|
Informatie, teelt:
Citroenmelisse
is afkomstig uit Centraal en Zuid-Europa. Deze planten worden gehouden
voor de naar citroen geurende bladeren. Reeds in de de 10e eeuw was
citroenmelisse al bij de Arabieren in cultuur. Kleine witte bloemen,
die vooral bijen aantrekken, verschijnen vanaf de midzomer tot
september. De planten woekeren en breiden zich met hun worteluitlopers
snel uit. Vaak worden ze daarom ook in potten of kuipen gehouden.
Standplaats:
Citroenmelisse houdt van zon en halfschaduw op een licht vochtige grond.
Zeer winterhard.
Geneeskrachtig:
Reeds in de Middeleeuwen was citroenmelisse een algemeen gebruikt
geneesmiddel voor het bestrijden van kiespijn, het verzorgen van wonden
en hondenbeten, tegen een stijve nek en tegen zwangerschapskwaaltjes.
TiP-> Dames droegen het kruid bij zich opdat ze geluk zouden hebben
in de liefde.
Gebruik:
Het blad wordt vaak gebruikt bij (ijs-) thee om er een citroensmaak aan
te geven. Thee van citroenmelisse heeft een kalmerende werking. Ook in
soepen, sauzen, salades, vis en groenteschotels. Bij fruitsalades, jam
en koele dranken geef je er een lichte citroensmaak aan. Wildschotels
met fijngehakte citroenmelisse zijn een delicatesse. Gekookt smaken de
bladeren nergens naar. Fijngehakt kan je de blaadjes mengen met
roomkaas. In Zwitserland worden trouwens speciale melissekazen bereid.
In de tuin staat hij niet alleen in de kruidtuin. Ze staan ook goed
langs paden, tussen varens en zelfs in potten.

Bijentuin:
Citroenmelisse is een topplant voor de bijentuin. De onaanzienlijke
kleine bloempjes bevatten heel veel nectar. De Grieken waren ervan
overtuigd dat een paar takjes van citroenmelisse in een lege bijenkorf
gelegd, een rondtrekkende zwerm meteen zou verleiden zich in de korf te
komen vestigen. Plant je citroenmelisse in de buurt van een korf, dan
gaan de bijen niet gaan zwermen.
Vermeerderen:
Kan door zaaien of delen in de lente. Eventueel stekken nemen behoort
ook tot de mogelijkheden. Een jong zaaisel matig gieten. De kiemplantjes
zijn gevoelig voor stengelrot.
Delen doe je in de lente of in oktober. Snoei de planten dan sterk in.
Delen en onmiddellijk herplanten.
Ziekten en plagen:
Roest:
De bladeren zijn gevoelig voor de roestziekte. Zieke bladeren
verwijderen en opruimen (niet op de compost doen) en liefst verbranden.
Haal ook de afgevallen bladeren weg. Ze dragen ook sporen van de ziekte.
Maak je gebruik van een fungicide (chemisch schimmelproduct) kijk dan
uit naar de veiligheidstermijn voor het plukken van de bladeren.
|