|
Naam: Sanguisorba officinalis Nederlandse naam:
grote pimpernel, Sorberkruid
Andere gebruikte benamingen:
Bloeitijd: 6-9
Bloemkleur: roodbruin
Hoogte min-max: 0.4-1.2
Bladeren: donkergroen, onderzijde lichter
|

Zoek FOTO op Google
|
|
Informatie, teelt:
Sanguisorba officinalis, de grote pimpernel is een inheemse vaste plant van vochtige weiden. Dit al vroeg beschreven, oude geneeskruid is nauw verwant aan de kleine pimpernel (Sanguisorba minor). Het groeit bijna overal in Europa. Men treft de plant aan in weiden, vooral op vochtige plekken en in greppels. De sterke, vezelige wortelstok van de grote pimpernel groeit kruipend. De donkergroene bladeren zijn aan de onderkant iets lichter. Ze zijn oneven geveerd, de eironde blaadjes zijn gezaagd. Uit de wortelrozet ontspruiten 50-90 cm lange, bijna bladerloze, enigszins vertakte stengels.
De aren bestaan uit vele roodbruine, tweehuizige bloemen, die wijzen op een overgang van wind- naar insectenbestuiving. Ze zijn in het begin rond, latei cilindrisch. De bloemen ontluiken van boven naar beneden. Voor de tuin is de grote pimpernel var weinig belang, omdat het blad, in tegenstelling tot de kleine pimpernel erg wrang van smaak is. De geneeskrachtige werking van bloemen er bladeren wordt bijvoorbeeld als thee toegepast bij spijsverteringsstoornissen. De wortels worden gebruikt voor de behandeling van in- en uitwendige bloedingen en voor die val brandwonden.
Vermeerdering: door zaaien of scheuren
-
-
goed
bruikbaar voor bodembedekking
-
geschikt
voor gebruik in wilde tuinen of natuurtuinen
-
deze plant
vraagt of gedijt goed op vochthoudende gronden
|
|