|
Magnolia - Magnoliaceae
Een geslacht met 80 soorten winterharde, groenblijvende bladverliezende, bloeiende bomen en heesters komt voor in oostelijk Noord-Amerika, Midden-Amerika, Oost-Azië en in de Himalaya. In de volksmond dikwijls verkeerdelijk tulpenboom genaamd wat eigenlijk de Liriodendron is. Men spreekt vaak over de Oostaziatische en de Amerikaanse soorten. Het geslacht omvat enkele van de opvallendste sierbomen en heesters. Geschiedenis: In Oost-Azië wordt de Magnolia al heel lang geteeld. Tijdens de Tangdynastie, 618-908, was de Magnolia denudata een zeer geliefde tempelboom. De magnolia´s behoorden toe aan de keizer. Deze gaf de bomen weg als teken van onderscheiding. In China is de magnolia het zinnebeeld van vrouwelijke schoonheid, reinheid en lieflijkheid. Met het Boeddhisme kwam de magnolia in de 7 de eeuw naar Japan overgewaaid. Als snel vond hij de weg naar de tuincultuur, de literatuur en de schilderkunst. Vanaf deze periode deed de magnolia ook dienst als geneeskrachtige plant. Een extract van de schors van Magnolia officinalis levert een sterk stimulerend middel.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Naam: Magnolia ´Butterflies´ Nederlandse naam:
beverboom
Andere gebruikte benamingen: ()
Bloeitijd: -
Bloemkleur: geel
Hoogte min-max: 4.5-5
Bladeren: -
|

Zoek FOTO op Google
Informatie, teelt:
Magnolia ´Butterflies´, ontstaan uit de kruising van M. acuminata x M. denudata ´Sawada's Cream´ wordt beschouwd als de best geelbloeiende Magnolia.
Groeit uit tot 4.5-5 meter hoog.
-
-
geschikt
voor een solitaire positie in een beplantingsschema
1
|
|