|
Informatie, teelt:
De kleine pimpernel is
een struikje die 60 cm tot 1 m hoog kan uitgroeien. Het is inheems in
Europa, West-Azië en Noord-Afrika waar het groeit in droge, rotsachtige
gebieden, vaak op kalkgrond. De planten hebben oneven geveerde, 6 tot 10
ronde, getande bladeren aan elke bladsteel. De bladeren geuren wat
nootachtig. De meestal witte bloempjes, die wat lijken op
flessenborsteltjes, verschijnen tussen mei en juli in eindstandige,
langwerpige bloeiwijzen van 2,5 cm grootte.
Standplaats:
Pimpernel houdt van een zonnige standplaats op een enigszins vruchtbare,
vochtige en goed doorlaatbare grond. De bodem mag in de zomer niet te
fel uitdrogen! In de kruidentuin laat men de planten best niet te oud
worden en vervang je ze steeds weer door jonge plantjes.
Gebruik:
In de keuken worden de verse blaadjes gebruikt voor de vitamine C,
looistoffen en etherische oliën. In de geneeskunde gebruikt men de
gehele plant en benut men zijn vochtafdrijvende en samentrekkende
werking.
Pluk naar behoeve verse blaadjes die kunnen worden gebruikt in koele
dranken, salades, soepen en sauzen. De de jonge blaadjes smaken het
best. De smaak wordt omschreven als op komkommer lijkend. Pluk geen
bladeren wanneer de planten bloeien. Meestal smaken ze dan niet lekker.
Vermeerderen:
Door zaaien in het voorjaar of delen.
|