|
Buddleja - Buddlejaceae
De vlinderstruik of Buddleja is een bladverliezende struik met een rijke bloei, genoemd naar de Engelsman Adam Buddle en komt uit West-China. Van dit geslacht zijn er zo´n 100 soorten gevonden in tropen en subtropen. Slechts enkele soorten komen voor in gebieden met een gematigd klimaat. De meeste hebben tegenoverstaande bladeren die met sterharen bedekt zijn. Bloemen meestal klein, met vergroeibladige kelk en buisvormige, vierslippige kroon. De meeldraden steken ver uit de buisvormige kroon. De bij ons geteelde soorten en rassen behoren tot de opvallendste en dankbaarste bloeiende struiken. Ze verlangen warme groeiplaatsen in de volle zon en een tamelijk droge grond. De struik wordt in de regel ieder jaar sterk teruggesnoeid. Zijn scheuten ontwikkelen zich in ons klimaat zelden volledig en vriezen daarom in strenge winters terug. De wilde soort wordt behalve in botanische tuinen niet gecultiveerd. Er zijn tal van rassen beschikbaar met prachtig gekleurde bloemen. Allen worden door een stormloop van vlinders bezocht. Vooral de pauwoog, de kleine vos en de Atlanta lijken erg op de nectar verzot te zijn. Een zonnige standplaats bevordert het vlinderbezoek.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Heesters
- sierstruiken
Buddleja davidii - vlinderstruik
|
|
2784.htm
Naam: Buddleja
davidii
Nederlandse naam:
vlinderstruik
Familie: Buddlejaceae
Andere gebruikte benamingen: (B. variabilis)
Bloeitijd: 7-8
Bloemkleur: lichtpaars
tot roos
Bladeren: groen,
onderzijde viltig grijs
|

|
Informatie, teelt:
Geschiedenis:
Buddleja davidii is de omvangrijkste en belangrijkste soort binnen dit
geslacht die tal van hybriden kent. Deze struik is afkomstig uit het
midden en westen van China en is genoemd naar de Franse missionaris en
natuurvorser pater Armand David. De pater ontdekte de soort in 1869.
De struik:
Buddleja davidii is een sterk groeiende 2,5 tot 3 meter hoog groeiende
struik. De struik wordt in regel elk jaar sterk teruggesnoeid. De
bladeren zijn eirond-lancetvormig, 10-25 cm lang, aan de bovenkant
donkergroen, aan de onderzijde wit tot grijsviltig behaard. De bloemen
10-30 cm lang aan de uiteinden van het nieuwe hout als rechtopstaande
tot overhangende pluimen. Buddleja davidii is een soort die zich daar
zaaien kan vermeerderen. Daardoor variëren de kleuren van licht naar
donkerpaars.
Geur:
De sterk geurende bloemen worden voortdurend door vlinders bezocht,
vandaar ook de naam vlinder struik.
Standplaats:
Buddleja verkiest een zonnige standplaats en vreest te natte grond. Ze
doen het goed op kalkhoudende gronden.
Gebruik:
In de border kan je narcissen en tulpen onder de buddleja planten, hun
afstervende blad wordt dan aan het oog ontrokken door de ontluikende
vlinderstuik. De bloemen trekken in de nazomer zwermen vlinders aan.
Vermeerderen doe je best door stekken om dezelfde kleur te behouden.
Standplaats
lichtbehoefte
zon
- plant met geurende
eigenschappen
- geschikt voor gebruik in
de vasteplanten border
- deze plant is
aantrekkelijk voor vlinders (lokt vlinders)
- deze plant verlangt een
kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
|
|