|
Sambucus - Caprifoliaceae
Sambucus is een geslacht met 40 soorten winterharde, bladverliezende heesters en kleine bomen. De geveerde bladeren, die bij sommige rassen een goudgele kleur hebben, bestaan uit een aantal smal lancet- tot eivormige blaadjes. De kleine, stervormige bloemen zijn wit of bijna wit, en worden gevolgd door glanzende zwarte, rode of blauwe vruchten (bessen) met één tot 2 zaden. Verspreid in de gematigde en subtropische gebieden op zowel het Noordelijk als het Zuidelijk halfrond. Geen van allen zijn ze veeleisend en ze gedijen goed op zowel zonnige als schaduwrijke plaatsen. De gewone vlier wordt gewaardeerd als fruitstruik, de zwartrode glanzende steenvruchten bevatten een bloedrood sap. De oogst begint wanneer bijna alle bessen blauwzwart zijn. De opbrengst varieert tussen 18 en 25 kg per boom. De vlierbessen dienen hoofdzakelijk voor de bereiding van vruchtensappen, siroop, gelei en jam. Vlierbessensap is als hete drank, enigszins met water aangelengd en gezoet, een goed middel tegen verkoudheid. Van de bloemen maakt men thee, beignets en mousserende wijn.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Sierheesters (sierstruiken)
Sambucus racemosa - trosvlier
|
|
Naam: Sambucus racemosa Nederlandse naam:
trosvlier
Andere gebruikte benamingen:
Bloeitijd: 4-5
Bloemkleur: witte
Hoogte min-max: 2-3
Bladeren: vijf eironde blaadjes
|

Zoek FOTO op Google
|
|
Informatie, teelt:
Sambucus racemosa, de trosvlier, is een rechtop groeiende, 2-3 m hoge heester met dunne, gladde takken en lichtbruin merg. Hij loopt zeer vroeg uit. Het blad heeft vijf eironde blaadjes. De bloemen verschijnen van april tot mei in dichte, eironde, 4-6 cm lange trossen. De vruchten zijn 5 mm groot en geelrood. Deze soort komt van nature voor in Europa en van Klein-Azië tot Noord-China, meestal in schaduwrijke bossen en aan bosranden. Hij is te gebruiken als randbeplanting, als haag of in gemengde aanplant en wil liefst halfschaduwen koele, vochtige grond. De vruchten zijn niet rauw te eten.
-
-
geschikt
voor groepsbeplantingen
-
geschikt
voor onderbeplantingen (heesters, bomen)
-
geschikt
voor gebruik in wilde tuinen of natuurtuinen
-
geschikt
voor een solitaire positie
-
deze plant
vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden
-
deze plant
vormt opvallende en aantrekkelijk bessen
|
|
|