|
Rhododendron - Ericaceae
Rhododendron is een geslacht met ten minste 500 soorten niet-winterharde en winterharde, groenblijvende en bladverliezende bomen en struiken. Zij moeten reeds een groot aantal jaren hebben bestaan, want men heeft fossiele plantedelen aangetroffen die zeer veel overeenkomst hebben met de nu nog bestaande rhododendrons. Deze fossielen, die in hetzelfde gebied zijn gevonden waar nu nog de meeste rhododendrons voorkomen, zouden aantonen dat ongeveer 50 miljoen jaren geleden soortgelijke planten als rhododendrons werden aangetroffen. De grote rhododendrons die we in onze parken en tuinen tegenkomen zijn voor het merendeel afkomstig van rond de Zwarte Zee, uit Noord-Amerika en de Kaukasus. Kleinere soorten zijn veelal uit Azië ingevoerd. Meestal zijn ze bladhoudend. De azaleas, werden vroeger niet tot de rhododendrons gerekend. De bladeren zijn gaafrandig en staan gewoonlijk aan het eind van de scheuten. De bloemen zijn meestal eindstandig, bij sommige soorten staan ze echter langs de takken, ze verschijnen in trossen of alleenstaand. Ze zijn gewoonlijk klok- of trechtervormig, soms ook schotel- of buisvormig. Enkele soorten geuren, sommige zelfs zeer sterk.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Informatie, teelt:
Rhododendron
catawbiense is een groenblijvende, 2-4 m hoge, brede struik. De bladeren
zijn eirond-langwerpig, 5-7 cm lang. Dit is een van de invloedrijkste
soorten in de ontwikkeling van de winterharde hybriden geweest. Het is
een circa 3 m hoge struik uit het oosten van de VS. Vanaf eind voorjaar
tuilen de 5 cm brede, lilaroze bloemen met 15 tot 20 bloemen bijeen. Het
is een zeer winterharde soort, die daarom veel voor kruisingen is
gebruikt. De wilde vorm wordt wel nauwelijks geteeld of in tuinen
aangeplant.
Standplaats
lichtbehoefte
halfschaduw
- deze plant is
wintergroen (groenblijvend)
- geschikt voor
gebruik in de heidetuin
- geschikt voor
groepsbeplantingen
- geschikt voor
onderbeplantingen (heesters, bomen)
- geschikt voor
gebruik in wilde tuinen of natuurtuinen
- deze plant verlangt
een zurige bodem (pH 4,5-5 of lager)
- deze plant vraagt of
gedijt goed op vochthoudende gronden
Zone (USDA):
4-9
Standplaats
Rhododendron gedijt het beste op de humusrijke, zure zandgronden en in
een vochtige koel klimaat. Bij hen ontbreken de fijne haarworteltjes die
de meeste planten gebruiken voor de voedselopname. Bij rododendrons
bestaat de hele wortelkluit uit dunne wortels die die functie vervullen.
Dit ontbreken van opdringerige, breed uitgroeiende wortels beïnvloedt de
teelt en toepassing van rododendrons enorm. Door hun compacte
wortelkluit zonder penwortel zijn ze ideaal voor potcultuur en eenvoudig
te verplanten, maar er kleven ook nadelen aan. Dunne wortels drogen heel
snel uit, gaan in drassige grond snel rotten, lijden gebrek in
dichtgeklonken grond en kunnen een harde of stenige bodem niet
doorboren. Rododendrons verlangen daarom losse, open, luchtige, zurige
grond met volop humus om de vochtigheidsgraad op peil te houden. Ze doen
het goed met een mulchlaag die een uitbreiding en ontwikkeling van de
oppervlaktewortels niet belemmert. In natte gebieden of tuinen op
kalkgrond kunnen ze het beste in verhoogde bedden met speciaal
geprepareerde grond worden geteeld.
Waar aan dergelijke eisen aan de
grond niet wordt voldaan is bodemverbetering nodig. Ze groeien dus gemakkelijk wanneer ze op de juiste plek staan. Met veel bladcompost
is de bodem te verbeteren. Eén veel gemaakte fout is gemakkelijk te
vermijden: zet rhododendrons nooit in de volle hitte zomerzon. De meeste
rododendrons zijn bosplanten die gefilterd zonlicht prefereren of in elk
geval beschutting tegen de heetste middagzon en harde wind. De bovenlaag van de grond droogt dan teveel uit, het
blad wordt lelijk en de struik groeit slecht. Schoffelen rond rhododendrons is om dezelfde reden uit den boze, de wortels beschadigen
dan snel. Giet ook nooit met het kalkrijk leidingwater!
Een laag afgevallen blad in de herfst rond de struiken laten liggen of
aanbrengen helpt bij het verbeteren van de groeiomstandigheden.
Op grond waar eerder rhododendrons hebben gestaan doen de planten het
nog beter. Daarin bevindt zich namelijk een bodemschimmel, die de
wortels van de planten helpt bij het opnemen van vocht en voedsel.
