|
Santolina - Asteraceae
Santolina is een geslacht met 10 soorten winterharde, groenblijvende dwergheesters met fijn verdeeld, aromatisch blad verspreid in het Middellandse Zeegebied. Ze vormen fraaie, lage struikjes die geschikt zijn voor de voorkant van een heesterborder of in een rotstuin, men kan ze ook gebruiken voor een lage haag. De sierlijke, knoopvormige gele bloemhoofdjes, met een doorsnee van 1,2 - 2 cm, staan op lange, slanke, rechtopstaande stelen. De bij ons geteelde soorten zijn beperkt winterhard. Ze hebben warme, beschutte groeiplaatsen nodig en dienen in de winter met takken te worden afgedekt. In de tuin doen ze het goed op een zonnige plek op doorlatende, steenhoudende, lemige en humusrijke grond. Men kan ze best in rotstuinen planten, in voegen of aan de voet van droge muren of tegen huismuren op het zuiden. Omdat ze zich goed laten terugsnoeien zijn ze ook als randplanten te gebruiken.
|

Waar zijn de planten
van dit geslacht
verkrijgbaar?
Zie deze
plantenlijst
van Plantenvinder.NET
|
|
|
|
Vaste Planten
Santolina chamaecyparissus - heiligenbloem, cypressenkruid
|
|
Naam: Santolina chamaecyparissus Nederlandse naam:
heiligenbloem, cypressenkruid
Andere gebruikte benamingen: Santolina incana
Bloeitijd: 7-8
Bloemkleur: geel
Hoogte min-max: 0.4-0.4
Bladeren: enkelvoudige of getande tot veerlobbige bladeren
|

Zoek FOTO op Google
-
deze plant
bevat geurende
plantendelen
-
ook geschikt voor gebruik in potten, bakken
of terraskuipen
|
|
|
Informatie, teelt:
Santolinia chamaecyparisus is inheems van de Pyreneeën tot Noordwest-Italië waar ze voorkomen op droge, steenhoudende groeiplaatsen. Het zijn dicht vertakt struikjes met liggende tot omhoog groeiende scheuten. De 2-4 cm lange bladeren staan dicht op elkaar en zijn fijn veerspletig en evenals de loten viltig behaard en zilvergrijs. De bloemen staan in donkergele hoofdjes bij elkaar, op 15 cm lange stelen die boven de struik uitsteken. De vrucht is driekantig tot vierkant, niet-openspringend en heeft geen vruchtpluis.
Onder onze klimaatsomstandigheden slechts beperkt winterhard. Ze dienen in de winter te worden afgedekt met takken. In de tuin doen ze het goed op een zonnige plek, op een goed doorlatende, steenhoudende, lemige en humusrijke grond.
Men kan ze het beste in rotstuinen planten, in voegen of aan de voet van droge muren of tegen huismuren op het zuiden. Omdat ze zich goed laten terugsnoeien, zijn ze ook als randplanten of haagjes te gebruiken.
Vermeerdering: door zaaien of stekken
-
-
deze plant
is wintergroen (groenblijvend)
-
de plant
heeft mooie herfsttinten
-
geschikt
voor gebruik in de vasteplanten border
-
geschikt
voor gebruik in de rotstuin
-
deze plant
is aantrekkelijk voor bijen (lokt bijen)
-
deze plant
verlangt een kalkhoudende bodem (pH 6,5 of hoger)
-
deze plant
vraagt of gedijt goed op droge gronden
-
Zone (USDA):
7
|
|
|