TK-Plantengids, de unieke plantenencyclopedie van de tuinkrant
 

Ribes - Grossulariaceae



Er zijn van dit geslacht zo´n 150 soorten bekend, die voorkomen in de koude en gematigde zone van het noordelijk halfrond, in Amerika en in de Andes zuidelijk tot Patagonië. Bekend is dat onze kruisbessen afstammen van Ribes grossularia, de soort die de familienaam (Grossulariaceae) draagt, de zwarte (aal)bessen van Ribes nigrum en de witte of rode aalbes van Ribes rubrum. De naam Ribes is een Latinisering van het Arabische ribás, een naam van een in het Midden Oosten voorkomende, zuur smakende rabarberstruik. Toen de Arabieren in 711 Spanje hadden veroverd en daar de hun bekende ribas niet aantroffen, brachten zij de naam over op de er wel voorkomende en eveneens zuur smakende kruisbessen. Rode, witte en zwarte bessen zijn winterharde, bladverliezende heesters die in gematigde gebieden op grote schaal worden gekweekt om de sappige, zure vruchten in de zomer. Oude familienaam: Saxifragaceae. Een geslacht met 150 soorten niet-winterharde en winterharde, groenblijvende en bladverliezende bloem- en vruchtheesters. Het geslacht omvat ook de eetbare rode bessen en kruisbessen.

 

Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Planten vinden op Plantenvinder.net, de brug tussen het aanbod en de zoekende particulier
Waar zijn de planten van dit geslacht verkrijgbaar?
Zie deze plantenlijst
van Plantenvinder.NET

 

Sierheesters (sierstruiken)
Ribes sanguineum - siertrosbes

Naam:  Ribes sanguineum

Nederlandse naam: siertrosbes

Andere gebruikte benamingen: Ribes glutionsum

Bloeitijd: 4-5

Bloemkleur: roos tot lichtrood

Hoogte min-max: 1.5-3

Bladeren: handvormig

Foto van Ribes sanguineum, Nederlands: siertrosbes, (Synoniem Ribes glutionsum) behorende tot de plantengroep Sierheesters (sierstruiken)

Zoek FOTO op Google

Naar snoeitips in de tuinkrant snoeigids voor het snoeien van Ribes sanguineum Snoeitip

 

Informatie, teelt:

Ribes sanguineum is een opgaand groeiende, bladverliezende struik en kan een hoogte bereiken van 1.5 tot 3 meter. De jonge, roodbruine twijgen zijn kort behaard en met klieren bezet. De bladeren zijn spiraalsgewijs geplaatst en zijn handvormig gelobd, 4-10 cm lang en ongeveer net zo breed. De 3 tot 5 lobben zijn stomp en onregelmatig gezaagd. In tegenstelling tot de meeste soorten zijn de bloemen zeer opvallend in brede, meestal hangende trossen met 15 tot 40 bloemen. Bloeit in (maart)april - mei met roze of lichtrode bloemen in hangende, klierachtig behaarde trossen.

Op de komvormige bloembodem staan de kelk, kroon en meeldraden ingeplant. Het opvallendste onderdeel is de kelk, die bestaat uit vijf vrijstaande kelkbladen. Deze kelkbladen zijn langwerpig van vorm en vaak opvallende paarsroze tot wit gekleurd. De minder opvallende kroon bestaat uit vijf eveneens vrijstaande bladen. Ze zijn ongeveer de helft korter dan de kelkbladen en meestal hetzelfde of lichter gekleurd. De vruchten zijn zwartblauw en berijpt. Alle delen, maar vooral de jonge scheuten hebben een sterke, aromatische geur.

Het natuurlijk verspreidingsgebied is in het westen van Canada en in het westen van de Verenigde Staten, van Brits Columbia via Californië tot Mexico.


© Copyright Marbo bedrijfspromotie
Niets van deze plantengids kan verveelvoudigd worden zonder schriftelijke toestemming van de auteur!