De beste afstand tussen de rijen wordt tussen de 20 en 25 cm genomen om vlot te kunnen hakken. Eventueel kan er dan ook een hakmachientje gebruikt worden. Tamelijk ruim zaaien geeft het voordeel dat een minder
last heeft van ziekten. De insecten kunnen tevens beter bestreden worden dan bij een te dicht staand gewas.
Tamelijk dicht zaaien geeft wel het voordeel dat alle planten veel licht willen hebben, en dat ze sterk gaan rekken, vooral tijdens de laatste groeiweken. Men heeft bii dichte zaaiingen, indien de planten goed groeien, lange kaarsrechte planten, waar iedereen naar streeft.

Omdat er steeds verschillende plagen over gaan met het zaad is het nodig het zaad te ontsmetten. Gespecialiseerde firma's geven warmtebehandelingen. Een ontsmetting met Benlate is mogelijk.

3. Onkruidbestrijding op het zaaibed 

Chemische onkruidbestrijding is alleen aan te raden als de zaaigrond in optimum omstandigheden ligt. Hij moet vochtig zijn maar zeker niet te nat, en moet goed gesloten liggen. De weersomstandigheden moeten eveneens gunstig zijn. Droog weder en bewolkte lucht zijn het ideale moment voor de behandeling. Men moet steeds de juiste dosering gebruiken, wat op kleine schaal soms tamelijk moeilijk is.Het is steeds nodig voldoende diep te zaaien bij het gebruik van een onkruidbestrijdingsmiddel. Men zal best 2 cm diep zaaien, dan zal het zaad niet geraakt worden door het bestrijdingsmiddel.

4. Teeltzorgen op het zaaibed

Bij de vroege zaaiingen die gedekt worden met plastiekfolie moet men de plastiek regelmatig moeten draaien. Na 3 weken zal de plastiek dan verwijderd woorden.

Men zal vooreerst zeker er moeten voor zorgen dat er zich geen korst op het zaaibed gaat vormen. Direct na het zaaien wat vochtige turf over de rijen strooien is zeer voordelig om de opkomst goed te laten verlopen. Men zal tussen de rijen, wanneer er zich een korst vormt, fijne grondbewerkingen uitvoeren door lichtjes te hakken of met een mesthaak de grond wat op te trekken.

Het is ook nodig de grond onkruidvrij te houden. Wanneer er geen onkruidbestrijding uitgevoerd is moet men vlug en regelmatig moeten wieden en hakken. Wanneer er een onkruidbestrijding is uitgevoerd zullen er toch hier en daar nog onkruiden verschijnen. Deze moet men dan ook vernietigen door te hakken of te wieden.

5. Het rooien van het plantsoen

Het rooien van de planten gebeurt wanneer ze voldoende dik zijn. Over het algemeen wordt de dikte van een potlood als de beste dikte van de preiplant genomen. Toch is er een algemeen regel dat vroeg planten alleen maar voordelen heeft.
De vroege herfstprei moet men reeds begin juni uitplanten.
De laatste winterprei wordt tot 18 augustus uitgeplant. Prei die later geplant wordt heeft weinig kans nog goed te ontwikkelen. Het rooien gebeurt meestal met de hand omdat men de planten niet te lang op voorhand kan rooien. Men kan ook geen grote hoeveelheden per arbeidseenheid planten. Het rooien met de hand gebeurt met een riek of spade. Men kan ook gebruik maken van een speciale hak waarmee men de planten loshakt.

De mechanische oogst met een preilichter wordt eveneens gedaan. De planten moeten dan wel op bedden staan, zodat men telkens over een bed kan rijden met de tractor. Het mechanisch rooien gebeurt vooral op bedrijven waar men over een plantmachine beschikt. Deze hebben een hoge capaciteit waardoor per dag grote hoeveelheden planten nodig zijn.

De gerooide planten moeten zo vochtig mogelijk gehouden worden en bij hoge temperaturen of sterke zon afgedekt worden. Wanneer langer dan 24 uur gewacht wordt met het planten, dan moet men de planten best in het water zetten. De hergroei is altijd beter wanneer ze vocht getrokken hebben voor het uitplanten. Wanneer er direct na het rooien uitgeplant wordt moet men de planten in bakken verhandelen en worden ze niet in het water gezet.

6. Sorteren en plantklaar maken van het plantmateriaal. 

Sorteren is een handeling die veel arbeid vraagt. Men zal al de planten uit elkaar moeten halen, en er zeker op letten de planten te verwijderen die aangetast zijn door preivlieg fusariumrot of door witrot. Kromme, te korte of te dunne worden niet uitgeplant omdat deze toch achter blijven in groei en nooit in aanmerking komen voor de verkoop.

Het al dan niet afsnijden van de wortels en, of bladeren was een discussiepunt bij vele preikwekers. Het inkorten geeft bijkomend werk maar bij het uitplanten heeft men wel minder problemen om de wortels goed in de plantput te steken. Men heeft ook geen hinder van de bladeren wanneer ze afgesneden zijn. Opbrengstproeven geven echter de volgende resultaten:

Wortels en bladeren ingekort relatieve opbrengst : 100
Alleen blad ingekort  relatieve opbrengst : 104
Alleen wortels ingekort relatieve opbrengst : 106
Niet ingekort relatieve opbrengst : 113

Wanneer we deze resultaten bekijken is er geen twijfel meer mogelijk en moet men zelfs bij het machinale planten indien mogelijk zowel wortels als bladeren behouden.
In de praktijk moet men bij het rooien reeds een gedeelte van de wortels afsteken wanneer men met de spade of een roofhaak werkt. Hierdoor moet men bij het uitplanten meestal niet veel last hebben met de wortels.
Na het sorteren kan men de planten direct uitplanten of men kan ze onderdompelen in een insecticide en een fungicide.

Indien de planten reeds goed verzorgd zijn en 1 of 2 maal bespoten zijn op het plantbed moet men niet meer dompelen. Men zal dan wel kort na het planten moeten ingrijpen tegen insecticiden en fungiciden.
Wanneer de bestrijding op het plantbed onvoldoende gedaan is, en wanneer er verschillende aangetaste planten in het plantsoen zitten moet men de planten best onderdompelen in een gemengd middel, dat zowel schimmels als insecten doodt. Men zal een ontsmetting van de wortels en de schacht hebben waardoor de meeste insecten en schimmels toch bestreden worden. Men moet er zeker op letten dat men de plantjes niet te lang in de vloeistof laat staan. Er kan wortelverbranding optreden waardoor men veel schade aan de planten kan hebben.
Na de behandeling zijn de planten plantklaar. 

Terug naar index