Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

Dit is een elektronische bewerking van de cursus 'De teelt van prei', een bewerking van Rudi Van Overloop.

Hoofdstuk 7 bis3 Teelt op bedden, de zorgen na het planten, de bemesting, onkruidbestrijding, het aanaarden van de prei

Groenten - de Teelt van prei of Allium porrum

Teelt op bedden

Rond het Mechelse wordt de teelt op bedden vooral gedaan voor de vroege zomerprei. De bedden zijn vlugger droog, en dus kan men vroeger planten. Tevens is het bestralingsoppervlak op het bed groter. De zon kan trouwens ook langs de zijkanten de grond verwarmen. Hierdoor heeft men op bedden een belangrijke plantvervroeging en tevens een oogstvervroeging. De teelt op bedden wordt ook meer en meer gedaan voor herfst- en winterprei. Hier heeft dit wel een totaal andere reden. 

Voor het mechanisch rooien is het best dat men op bedden plant. Om 180 000 planten/Ha te bekomen moet men 4 rijen per bed planten. De afstand tussen de rijen is 30 cm en de afstand op de rijen is 14 à 15 cm. Wanneer we echter over voldoende grond beschikken moet men maar 160 000 à 170 000 planten per Ha hebben. Dit plantgetal kan men zowel met 3 als 4 rijen bekomen.
Bij een 4-rijen systeem moet men een afstand van 14 à 15 cm tussen de planten hebben. De rijen zullen dan 30 cm van elkaar staan. Bij een 3-rijen systeem moet men 40 cm tussen de rijen laten en de planten op de rij op 11 - 12 cm zetten. Dit systeem heeft het voordeel dat men een betere verluchting tussen het gewas heeft.

De teelt op bedden is ideaal voor een doorgevoerde mechanisatie, want langs beide zijden van het bed heeft men een spoor waar de tractor kan in rijden. Zowel voor het steken van de gaten, het aanaarden en het oogsten is dit zeer voordelig. De teelt op bedden van zomerprei gebeurt nog hoofdzakelijk met de hand. De plantafstand is ook veel dichter (5 - 8 cm).

De zorgen na het planten

Na het planten is het nodig de planten in te gieten. Dit is vooral van belang om de planten vast te zetten. Het bevordert tevens het microklimaat in de plantgaten waardoor de plant zeer snel boven het plantgat zal komen. Het aangieten mag zeker niet overdreven worden. Wanneer ieder plantgat eens tot boven gevuld is met water zal dit zeker volstaan. Het aangieten kan zeer eenvoudig gebeuren met de gieter. Op vele bedrijven gebeurt het met een darm via het watervat. Soms maakt men ook gebruik van regeninstallaties. Wanneer deze installaties geplaatst worden zullen ze meestal enkele weken blijven staan om bij droge perioden het gewas meermaals te gieten.

Indien het kort na het planten erg gaat regenen is ingieten overbodig. Toch moet men er steeds voor zorgen dat men niet te lang wacht met het ingieten. Als het mogelijk is moet men dezelfde dag de planten vast zetten. Indien men te lang wacht ondervinden de planten een enorme groeistilstand en dit betekent tevens een opbrengstvermindering.

Bemesting

Het overbemesten is zeker noodzakelijk in de preiteelt. Reeds bij de voorraadbemesting moet men rekening houden met de meststoffen die na het planten nog moeten toegediend worden.
Het overbemesten bij prei is echter niet zonder problemen. Van nature uit staat de bladwaaier zodanig opengespreid dat de meststoffen via de bladeren naar het hart van de plant zakken. Verschillende meststoffen kunnen dan ernstige bladverbranding veroorzaken. Daarom is het aan te raden bij een bewolkte hemel bij te mesten. Gebruik van samengestelde korrelmeststoffen is eveneens aan te raden.

De overbemesting zal meestal uitgevoerd worden volgens de stand van het gewas. Wanneer men een of ander voedselgebrek waarneemt, moet men bijmesten met een gepaste, efficiënte meststof. Ook de ondervinding speelt een rol, men mag niet wachten tot we een gebrek zien, een overbemesting mag ook reeds gebeuren wanneer de planten in volle ontwikkeling zijn, en dan veel voedsel nodig hebben.