Combineren
Rhododendron
neemt in de tuin vaak een bijzondere plaats in, niet alleen door zijn
overvloedige bloei en opvallende bloemkleuren, maar ook door zijn eisen aan de
groeiplaats. Deze plant is zeer gevoelig voor kalk en hebben beslist een zuur
substraat nodig, naast een losse en humusrijke, doorlatende, vochtige grond. De
groeiplaats moet iets beschut zijn tegen wind, vooral in de winter. Een plaats
onder bomen of hogere struiken geeft wat schaduw. Op te schaduwrijke plaatsen
komen de planten moeilijk tot bloei. Ideale schaduwbomen zijn soorten die diep
wortelen, zoals dennen en eiken, zodat ze voor de oppervlakkig wortelende
rododendrons geen concurrentie vormen. Heel geschikt om te combineren in de
border zijn alle langzaam groeiende esdoorns, krenteboompjes (Amelanchier),
kornoeljesoorten als Cornus controversa, Cornus kousa en Cornus florida,
Halesia-soorten, alle Magnolia's, sierappels en de fraaie sierkersen.
Algemene
toepassing
Hogere vormen
zijn geschikt voor bos- en heesterbeplantingen en zelfs hagen, terwijl
dwergvormen ideaal zijn voor groepsbeplanting en in de rotstuin. Azalea's zijn
vooral in grotere groepen aangeplant vaak op hun mooist. Tropische rododendrons
zijn prachtig voor warme tuinen en als terrasplant in een kuip.
Ziekten en
plagen

Ze hebben weinig
last van ziekten en plagen, maar zijn gevoelig voor aantasting door trips, mijt,
spint, en in vochtige gebieden voor meeldauw en roest. Raadpleeg het PDF-bestand
van onze tuindokter over alle ziekten en plagen van rhododendrons
CATAWBIENSE GROUP
|
| Deze rhododendron behoort tot
de CATAWBIENSE GROUP. Met het invoeren van Rhododendron catawbiense in
Engeland in 1809 werd de eerste stap gezet tot het verkrijgen van winterharde
tuinhybriden. Als eerste werd in 1826 beschreven een kruising tussen
Rhododendron catawbiense x ponticum. Als tweede ontstond een kruising tussen
Rhododendron catawbiense x maximum en een kruising tussen Rhododendron
maximum x ponticum. Deze kruisingen verbeterden het sortiment weinig, want de
kleuren waren paars, roze en wit.
In 1810 werd door Sir Joseph Hooker Rhododendron arboreum uit de Himalaja in
Engeland ingevoerd, een niet winterharde soort met schitterende, helder rode
bloemen. Dit heeft geleid tot kruisingen van Rhododendron arboreum met de
bestaande winterharde soorten en de al gekweekte hybriden. Helaas kwam onder
de eerste zaailingen een aantal niet winterharde planten voor. Door deze weer
te kruisen met soorten als Rhododendron caucasicum kon in de periode
1860-1875 een aantal hybriden in omloop worden gebracht waarvan verschillende
nu nog in cultuur zijn, o.a. 'Caractacus', 'Edward S. Rand', 'Everestianum'
en 'Roseum Elegans'. Niet alleen in Engeland maar ook in België was omstreeks
1825 al een aantal hybriden in omloop. Men noemde ze toen nog Rhododendron
ponticum-hybriden. In het tegenwoordige sortiment komen nog enkele van deze
hybriden voor: 'Fastuosum Flore Pleno', 'Madame Masson' en 'Cynthia'. Uit
kruisingen met Rhododendron arboreum ontstond in 1876 een aantal hybriden die
we ook nu nog in het sortiment tegenkomen, zoals 'Madame Carvalho', 'Michael
Waterer' en 'John Waterer'.
Tussen 1860 en 1880 werden er wel Rhododendrons in Boskoop gekweekt, maar
daar men nog niet over kweekkassen en bakken beschikte was de vermeerdering
alleen mogelijk door afleggen. Deze methode was omslachtig en langdurig en
toen na 1880 werd begonnen met het bouwen van kweekkassen geschiedde de
vermeerdering door enten. De methode van afleggen werd echter nog vele jaren
toegepast bij de vermeerdering van Rhododendron 'Catawbiense Grandiflorum' en
Rhododendron 'Cunningham' s White'.
In de jaren tot 1900 ontstond op deze wijze een groot aantal nieuwe hybriden
bij kwekers in Engeland, België, Duitsland en de Verenigde Staten. Omstreeks
1904 werden door de M. Koster & Zonen te Boskoop kruisingen verricht die het
ontstaan van twee winterharde rode hybriden tot resultaat hadden. Zij kunnen
nu nog tot de goede handelssoorten worden gerekend: 'America' en 'Nova Zembla'.
De laatste hoort tot de beste zeer winterharde rode Rhododendrons. In 1912
werden door de H. den Ouden & Zoon te Boskoop kruisingen uitgevoerd waarvan
de resultaten tussen 1925-1930 in omloop kwamen. Ze behoren nog steeds tot
het sortiment van goede winterharde hybriden: 'Dr. H. C. Dresselhuys'
lilarood, 'Van Weerden Poelman' rood, 'Van der Hoop' karmijnroze. Van de
bekendste Rhododendron 'Catawbiense Grandiflorum' is de afkomst niet bekend,
maar deze is waarschijnlijk van Franse oorsprong, evenals Rhododendron 'Catawbiense
Boursault'. Een zeer goede witte hybride is Rhododendron 'Catawbiense Album'.
Rhododendrons van deze roep behoren nu tot meest winterharde soorten.
Bron Rhododendrons en azaleas - Cor Verboom & PPH - Boskoop - ISBN 9010037290 |
|