|
Informatie, teelt:
Lonicera periclymenum, de gewone kamperfolie, is inheems in grote delen van Europa en Noord Afrika. In Nederland en België de enige in het wild voorkomend soort. Door haar grote verspreidingsgebied is zij zeer variabel in blad - en bloemkleur, en mede door het feit dat zij al sinds 1616 in cultuur is, zijn er vele cultuurvariëteiten geselecteerd. De bloemen van alle cultivars geuren sterk en worden gevolgd door rode vruchten die giftig zijn.
Bos en kreupelhout zijn in de zomer vervuld van de heerlijke geur, die de bloemen van de kamperfoelie afgeven. Slechts weinige wilde planten hebben zo´n bedwelmende geur en zulke karakteristieke bloemen als deze inheemse klimplant. Vooral ´s avonds en ´s nachts is die geur bijzonder sterk, overdag verdwijnt zij nagenoeg helemaal. De wilde kamperfoelie, ofwel Lonicera periclymenum, zien wij vaak in tuinen, niet alleen om de heerlijke geurende bloemen, maar ook omdat deze plant zo bijzonder geschikt is voor het bekleden van muren en priëlen. Het is een klimplant, een liaan, die in de door haar bewoonde bossen met haar dunne windende stengel in het onderhout en tot in de kruin van niet te hoge bomen opklimt. In het volle genot van licht en lucht breidt zij daar dan de, met een blauwachtig waslaagje bedekte bladeren uit.
De tweelippige bloemkroon heeft een lange buis, zodat haar bodem en de daar aanwezige honing slechts bereikbaar is voor insecten met een zeer lange zuigslurf. Vaak krijgt zij bezoek van de grote olifantsvlinder (Chaerocampa elpenor), die ook wel avondrood wordt genoemd, omdat de vleugels door fantastisch mooie roze kleuren worden gekenmerkt, die men eveneens op het achterlijf kan waarnemen.
Zoals ´s zomers de nachtvlinders lokt zij in het najaar de vogels met haar rode vruchten. Zij moeten die sappige bessen opeten en het zaad verspreiden. Wanneer zij nu wegvliegen en hun excrementen deponeren op deze of gene plaats -soms tot groot verdriet van de propere huisvrouw- ziet men daar op een goede dag talrijke zaden ontkiemen. De zaden behouden namelijk, wanneer zij het spijsverteringskanaal van gepluimde gastronomen gepasseerd zijn, hun kiemkracht. Op deze wijze komen de zaden soms op de gekste plaatsen tot ontwikkeling: in ingewaterde koppen van knotwilgen, die zich in de loop der tijd met humus hebben gevuld, in dakgoten, op kerkdaken en waar niet al.
Behalve door nachtvlinders worden kamperfoelie´s overdag veel bezocht door bijen en hommels die ook een graantje van de honing mee willen pikken. Deze echter boren, bij gebrek aan een lange zuigsnuit, een gaatje onder in de buis van de bloem, om toch te kunnen genieten van de nectar.
Gebruik:
Kamperfoelie´s kunnen tegen een muur geleid worden. Opletten dat de plant niet verdroogt omdat het meestal erg droog is tegen een muur. Ook kan men kamperfoelie´s tegen een alleen staande paal planten en uiteraard ook bij een pergola. Tegenwoordig wordt er als erfafscheiding regelmatig gebruikt gemaakt van stukken opstaand betonijzer.
Standplaats:
Kamperfoelie geeft de voorkeur aan bosranden en open plekken. Hun wortel houdt van schaduw, maar de ranken verlangen volop licht. Veel mensen die dit niet weten en in hun tuinen de wonderlijk mooie Kamperfoelie (en Clematis) aan de felle middagzon blootstellen, begrijpen niet waarom ze afsterven. Als zij een kleine struik aan de voet geplaatst zouden hebben, zodat de schaduw ´s middags op de voet zou vallen, dan zou de Kamperfoelie ondanks de felle zon zich schitterend hebben ontplooid.
De meeste kamperfoelies houden van een luchtige humeuze grond, maar gedijen ook goed op klei grond. Hoewel ze op zuurdere grond wel groeien zijn het echte kalkminners.
Ziekten en plagen
Staat een kamperfoelie te nat dan zal er eerder een aantasting van meeldauw zijn. Gezonde planten weerstaan een bladluizen aanval beter dan planten in een mindere conditie. Een truc om luizen bij voorbaat al op een afstand te houden is het planten van een ui of knoflook vlak bij de plant.
-
-
deze plant
is wintergroen (groenblijvend)
-
de plant
heeft mooie herfsttinten
-
geschikt
voor een solitaire positie in een beplantingsschema
-
deze plant
is aantrekkelijk voor bijen (lokt bijen)
-
deze plant
is aantrekkelijk voor vlinders (lokt vlinders)
-
deze plant
verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
-
deze plant
moet gesteund worden
-
deze plant
vraagt of gedijt goed op droge gronden
-
deze plant
vormt opvallende en aantrekkelijk bessen
|
|