Welke meststoffen kunnen er nu toegediend worden bij een eventueel gebrek ?

a. Stikstofmeststoffen

Na een groeistilstand door ziekte of gewasbeschadiging is het nodig een flinke N bemesting te geven om de plant terug in groei te helpen. Men moet wel opletten dat het gewas niet te zwak wordt, want een N-gifte doet het gewas sterk groeien maar laat het niet uitrijpen. Een onuitgerijpt zwak gewas is zeer gevoelig voor infecties. Vooral het geelstreepvirus zal dan een groot gevaar betekenen. Op sommige bedrijven wordt er geen N-voorraadbemesting gegeven, een overbemesting zal dan zeker noodzakelijk zijn.

Enkelvoudige N-meststoffen kan men eveneens gebruiken 

Kalkamonsalpeter

Deze meststof wordt nog vrij veel toegepast bij een stikstofoverbemesting. Het heeft een snelle geleidelijke werking. De bodemstructuur wordt gunstig beïnvloed door de Ca die er aanwezig is. De meststof is gemakkelijk strooibaar maar heeft een hygroscopisch karakter waardoor bladverbranding kan optreden. 

Calcium nitraatstikstof

Deze meststof bevat 1 % ammoniumstikstof en 1,5 % nitraatstikstof. Hierdoor lost de meststof zeer vlug op. Na 1 uur is ze na regen reeds volledig ontbonden. Dit heeft tot gevolg dat ze een vlugge werking heeft. Calcium nitraatstikstof is een witte schilferachtige meststof die geen verbranding geeft. Hierdoor wordt ze wel tamelijk veel gebruikt.

b. Fosfor en kalium overbemesting

Deze twee elementen worden reeds voor het planten in voldoende mate toegediend. Het is echter uitzonderlijk dat er nog een P of K tekort zal optreden tijdens de verdere teelt. Indien er toch een overbemesting wordt uitgevoerd kan men voor de kalium bemesting gebruik maken van patentkali. Men zal hier echter moeten oppassen voor verbranding. Als fosformeststoffen kunnen we metaalslakken, superfosfaat of thomasslakken gebruiken.

Over bemesting met samengestelde meststoffen

De opkomst van de samengestelde meststoffen heeft veel veranderd in de bemesting van de planten. Men heeft verschillende samenstellingen zodat bijna voor ieder specifiek probleem een oplossing ligt in het gebruik van een specifieke meststof. 

Enkele meststoffen die gebruikt worden in de preiteelt 

12-12-18
9-9-15
vooral kalibemesting, dus als voorraadbemesting
12-17-18 ook als voorraadbemesting
15-15-15 wordt zowel op het zaaibed als na het planten gebruikt

Wanneer men een echt N tekort heeft kan men best gebruik maken van een specifieke N meststof. Samengestelde meststoffen kan men hier wel gebruiken. Maar zijn duurder.

Onkruidbestrijding

Chemische onkruidbestrijding

Door het veld reeds enige tijd voor het planten klaar te leggen, zullen reeds vele onkruiden kiemen, deze kan men gemakkelijk bestrijden met producten met een zeer korte nawerking, hierdoor kan men na de behandeling tamelijk vlug planten. Op de meeste bedrijven worden echter producten gebruikt na het planten. 

Onkruidbestrijding door grondbewerkingen

Een volledige onkruidbestrijding met de hak is niet simpel uit te voeren wanneer men een aanzienlijke hoeveelheid prei kweekt. Toch is het aan te raden na het planten een grondbewerking uit te voeren waarbij de bovengrond eens opgetrokken wordt.

Aanaarden van prei

Het aanaarden heeft als voornaamste doel de schacht van de prei langer te maken. Het is tevens een grondbewerking die de bodem open brengt. klein onkruid kan door het aanaarden eventueel weggewerkt worden.
Het aanaarden gebeurde vroeger met de hak, later had men een aanaardploegje met de hand. Tegenwoordig wordt er reeds aangeaard met 3 tot 6 rijen ineens. Bij de teelt op bedden zal de trekker over de bedden rijden voor het aanaarden. Wanneer er geen bedden zijn aardt men aan met een tractor met smalle wielen die tussen de rijen kan.

Terug naar index