|
Oogsten:
De planten
worden tot boven de grond afgesneden wanneer de zaden rijp zijn. In
bundels de stengels ophangen op een droge, luchtige plek. Na het
drogen de zaden uitschudden op een krant. Dan de zaden in een
luchtdichte verpakking bewaren.
Informatie, teelt:
Karwij is een
tweejarige planten een oeroud cultuurgewas en geneeskruid, zo blijkt uit
archeologische opgravingen en oude teksten. In zijn wilde vorm (de echte
karwij) komt de plant voor in Noord- en Midden-Europa, het
Middellandse-Zeegebied en Azië. Rond de Middellandse Zee vindt men vaak
aldaar de inheemse kranskarwij. In Friesland en de Waddeneilanden
bevinden zich belangrijke cultuurgebieden van de karwij. Karwij kan in
het gebergte tot op een hoogte van 2000 meter voorkomen.
Karwij heeft dikke, spits toelopende en bleke wortels lijkend als bij
pastinaak maar dan kleiner. De stengel is dun, hol, geribbeld, vertakt
en rechtop en verschijnt in het tweede jaar. De bladeren zijn geveerd en
lichtgroen en lijken op dat van peen. De zaden zijn eigenlijk de
vruchten, zwart en geribbeld en aromatisch en sterk smakend.
Vooral in Duitsland en Engeland waren de kleine zwarte karwijzaadjes een
geliefd ingrediënt van gebak en likeur. Tegenwoordig worden
karwijzaadjes op uiteenlopende manieren gebruikt, zowel in zoete als in
pikante gerechten. De sterke en kruidige smaak maakt het zaad bijna tot
een specerij. De plant is niet bijzonder decoratief. Karwij komt
oorspronkelijk voor in Zuid-Europa en Azië tot aan India; in onze
streken zowel gekweekt als verwilderd. De Arabieren waardeerden de plant
bijzonder en noemden haar karawya. De Egyptenaren van 5000 jaar geleden
kenden karwij al, maar de plant wordt in het Midden-Oosten nog altijd
dagelijks toegepast. Karwijzaad wordt aan zuurkool toegevoegd, en de
olie uit de zaadjes geeft de Duitse kümmellikeur zijn typische smaak.
In de middeleeuwen werd het kwistig gebruikt in vruchtengebak.
Teelt:
Karwij is eenvoudig te kweken. Zaai het rijpe zaad buiten in het vroege
najaar op een zonnige of halfbeschaduwde plaats. Iedere niet te schrale
grond voldoet. Uitdunnen op 20 cm en onkruidvrij houden. Knip in
juli-augustus, vlak voor het eerste zaad rijp is, de schermen af en leg
ze voor de laatste fase van de rijping op een goed geventileerde plaats
te drogen.
Gebruik:
- in brood en gebak.
- in vette schotels (varkensvlees, gans).
- bij koolsoorten en kaasschotels.
Culinair:
de zaadjes in brood,
vruchtensoep, gebak, bij varkensvlees, goulash, in aardappel- en groentegerechten.
Verse blaadjes in salade, soep en met zacht smakende kaas. Wortels
gekookt als groente.
Geneeskunde: verse blaadjes, wortels en zaadjes bevorderen de
spijsvertering.
Geur en smaak: zaadjes en blaadjes na kneuzing.
RECEPTEN:
AARDAPPELEN MET KAAS EN KARWIJZAAD.
4 grote aardappelen
100 g geraspte Gruyèrekaas
peper, zout
karwijzaad
Boen de aardappelen schoon, maar schil ze niet. Snijd ze in de lengte
door. Leg ze in een bakje van ingevet aluminiumfolie en bestrooi het
snijvlak met een mengsel van kaas en karwijzaad. Leg de aardappelen
30-45 min. in een op 180 graden C. voorverwarmde oven tot ze gaar zijn.
Peper en zout naar smaak toevoegen.
VICTORIAANSE CAKE.
300 g boter
300 g suiker
400 g bloem
6 eieren
melk
1 eetlepel karwijzaad
geraspte noodmuskaat en gemalen foelie naar smaak.
Meng de suiker en de specerijen door de zacht geroerde boter. Klop de
eieren één voor één door het mengsel, voeg pas een ei toe als het
vorige geheel is opgenomen. Voeg de bloem voorzichtig door deze massa en
voeg wat melk toe tot het deeg dikvloeibaar is. Vul een goed in gevette
cakevorm van 20 cm met het deeg en bak de cake 1 1/2 - 2 uur in een oven
bij 180 graden C.
Bron: deels uit Fortuintje - Velt - Afdeling Hamme
http://home.freegates/michaeld/
fortuintje@hotmail.com
|