|
Buxus - Buxaceae
Buxus zijn groenblijvende, zeer variabele struiken of kleine bomen. Het geslacht telt een 30-tal soorten die verspreid zijn van Europa, Azië, Afrika, Noord- en Zuid-Amerika tot aan West-Indië. In Europa komen slechts 2 soorten voor: B. sempervirens en B. balearica. In het wild kan een Buxus zich ontwikkelen tot een 8 m hoge boom maar hij blijft meestal kleiner. De bladeren zijn tegenoverstaand en leerachtig, eirond tot langwerpig. Bloemen groenachtig-geel in okselstandige, meerbloemige kluwens die al in de herfst zijn aangelegd. In maart-april komen ze tot bloei. De zaden worden door mieren verspreid. Buxus stelt geen bijzondere eisen aan grondsoorten en kan goed gesnoeid worden. Hij groeit heel langzaam en kan honderden jaren oud worden. Ze zijn giftig, alle delen bevatten alkaloïde. Er bestaan verschillende rassen met verschillen in bladvorm, groeiwijze en kleur. Het overgrote deel van de ongeveer 80 Buxussoorten komen voor in Oost-Azië en Cuba. Buxus sempervirens groeit in grote getale in de landen om de Middellandse Zee, in hoofdzaak in de typische garrigue op kalkrijke gronden. Dat geeft een belangrijke cultuuraanwijzing: als Buxus minder goed groeit of witte bladrandjes vertoont, is dat meestal te wijten aan een gebrek aan kalk. En daar ligt de voornaamste grondregel. Je kan haast niet teveel kalk aan Buxus geven. Bleke bladranden en een stagnerende groei zijn bijna altijd te wijten aan een gebrek aan kalk in de bodem. In ons land worden naar schatting 120 variëteiten van Buxus sempervirens en 40 van Buxus microphylla aangeboden. Daarbij zijn er met blad in verschillende grootten en met bont blad. De beste Buxus is en blijft de gewone Buxus sempervirens. Andere aanbevolen cultivars van Buxus sempervirens zijn Elegantissima, Haller, Hollandia en Planifolia. Van Buxus microphylla worden Faulkner en Rococo aangeraden.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|